Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
KNMI Klimaatscenario's
Zeespiegel
12-01-2009

(foto: G. Hazeu) Voor de zeespiegel is tot nu toe alleen informatie beschikbaar over de mogelijke veranderingen in gemiddelde jaarlijkse zeespiegelstand.

Toekomst in Nederland
In de KNMI'06 scenario's is de absolute zeespiegelstijging rond 2050 aan de Nederlandse kust tussen de 15 cm en 35 cm (figuur 1). Omstreeks 2100 varieert de stijging tussen de 35 cm en 85 cm. De zeespiegel blijft na 2100 verder stijgen en de stijging bedraagt in 2300 tussen de +1 m en de +2,5 m.
Fig.1 Gemiddelde jaarlijkse zeespiegelstand langs de Nederlandse kust tussen 1900 en 2004 ten opzichte van NAP (ongeveer gelijk aan absolute zeespiegelstijging), en de vier klimaatscenario's. De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen. Bron waarnemingen: RWS-RIKZ.
 Gemiddelde jaarlijkse zeespiegelstand langs de Nederlandse kust tussen 1900 en 2004 ten opzichte van NAP (� absolute zeespiegelstijging), en de vier klimaatscenario's. De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen. Bron waarnemingen: RWS-RIKZ.

De klimaatmodellen laten onderling grote verschillen zien in de gevoeligheid van de zeespiegelstijging voor een verhoging van de luchttemperatuur. Om met deze onzekerheid te kunnen rekenen is per scenario de bandbreedte aangegeven voor zeespiegelstijging, in plaats van 1 getal. De scenario's verschillen alleen door de verschillen in de wereldwijde temperatuurstijging. De veranderingen in de luchtstromingspatronen in de scenario's hebben geen invloed op de zeespiegelstijging in de scenario's.

Stormvloeden aan de Nederlandse kust treden op bij stormen uit westelijke tot noordelijke richtingen. De modelberekeningen die voor de vier scenario's zijn gebruikt geven aan dat de verandering van het aantal stormen uit deze richtingen gering is.

Absolute en relatieve zeespiegelstijging
In de nieuwe scenario's wordt de absolute zeespiegelstijging gepresenteerd, wat ongeveer overeen komt met de verandering in de stand ten opzichte van NAP (= Nieuw Amsterdams Peil). Om de relatieve verandering van het zeeniveau ten opzichte van de Nederlandse bodem te verkrijgen, moet de bodembeweging nog worden opgeteld bij de scenario's.

 Schematische voorstelling van het verschil tussen relatieve en absolute zeespiegelstijging. Fig.2 Schematische voorstelling van het verschil tussen relatieve en absolute zeespiegelstijging.
Trage reactie van de oceanen
Oceanen reageren traag op opwarming van de lucht. De zeespiegelstijging in de komende decennia is daardoor vrijwel ongevoelig voor de snelheid waarmee de luchttemperatuur op aarde toeneemt. Na 2050 speelt de snelheid van de opwarming van de lucht een veel grotere rol. Als gevolg van de naijleffecten in de oceanen zal de zeespiegelstijging nog lang doorgaan, zelfs als de broeikasgasconcentraties stabiliseren. Als ook ijskappen op grote schaal gaan afsmelten wordt op een termijn van enkele eeuwen een zeespiegelstijging van enkele meters verwacht.