Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
Klimaatdesk: Veelgestelde Vragen
Cryosfeer
Door de opwarming van de aarde neemt gemiddeld de neerslaghoeveelheid toe. In het Alpengebied is de laatste 50 jaar meer neerslag gevallen. Voor Noord-Italie is deze trend niet duidelijk zichtbaar. Overigens wordt bij een verdergaande temperatuurstijging in de komende eeuw beduidend meer neerslag verwacht. Door het naar boven toe opschuiven van de nul graden grens zal een groter gedeelte van deze neerslag in de vorm van regen vallen. In winterse koudeperioden blijft dan echter sprake van een toename van sneeuwval. Het aantal koudeperioden zal naar verwachting ook verminderen. Wanneer de aarde nog verder opwarmt zal de hoeveelheid neerslag wereldwijd toenemen. Voor een ijskap zijn nu twee zaken van belang:
  • 1) de afsmelt en afkalving als gevolg van de hogere temperatuur
  • 2) de aangroei als gevolg van meer neerslag.

De verwachting is dat voor Antarctica de aangroei het zal winnen, omdat de gemiddelde temperatuur op dit continent zo laag is dat een extra temperatuurstijging nauwelijks invloed zal hebben op het afsmelten van ijs (behalve nabij de kustlijn). De extra neerslag zal echter wel het "binnengebied" kunnen bereiken en daarmee een ijsgroei veroorzaken.

Voor het zeeijs geldt het tegenovergestelde: de opwarming van de planeet veroorzaakt een hogere zeewater temperatuur, waardoor het volume van het zeeijs zal afnemen.

Het ijs op de noordpool bestaat uit zeeijs in de noordelijke ijszee en landijs op Groenland. Vooral het zeeijs is erg gevoelig voor een temperatuurtoename. Men verwacht dat dit zeeijs in de komende eeuw een kleiner volume gaat aannemen, maar niet geheel wegsmelt. Ook een gedeelte van het landijs op Groenland is gevoelig voor temperatuurveranderingen. Voor de hoogste temperatuurprojectie, zo'n 5.8 graden in 2100 geeft het afsmelten van de Groenlandse ijskap een zeespiegelstijging van 9 cm. Als al het ijs daar wegsmelt is er sprake van ongeveer 7 m zeespiegelstijging. Dus het wegsmelten van deze ijskap verloopt erg traag.

Door de toename van de neerslag op Antarctica wordt verwacht dat deze ijskap op de zuidpool zal groeien (zoals ook in de afgelopen eeuw is waargenomen). Door de zeer lage temperaturen op Antarctica is deze ijskap qua afsmelten minder temperatuurgevoelig.

Het IPCC vermeld in haar rapport op basis van studies dat vanaf een lokale temperatuurstijging van 2,7 graden het afsmelten (onomkeerbaar) in gang wordt gezet. Op Groenland ligt een ijskap, die de zeespiegel ca 7 meter kan laten stijgen. Er is consensus over de snelheid waarmee dit kan plaatsvinden - in de orde 1000 jaar. Antarctica groeit inderdaad aan, in de 20e eeuw en naar verwachting ook in de komende 100 jaar. Sinds 1900 is de wereldgemiddelde temperatuur met ongeveer 0,6 graden gestegen. Bij een temperatuurstijging komt er meer waterdamp in de atmosfeer en neemt hiermee de hoeveelheid neerslag toe. Antarctica is dermate koud dat een neerslagtoename niet gecompenseerd wordt door een grotere afsmelt, die samenhangt met deze temperatuurstijging. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de ijskap van Groenland. De aangroei van de ijskap van Antarctica kan worden uitgedrukt in een zeespiegeldaling. In de vorige eeuw komt dit neer op ongeveer 2 cm. Het vocht komt immers via verdamping voor een belangrijk deel uit de wereldzeeen.

Voor de komende eeuw wordt een wereldwijde temperatuurstijging door menselijke invloed verwacht van 1,4 tot 5,8 graden in 2100. Hierdoor groeit de ijskap van Antarctica verder tussen de 1 en 3 cm zeespiegeldaling per graad. Men verwacht dat de zeespiegel in 2100 netto gestegen zal zijn (met 9 tot 88cm) door thermische expansie en het smelten van de ijskap op Groenland en gletsjers. De aangroei op Antarctica compenseert slechts voor ongeveer 20%.