Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
KNMI Klimaatscenario's
Neerslag
08-06-2009

(foto: G. Lenderink) Op deze pagina worden een aantal neerslag-gegevens per scenario gepresenteerd. De gegevens zijn ook bedoeld als een indicatie van het type gegevens dat nu en in de toekomst geleverd kan worden.

De schattingen voor o.a. het aantal dagen met een bepaalde hoeveelheid neerslag rond 2020, 2050 en 2100 op deze pagina zijn gemaakt op basis van getransformeerde tijdreeksen van de periode 1976-2005. Hoe deze transformatie is uitgevoerd wordt uitgelegd in het wetenschappelijke document (zie "Achtergrondinformatie"). Het transformeren van historische tijdreeksen is slechts 1 manier om gegevens voor de toekomst te verkrijgen. De volgorde van temperatuurwisselingen, jaar-op-jaar variaties, etc. in de getransformeerde tijdreeksen wordt sterk bepaald door wat er in het verleden is gebeurd.

Trends in winter- en zomerneerslag
In de G en W scenario's (zonder verandering in stromingspatronen in de lucht) neemt de neerslag in Nederland zowel in de zomer als in de winter toe met circa 3% per graad wereldwijde temperatuurstijging. In de G+ en W+ scenario's (met verandering van stromingspatronen) neemt de neerslag extra toe in de winter (circa +7% per graad) en juist af in de zomer (circa -10% per graad; figuren 1 en 2). De afname in de zomer komt vooral door de afname van het aantal dagen met regen.
Fig.1 Winterneerslag in Nederland (december-februari, gemiddelde van 13 stations) tussen 1906 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
 Winterneerslag in Nederland (december-februari, gemiddelde van 13 stations) tussen 1906 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.

Fig.2 Zomerneerslag in Nederland (juni-augustus, gemiddelde van 13 stations) tussen 1906 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
 Zomerneerslag in Nederland (juni-augustus, gemiddelde van 13 stations) tussen 1906 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.

Aantal dagen met een bepaalde neerslaghoeveelheid
In de onderstaande tabellen en figuur 2 worden indicaties gegeven van het aantal dagen per jaar met een bepaalde hoeveelheid neerslag rond 2020 (tabel 1 t/m 6), 2050 (tabel 7 t/m 12) en 2100 (tabel 13 t/m 18) en in de referentieperiode 1976-2005. Het "aantal dagen met ..." is bepaald met behulp van getransformeerde tijdreeksen. Als basis zijn historische tijdreeksen met metingen van 08.00 tot 08.00 UTC gebruikt.
Tabel 1. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 0,1 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 0,1 mm 1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 194 194 191 193 187
Eelde 188 188 185 187 181
De Bilt 197 196 193 195 189
Vlissingen (Ritthem) 185 185 182 184 179
Eindhoven 197 196 193 196 190
Maastricht (Beek) 185 184 181 183 178
Tabel 2. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 5 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 5 mm 1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 53 54 52 54 52
Eelde 55 56 55 57 54
De Bilt 56 57 56 57 55
Vlissingen (Ritthem) 51 52 50 52 50
Eindhoven 54 54 53 55 53
Maastricht (Beek) 51 52 50 52 50
Tabel 3. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 10 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 10 mm 1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 20 21 20 21 20
Eelde 21 22 21 22 21
De Bilt 23 24 23 25 24
Vlissingen (Ritthem) 19 20 19 21 19
Eindhoven 21 22 21 23 21
Maastricht (Beek) 19 20 19 21 19
Tabel 4. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 15 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 15 mm 1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 8 9 8 10 9
Eelde 9 9 9 10 9
De Bilt 10 11 10 12 11
Vlissingen (Ritthem) 8 8 8 9 8
Eindhoven 9 9 9 10 9
Maastricht (Beek) 8 9 8 9 8
Tabel 5. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 20 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 20 mm 1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 4 4 4 5 4
Eelde 4 4 4 5 4
De Bilt 4 5 5 5 5
Vlissingen (Ritthem) 3 4 3 4 4
Eindhoven 4 5 5 5 5
Maastricht (Beek) 4 4 4 4 4
Tabel 6. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 25 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 25 mm 1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 2 2 2 2 2
Eelde 2 2 2 2 2
De Bilt 2 2 2 3 2
Vlissingen (Ritthem) 1 2 2 2 2
Eindhoven 2 2 2 3 2
Maastricht (Beek) 2 2 2 2 2
Tabel 7. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 0,1 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 0,1 mm 1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 194 193 187 192 180
Eelde 188 187 181 186 173
De Bilt 197 195 189 194 181
Vlissingen (Ritthem) 185 184 179 183 172
Eindhoven 197 196 189 194 182
Maastricht (Beek) 185 183 178 182 171
Tabel 8. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 5 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 5 mm 1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 53 54 52 55 51
Eelde 55 56 54 57 53
De Bilt 56 57 55 58 54
Vlissingen (Ritthem) 51 52 50 53 49
Eindhoven 54 55 53 55 52
Maastricht (Beek) 51 52 50 53 50
Tabel 9. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 10 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 10 mm 1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 20 21 20 22 20
Eelde 21 22 21 24 21
De Bilt 23 25 23 27 24
Vlissingen (Ritthem) 19 21 19 22 20
Eindhoven 21 23 21 24 22
Maastricht (Beek) 19 21 19 21 20
Tabel 10. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 15 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 15 mm 1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 8 9 9 11 9
Eelde 9 10 9 11 9
De Bilt 10 12 11 13 11
Vlissingen (Ritthem) 8 9 8 9 8
Eindhoven 9 10 9 11 9
Maastricht (Beek) 8 9 8 10 9
Tabel 11. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 20 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 20 mm 1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 4 5 4 6 4
Eelde 4 5 4 6 4
De Bilt 4 5 5 7 5
Vlissingen (Ritthem) 3 4 4 5 4
Eindhoven 4 5 5 6 5
Maastricht (Beek) 4 4 4 5 4
Tabel 12. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 25 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 25 mm 1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 2 2 2 3 2
Eelde 2 2 2 3 2
De Bilt 2 3 2 4 3
Vlissingen (Ritthem) 1 2 2 3 2
Eindhoven 2 3 2 3 3
Maastricht (Beek) 2 2 2 3 2
Tabel 13. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 0,1 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 0,1 mm 1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 194 192 180 189 166
Eelde 188 186 173 183 160
De Bilt 197 194 181 191 167
Vlissingen (Ritthem) 185 183 172 181 158
Eindhoven 197 195 182 192 168
Maastricht (Beek) 185 182 171 180 157
Tabel 14. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 5 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 5 mm 1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 53 55 51 56 50
Eelde 55 57 53 59 52
De Bilt 56 58 54 59 53
Vlissingen (Ritthem) 51 53 49 54 48
Eindhoven 54 55 52 57 50
Maastricht (Beek) 51 53 49 54 48
Tabel 15. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 10 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 10 mm 1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 20 22 20 24 21
Eelde 21 24 21 26 21
De Bilt 23 27 24 29 24
Vlissingen (Ritthem) 19 22 20 24 20
Eindhoven 21 24 22 26 23
Maastricht (Beek) 19 22 20 24 20
Tabel 16. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 15 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 15 mm 1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 8 11 9 12 10
Eelde 9 11 9 13 10
De Bilt 10 13 11 15 12
Vlissingen (Ritthem) 8 10 8 12 9
Eindhoven 9 11 9 13 10
Maastricht (Beek) 8 10 9 12 9
Tabel 17. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 20 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 20 mm 1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 4 6 4 7 5
Eelde 4 6 4 7 5
De Bilt 4 7 5 8 6
Vlissingen (Ritthem) 3 5 4 6 4
Eindhoven 4 6 5 7 6
Maastricht (Beek) 4 5 4 7 5
Tabel 18. Gemiddeld aantal dagen per jaar met 25 mm of meer in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
>= 25 mm 1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 2 3 2 4 3
Eelde 2 3 2 4 3
De Bilt 2 4 3 5 3
Vlissingen (Ritthem) 1 3 2 4 2
Eindhoven 2 3 3 4 3
Maastricht (Beek) 2 3 2 4 2
Gemiddelde neerslag per jaar en per seizoen
Onderstaande tabellen geven een indicatie van gemiddelde jaar-, winter- en zomerneerslag rond 2020 (tabel 19 t/m 21), 2050 (tabel 22 t/m 24) en 2100 (tabel 25 t/m 27). De zomer is hier gelijk aan de maanden juni, juli en augustus. De winter beslaat hier de maanden december, januari en februari. Ook deze neerslaghoeveelheden zijn bepaald met behulp van getransformeerde tijdseries. Als basis zijn historische tijdreeksen met metingen van 08.00 tot 08.00 UTC gebruikt. Verder onderzoek naar de klimaatveranderingen in herfst en lente is nog nodig.
Tabel 19. Overzicht van de gemiddelde jaarlijkse neerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2020, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde jaarlijkse neerslagsom
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 796 810 791 822 786
Eelde 818 832 813 844 806
De Bilt 859 875 855 888 850
Vlissingen (Ritthem) 776 790 772 801 767
Eindhoven 804 818 800 831 796
Maastricht (Beek) 769 783 764 795 760
Tabel 20. Overzicht van de gemiddelde winterneerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2020, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde winterneerslagsom (DJF)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 195 198 202 202 209
Eelde 207 211 214 214 222
De Bilt 220 224 227 228 235
Vlissingen (Ritthem) 193 196 199 199 206
Eindhoven 211 214 218 218 226
Maastricht (Beek) 196 199 202 203 209
Tabel 21. Overzicht van de gemiddelde zomerneerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2020, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde zomerneerslagsom (JJA)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 186 190 178 192 168
Eelde 219 222 209 225 198
De Bilt 218 222 208 224 198
Vlissingen (Ritthem) 198 202 189 204 179
Eindhoven 202 205 193 207 183
Maastricht (Beek) 206 209 196 211 186
Tabel 22. Overzicht van de gemiddelde jaarlijkse neerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2050, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde jaarlijkse neerslagsom
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 796 823 786 848 776
Eelde 818 845 806 869 794
De Bilt 859 889 850 917 840
Vlissingen (Ritthem) 776 802 766 827 756
Eindhoven 804 831 796 856 788
Maastricht (Beek) 769 795 760 819 749
Tabel 23. Overzicht van de gemiddelde winterneerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2050, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde winterneerslagsom (DJF)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 195 202 208 209 223
Eelde 207 214 221 222 236
De Bilt 220 228 235 236 251
Vlissingen (Ritthem) 193 199 206 206 220
Eindhoven 211 218 225 226 240
Maastricht (Beek) 196 203 209 210 223
Tabel 24. Overzicht van de gemiddelde zomerneerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2050, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde zomerneerslagsom (JJA)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 186 192 168 196 149
Eelde 219 225 198 230 176
De Bilt 218 225 198 231 177
Vlissingen (Ritthem) 198 204 179 210 160
Eindhoven 202 208 183 212 163
Maastricht (Beek) 206 212 186 217 165
Tabel 25. Overzicht van de gemiddelde jaarlijkse neerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2100, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde jaarlijkse neerslagsom
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 796 849 774 897 757
Eelde 818 870 794 918 775
De Bilt 859 918 839 971 824
Vlissingen (Ritthem) 776 828 755 874 737
Eindhoven 804 857 787 906 775
Maastricht (Beek) 769 820 748 866 730
Tabel 26. Overzicht van de gemiddelde winterneerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2100, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde winterneerslagsom (DJF)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 195 209 222 223 251
Eelde 207 222 236 237 267
De Bilt 220 236 250 252 283
Vlissingen (Ritthem) 193 207 219 220 248
Eindhoven 211 226 240 242 271
Maastricht (Beek) 196 210 223 224 252
Tabel 27. Overzicht van de gemiddelde zomerneerslagsom in de referentieperiode 1976-2005 en in de vier klimaatscenario's in 2100, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde zomerneerslagsom (JJA)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 186 197 149 205 114
Eelde 219 230 177 240 139
De Bilt 218 231 177 241 139
Vlissingen (Ritthem) 198 210 160 220 124
Eindhoven 202 212 163 221 127
Maastricht (Beek) 206 217 165 226 129
Neerslagtekort
Voor verscheidene gebruikers binnen het natuurbeheer en de landbouw is informatie over het te verwachten neerslagtekort in het zomerhalfjaar in de toekomst van belang. Het neerslagtekort is een maat voor droogte en wordt gedefini�erd als de potentiele verdamping minus de neerslag gesommeerd vanaf 1 april, ongeveer het begin van het groeiseizoen, tot en met 30 september. Op het KNMI wordt de potenti�le verdamping berekend met behulp van de formule van Makkink, waarin de temperatuur en de straling worden gebruikt. In onderstaande tabel is het maximale neerslagtekort van het huidige klimaat (1906-2000) vergeleken met het te verwachten maximale neerslagtekort in de nieuwe KNMI'06 scenario's.

Tabel 28. Gemiddelde maximale neerslagtekort in het zomerhalfjaar (vanaf 1 april) in de huidige situatie en in de vier KNMI'06 scenario's rond 2050, en de verandering in herhalingstijd voor een maximaal neerslagtekort zoals in 2003 (rond de 220 mm).
  1906-2000 G G+ W W+
Gemiddelde maximale neerslagtekort (mm) 144 151 179 158 220
Herhalingstijd voor een maximaal neerslagtekort zoals in 2003 (jaren) 9,7 7,9 4,1 6,5 2,0
De schattingen van de veranderingen in herhalingstijden in tabel 5 zijn gebaseerd op een resampling van getransformeerde tijdreeksen (beschreven in Beersma et al., 2005 "Zout, zouter, zoutst" en Beersma et al., 2004 "Droog, droger, droogst"). Voor de lente en herfst zijn daarbij voorlopige getallen voor klimaatverandering gebruikt.

In de bovenstaande tabel is te zien dat het gemiddelde maximale neerslagtekort in de G+ en W+ scenario's duidelijk toeneemt, met andere woorden het wordt droger in deze scenario's in de zomer. In de G en W scenario's verandert het gemiddelde maximale neerslagtekort weinig. Daarbij moet ook bedacht worden dat planten het beschikbare water bij hogere CO2 concentraties in de lucht, zoals we verwachten voor 2050, efficienter kunnen gebruiken. Dit effect wordt niet meegenomen in de formule van Makkink voor potentiele verdamping. De getallen in Tabel 28 overschatten dus mogelijk enigszins het gemiddelde maximale neerslagtekort in het zomerhalfjaar in de toekomst.

Tijdreeksen met dagwaarden
Op basis van de 4 KNMI'06 klimaatscenario's heeft het KNMI tijdreeksen over de periode 1976-2005 getransformeerd in tijdreeksen voor rond 2050 en 2100. De gevolgde methode is toegelicht onder "Achtergrond informatie".

Enkele aandachtspunten bij het gebruik van deze tijdreeksen:

  • het transformeren van historische tijdreeksen is slechts 1 manier om tijdreeksen voor de toekomst te verkrijgen. De volgorde van temperatuurwisselingen, jaar-op-jaar variaties, etc. in de getransformeerde tijdreeksen wordt sterk bepaald door wat er in het verleden is gebeurd. Dit betekent o.a. dat een schatting van de maximale 10-daagse neerslagsom op basis van deze getransformeerde tijdreeksen iets andere resultaten kan geven dan schattingen op basis van bijv. resultaten van regionale klimaatmodellen;
  • de getransformeerde tijdreeksen geven geen voorspellingen wat in een bepaald toekomstig jaar de neerslag zal zijn. In de toekomst kan de volgorde van "jaren" in de getransformeerde tijdreeksen anders zijn, maar ook de variatie binnen jaren.
Hier kunt u doorklikken naar de webpagina voor transformatie van historische tijdreeksen naar tijdreeksen passend bij de verschillende KNMI'06 scenario's en verschillende tijdshorizonten.