Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

KNMI Klimaatscenario's
FAQs over scenario's
22-01-2010

Hieronder wordt een overzicht gegeven van veel gestelde vragen over klimaatscenario's en over de nieuwe KNMI'06 scenario's in het bijzonder.

Waarom geeft het KNMI geen klimaatvoorspelling?
Bij een voorspelling wordt de meest waarschijnlijke situatie in de toekomst aangegeven. Echter, er zijn dermate veel onzekerheden dat een inschatting van de meest waarschijnlijke toekomst erg lastig is.

Daarnaast is de meest waarschijnlijke toekomst niet noodzakelijkerwijs ook de meest relevante toekomst om rekening mee te houden. Dit geldt zeker als er een grote range aan bijv. temperatuurstijgingen is, die allemaal een realistische kans van optreden hebben. In die gevallen is het voor verkennende studies meestal relevanter om uit te gaan van meerdere mogelijke klimaatscenario's.

Hoe kan het KNMI een klimaatverwachting maken, als ze het weer niet eens goed kunnen voorspellen?
Een klimaatverwachting doet een uitspraak over het gemiddelde weer (= klimaat) in de toekomst. Het gaat er dan niet om of het regent op 1 juli 2050, maar hoe groot de kans op regen in de zomer is. Dat maakt een groot verschil.
  • Voor de weersverwachting is het erg belangrijk om precies te weten wat de toestand van de atmosfeer vandaag is. Een kleine fout in de beschrijving van de toestand vandaag, bijvoorbeeld door een onjuiste meting, kan al na een aantal dagen tot grote afwijkingen in de berekende positie van bijv. een depressie leiden, en daarmee tot een verkeerde inschatting van het weer over enkele dagen;
  • Het gemiddelde weerbeeld (klimaat) en de variaties daarin zijn veel minder gevoelig voor de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment. Ze hangen veel meer samen met het algemene gedrag van de atmosfeer. Een computermodel van de atmosfeer genereert bij gelijkblijvende randvoorwaarden, zoals inkomend zonlicht, reflecterend vermogen van de planeet en atmosferische samenstelling, dezelfde algemene patronen en dus hetzelfde klimaat, ongeacht de weersituatie waarmee de simulatie is begonnen. Voorwaarde is wel dat je een voldoende groot gebied beschouwt en de periode waarover je een gemiddeld klimaat berekent, lang genoeg is.

Het verschil in voorspelbaarheid tussen het weer en het klimaat kan worden toegelicht aan de hand van het volgende voorbeeld: organisatoren van evenementen, bijvoorbeeld concerten, maken vooraf een inschatting van de doelgroep in termen van gemiddelde leeftijd, opleidingsniveau en samenstelling van de bezoekers. Die inschatting is goed te maken aan de hand van de aard en het thema van het evenement. Het is echter ondoenlijk om de leeftijd, opleidingsniveau en dergelijke te bepalen van bezoekers van het evenement, die op een bepaald moment de toegangspoort passeren. Hiervoor zou men namelijk in een bepaalde straal rond de evenementenhal de positie en bewegingrichting van alle potentiele bezoekers inclusief hun gegevens zoals leeftijd en opleidingsniveau moeten kennen.

Wijken de nieuwe klimaatscenario's veel af van de WB21 scenario's?
Het nieuwe G en W scenario zijn vergelijkbaar met het oude "midden" en "hoog" scenario uit 2000 (WB21 scenario's). Ze zijn echter niet hetzelfde, doordat andere methoden en basisgegevens zijn gebruikt.

Voor een overzicht van de overeenkomsten en verschillen verwijzen we u naar "KNMI'06 scenario's - Samenvatting" via het menu in de rechterkolom.

Hoe ziet een zomer er rond 2050 uit?
De onderstaande tabel geeft een indruk van hoe een gemiddelde zomer rond 2050 er uit zal zien, onder de verschillende KNMI'06 scenario's. Ter vergelijking zijn de gemiddelden en de range voor het huidige klimaat er ook bij gezet en ook het gemiddelde van het huidige klimaat in Parijs (Parc Montsouris).
  • De maximum temperatuur overdag zal in het meest extreme scenario (W+) dicht bij de 25 °C komen te liggen, en ligt nu rond de 22 °C. De gemiddelde maximum zomertemperatuur varieert in het huidige klimaat tussen de 20 en 25 °C. Bij een zelfde jaar-op-jaar variatie rond 2050 zou de gemiddelde maximum zomertemperatuur in het W+ scenario tussen de 22 en 28 °C liggen;
  • Het aantal zomerdagen zonder regen neemt in alle scenario's af, maar de afname is het sterkst in het W+ scenario. Nu regent het gemiddeld op 51% van de zomerdagen niet, in de toekomst zou het in het W+ scenario op 61% van de dagen droog zijn;
  • De hoeveelheid regen die op de natste zomerdag valt zal toenemen, m.a.w. de hevigheid van extremen buien zal toenemen;
  • De kans op droogte wordt groter: nu komt een droogte zoals in 2003 eens in de 10 jaar voor, in de toekomst zal dit eens in de 8 jaar (G) tot eens in de 2 jaar (W+) zijn.
Tabel 1. Beschrijving van een gemiddelde zomer (juni t/m augustus) nu en rond 2050 in De Bilt, en het huidige klimaat in Parijs (tussen haakjes de minimale en maximale waarde in de periode 1976-2005. De gegevens voor het huidige klimaat zijn verkregen via de 'Climate Explorer').
  De Bilt
1976-2005*
G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
Parijs
1976-2005
Dagtemperatuur (°C) 16,8
(15,3-18,7)
17,7 17,6 17,9 19,6 19,3
Max. temperatuur (°C) 21,7
(19,8-24,6)
22,6 23,1 23,4 24,5 23,9
Zomerse dagen (max. temperatuur >= 25°C) 24
(4-48)
30 34 39 47 45
Aantal tropische dagen (max. temperatuur >= 30 °C) 4
(0-13)
7 9 10 14 9
Totale neerslag (mm) 214
(72-352)
220 193 227 173 147
Gemiddelde max. zomer-dagneerslag per jaar (mm) 27
(11-51)
29 27 32 29 27
% dagen zonder regen 51
(33-75)
52 57 54 61 63

Uit de tabel is af te leiden dat de verschillen tussen nu en 2050 in de meeste gevallen nog binnen de huidige jaar-op-jaar variatie liggen. Met andere woorden: we krijgen niet te maken met compleet andere zomers of winters dan in het verleden, maar de zomers en winters die nu uitzonderlijk zijn komen straks vaker of nog minder vaak voor. Verder is in de tabel ook te zien dat de temperaturen rond 2050 in de scenario's W en W+ redelijk te vergelijken zijn met de temperaturen nu in Parijs.

Waarom heeft het KNMI niet gewacht tot na het vierde IPCC-rapport?
Gezien de nieuwe inzichten en de vragen uit de samenleving is er nu behoefte aan state-of-the-art klimaatscenario's. Het vierde Assessement Report (AR4) van het IPCC wordt in 2007 gepubliceerd, maar het wordt gebaseerd op al gepubliceerd materiaal of artikelen die voor medio 2005 zijn aangeboden aan wetenschappelijke tijdschriften. De uitkomsten van alle GCM's, die worden gebruikt voor het AR4 en binnenkort in de wetenschappelijke literatuur verschijnen, zijn door het KNMI geanalyseerd ten behoeve van de nieuwe klimaatscenario's voor Nederland. Dit betekent dat de nieuwe KNMI-scenario's uitgaan van hetzelfde bronmateriaal als het 4e IPCC-rapport.
Waarom blijft 1990 het basisjaar voor de klimaatscenario's?
De KNMI-klimaatscenario's uit 2000 hebben 1990 ook als basisjaar. Om vergelijking van gegevens met de eerdere KNMI-klimaatscenario's te vergemakkelijken, is voor hetzelfde basisjaar gekozen.
Sluiten de klimaatscenario's uit omringende landen aan op de scenario's in Nederland?
Er is geen centraal overleg tussen Europese landen over het gebruik van klimaatscenario's voor bijv. het waterbeheer. Het KNMI probeert een overzicht te krijgen van de regionale klimaatscenario's die in de ons omringende landen worden ontwikkeld. Er is inmiddels een rapport (2007) met een korte beschrijving van de regionale klimaatscenario's in verscheidene Europese landen (of de afwezigheid daarvan; PDF). Samenvattend kan geconcludeerd worden dat geen enkel land in Europa op dezelfde manier regionale klimaatscenario's maakt.

Op 1 oktober 2005 is het project 'Climate Impact Research Coordination for a Larger Europe - Coordinated Action' (CIRCLE CA) van start gegaan. Voor meer informatie wordt u verwezen naar: http://www.umweltbundesamt.at/en/umweltschutz/klima/projekte/circle/.

Staat de extreme zomer 2006 model voor de zomers van de toekomst?
Toetsing aan de recent gepresenteerde KNMI klimaatscenario's voor Nederland levert het volgende beeld op: de gemiddelde zomertemperaturen lopen op met 0,9 tot 2,8 graden in 2050. De temperatuur van de warmste zomerdag wordt verwacht meer te stijgen tot 3,8 graden dan het gemiddelde. Hiermee neemt de kans op hittegolven dus ook meer dan gemiddeld toe. De gemiddelde zomerneerslag neemt licht toe met 3 tot 6 procent, wanneer geen structurele verandering optreedt in de luchtstromingspatronen in West Europa. Bij meer oostenwind in de zomer zal de neerslag fors dalen met 10 tot 19%. In alle gevallen neemt de kans op extreme droogte toe, omdat de verdamping door de temperatuurstijging sterker is dan de eventuele lichte stijging van de neerslag. Hoewel het aantal natte dagen in de KNMI scenario's in 2050 zal zijn afgenomen met 2 tot 19%, neemt de kans op extreme neerslag fors toe. De dagsom van neerslag die eens de tien jaar wordt overschreden (43 mm) neemt in 2050 toe met 5 tot 27%. In hoeverre de zwaardere buien in aaneengesloten perioden zullen optreden, met grotere wateroverlast tot gevolg dan wanneer zij verspreid over de zomer voorkomen, is onderwerp van onderzoek. Concreet betekent dit dat de kans op een recordnatte zomermaand, zoals augustus 2006, in de toekomst vooralsnog niet geschat kan worden. Het record aantal dagen (13) waarop ergens in Nederland meer dan 50 mm regen is gevallen past goed in het beeld van het toekomstig zomerklimaat, evenals de extreme hitte en droogte in juni en juli, inclusief de uitschieters in temperatuur.
Wat zijn klimaatscenario's?
Klimaatscenario's zijn consistente en plausibele beelden van een mogelijk toekomstig klimaat. Ze geven aan in welke mate temperatuur, neerslag, wind, etc. kunnen veranderen, bij een bepaalde mondiale klimaatverandering. Klimaatscenario's zijn geen lange-termijn weersverwachtingen: ze doen geen uitspraken over het weer op een bepaalde datum, maar alleen over het gemiddelde weer en de kans op extreem weer in de toekomst.
Meer FAQs