WB21 en KNMI'06 scenario's: overeenkomsten en verschillen
Overeenkomsten
De IPCC projecties voor mondiale temperatuurstijging zijn als uitgangspunt gebruikt. De mondiale temperatuurstijging van +2 °C in 2100 (of +1 °C in 2050) ten opzichte van 1990 wordt zowel in het oude "centrale" scenario gebruikt als in de nieuwe G en G+ scenario's. Een temperatuurstijging van +4 °C in 2100 (of +2 °C in 2050) ten opzichte van 1990 wordt zowel in het oude "hoge" scenario gebruikt als in de nieuwe W en W+ scenario's
Als basisjaar wordt 1990 gebruikt (de gebruikte referentie periode om het klimaat in 1990 te beschrijven, verschilt wel)
Verschillen
In de KNMI'06 scenario's zijn zowel de wereldwijde temperatuurstijging als ook de mogelijke verandering in luchtstromingspatronen gebruikt voor de indeling van de scenario’s. In de WB21 scenario’s werd alleen de wereldwijde temperatuurstijging gebruikt als “stuurparameter”, en werd verondersteld dat de luchtstromingspatronen niet zouden wijzigen
Voor de KNMI'06 scenario’s zijn recente uitkomsten geanalyseerd van een groot aantal klimaatmodellen. Voor de WB21 scenario’s was slechts een beperkt aantal klimaatmodellen beschikbaar en daaruit werd alleen de wereldwijde opwarming en zeespiegelstijging gebruikt. Met de nieuwe analyses is de samenhang tussen de wereldwijde opwarming, veranderingen in de luchtstroming boven West Europa en klimaatverandering in Nederland systematisch in kaart gebracht. Het is voor het eerst dat dit gedaan is door de uitkomsten van een scala aan mondiale en regionale klimaatmodellen en meetreeksen te combineren
Het “lage” WB21 scenario is vervallen. Deze waarde ligt buiten de range uit het IPCC rapport uit 2001. Bovendien is de waargenomen wereldwijde temperatuurstijging sinds 1990 zo sterk dat dit “lage” scenario (+0,5 °C tot 2050) weinig waarschijnlijk lijkt
In de WB21 scenario's is de temperatuurstijging in Nederland gelijk is aan de wereldwijde temperatuurstijging. In de KNMI'06 scenario's is dit niet het geval. Vooral in de scenario's met verandering in luchtstromingspatronen is de temperatuurstijging in Nederland groter dan de wereldwijde temperatuurstijging
De hevige neerslag in de winter neemt in de KNMI'06 scenario's minder toe dan in de WB21 scenario's
In de WB21 scenario’s werd nog de relatieve zeespiegelstijging (inclusief bodemdaling; figuur 1) gegeven. De waargenomen bodemdaling in de 20e eeuw varieerde echter zo sterk per locatie (0-40 cm), dat het weinig relevant lijkt een gemiddelde bodemdaling voor Nederland te gebruiken
Fig. 1 Schematische voorstelling van het verschil tussen relatieve en absolute zeespiegelstijging.
Tabel 1. Beknopte vergelijking van de WB21 en KNMI'06 scenario's voor 2050. * Data voor het "Hoog en droog scenario" zijn de data gebruikt in de "Droogtestudie".