3. Hoe komen we aan klimaatinformatie?
Meteorologische
instituten, zoals het KNMI, doen sinds anderhalve eeuw dagelijks
waarnemingen. Over het klimaat van vóór die tijd vinden
onderzoekers aanwijzingen in oude documenten, jaarringen van bomen en
boringen in gletsjers, ijskappen en diepzeesedimenten. Deze geven
informatie over het gemiddelde klimaat, maar ook over
klimaatschommelingen en klimaatveranderingen. Veranderingen zijn er
in alle soorten en maten. Sommige komen alleen in een klein gebied
voor, andere zijn wereldwijd, sommige zijn relatief snel, andere
langzamer. Om twee voorbeelden te noemen: El Niño komt eens in
de drie à zeven jaar voor, terwijl IJstijden typisch zo'n
honderdduizend jaar duren. Natuurlijk is ook de grootte van de
veranderingen en de snelheid waarmee ze plaatsvinden van belang. De
laatste jaren is de belangstelling voor klimaatmetingen sterk
toegenomen door de aandacht voor de invloed van de mens op het
klimaat. Daarom wordt er gewerkt aan verbetering van de
waarnemingsnetwerken. Aardobservatie met satellieten speelt een
belangrijke rol hierbij.