Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
Klimaatdata en -advies
Meetinstrumenten neerslag

De handregenmeter

De conventionele handregenmeter bestaat uit twee gedeelten:
-een opvangreservoir voor maximaal 105 mm neerslag.
-een opvangtrechter met een horizontale oppervlakte van 2 dm2 en een nauwe doorlaatopening aan de onderzijde. De nauwe opening is nodig om te voorkomen dat opgevangen water door verdamping verdwijnt. De meting van de neerslag in het opvangreservoir geschiedt handmatig met behulp van een kunststof maatcilinder. De afleesresolutie is 0,1 mm. De neerslag op de aangegeven dag is gebaseerd op de metingen van 08.00-08.00 UT op de dag van aftappen.

De pluviograaf
Bij continue registratie van de neerslag werd gebruik gemaakt van een pluviograaf. De opvangopening had een oppervlakte van 400 cm2 en bevond zich op 40 cm boven de grond. In de verzamelbak bevond zich een vlotter waaraan een pen bevestigd was. Hiermee werd de hoeveelheid op een strook geregistreerd die om een ronddraaiende trommel was gespannen. De verzamelbak werd na elke 10 mm neerslag automatisch door een hevelsysteem geleegd. Bij de pluviograaf moest men elke dag de registratiestrook vernieuwen.

De elektrische regenmeter
Met een elektrische regenmeter wordt de neerslaghoeveelheid geregistreerd door een op afstand gelegen recorder. De gevallen hoeveelheid wordt in de elektrische regenmeter bepaald door het meten van de stand van de vlotter, die zich bevindt in het meetvat waarin de neerslag wordt opgevangen.
De opvangopening van dit instrument heeft een oppervlakte van 200 cm2 en bevindt zich op 40 cm boven de grond. De vlotterkamer wordt geleegd door middel van elektrisch bediende kleppen.