Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimaatdesk: Veelgestelde Vragen
Klimaatverrassingen
Sommige computermodellen, die het klimaat van de toekomst simuleren, laten zien dat bij een aanzienlijke temperatuurstijging in de komende eeuw, de oceaancirculatie verzwakt.

Het is helemaal niet zeker dat een dergelijke afzwakking van de Golfstroom daadwerkelijk zal optreden. Welsiwaar zal de ijskap van Groenland deze eeuw verder smelten, maar het is de vraag of deze hoeveelheden zoet water voldoende zijn om het proces van het naar beneden zakken van oppervlakte water in het Noord-Atlantisch substantieel te beinvloeden.

In het verre verleden, in de nadagen van de laatste ijstijd zo'n 10 tot 12 duizend jaar geleden, zijn wel snelle klimaatveranderingen in dit gebied opgetreden, die verband houden met veranderingen in de oceaancirculatie en de warme Golfstroom. Dit was echter in een tijd dat het totale ijsvolume op het Noordelijk Halfrond veel groter was dan nu, waardoor de zoetwaterstroom ook veel groter was dan nu.

Metingen op een aantal plekken in het Noord Atlantisch gebied laten inderdaad een verzwakking van de Golfstroom zien.Het is vooralsnog niet duidelijk of dit een verzwakking is, of een verschuiving van de warme Golfstroom. In het laatste geval kan men op een bepaalde plaats een afname meten, terwijl op een andere plaats - waar geen metingen verricht worden - sprake kan zijn van een toename. Ook ontbreekt het volledige inzicht van dit soort variaties in de 20e eeuw. Is er sprake van een trend of een langjarige schommeling? Verder onderzoek is nodig om hierop een antwoord te geven.

Deze vraag is moeilijk beantwoordbaar, omdat klimaatverandering een scala aan gevolgen veroorzaakt m.b.t. een aantal meteorologische parameters. Bovendien verschilt dit per regio. Verder is het moeilijk en vaak zelfs onmogelijk om extreme weersverschijnselen en/of rampen te koppelen aan klimaatverandering, omdat een verschuiving van extremenstatistiek pas na (zeer) lange tijd (afhankelijk van het soort extremen) geconstateerd kan worden. Een andere benadering is het onderzoeken van de uitvoer van klimaatmodellen op verschuivingen in extremenstatistiek. Helaas geven verschillende modellen voor een aantal parameters verschillende uitkomsten, soms is er echter overeenstemming.

IPCC-TAR [SPM] geeft in tabel 1 de volgende veranderingen in extremen die waarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk zijn;

  • hogere maximum temperaturen en meer zeer warme dagen boven de continenten
  • hogere minimum temperaturen, minder koude - en vorstdagen boven de continenten
  • meer intensieve neerslaggebeurtenissen
  • toename van de kans op zomerdroogte (continentale gebieden van de gematigde breedten)
  • toename van de hoogste windsnelheden in tropische cyclonen
  • toename van de gemiddelde en piekintensiteit van neerslag bij tropische cyclonen

Er is geen overeenstemming over:

  • verandering stormfrequentie op gematigde breedte
  • verandering frequentie van tropische cyclonen

In het algemeen kunnen we zeggen dat rampen gerelateerd aan zeespiegelstijging en intensievere neerslag (overstromingen) in de toekomst zullen toenemen, alsook rampen gerelateerd aan langdurige droogteperioden. Behalve klimaatverandering kan de frequentie en aard van toekomstige rampen ook worden beinvloed door de kwetsbaarheid van de samenleving en door menselijk ingrijpen in de leefomgeving, zoals ontbossing en het kanaliseren van rivieren. Volgens de WMO leeft de helft van de huidige wereldbevolking in kustgebieden en is daar doorgaans ook de grootste economische activiteit.

Voor wat betreft het Caribisch gebied is het waarschijnlijk dat de intensiteit van wind en neerslag als ook de gemiddelde hoeveelheid neerslag zal toenemen. De toekomstige frequentie van tropische cyclonen is onzeker. In de waarneming van de laatste 50 jaar is geen trend te ontdekken. Wel weten we dat deze beinvloed wordt door El Nino: geduren een El Nino jaar zijn er minder en in de tegenfase - La Nina bv in 2004 - zijn er meer hurricanes.

Verder wijzen wij er nog op dat media veel sneller ter plaatse van een ramp zijn tov vijftig jaar geleden, waardoor het aantal rampen ook lijkt toe te nemen.