Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
Klimaatdata en Advies: Seizoensoverzicht
Winter 2013-2014
(december, januari, februari):
Uitzonderlijk zacht, zonnig en aan de droge kant
Nauwelijks vorst en sneeuw in wisselvallige, winderige winter
Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 6,0 C tegen 3,4 C normaal, eindigt de winter samen met die van 1990 op een gedeelde tweede plaats in de rij van zachtste winters sinds 1706. Op de eerste plaats staat de winter van 2006-2007 met een gemiddelde van 6,5 C. In het grootste deel van ons land ontbrak het compleet aan winters weer, of sneeuw en vorst.

Oorzaak van de bijzondere weersomstandigheden was een verschuiving van de gebruikelijke stromingspatronen en de daarbij behorende winden. Voortdurend trokken diepe depressies over de Atlantische Oceaan naar de Britse Eilanden. Bij Schotland bereikte de gemiddelde luchtdruk zelfs een extreem lage waarde die statistisch maar eens in de honderd jaar voorkomt. Zo'n drukpatroon leidt in West-Europa tot een hardnekkige zuidenwind waarmee in onze omgeving voortdurend zachte lucht van zuidelijke breedten wordt aangevoerd.

Alle drie de afzonderlijke wintermaanden eindigden in de top tien van zachtste maanden in ruim een eeuw. December eindigde op een zesde plaats, januari op een gedeelde achtste plaats en februari op een vierde plaats.
Tot vorst kwam het nauwelijks. In De Bilt werden slechts tien vorstdagen genoteerd (minimumtemperatuur lager dan 0,0 C) tegen 38 normaal. Een dergelijk laag aantal is sinds 1901 niet eerder vastgesteld. Op sommige plaatsen aan zee heeft het zelfs op geen enkele dag gevroren. Ook dat is sinds 1901 nooit eerder gebeurd in het winterseizoen. In De Bilt is het deze winter niet kouder geworden dan -3,1 C. Dat is hoogste minimumtemperatuur in ruim een eeuw. IJsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0 C) kwamen helemaal niet voor, het langjarig gemiddelde bedraagt er zeven ijsdagen.

Door het aanhoudend zachte weer is het koudegetal deze winter nog steeds nul. In ruim een eeuw is dat nooit eerder voorgekomen. Tot nu toe had de winter van 1989-1990 met 1,9 het laagste koudegetal. Het getal, een maat voor de hoeveelheid vorst, wordt verkregen door alle etmaalgemiddelde temperaturen beneden het vriespunt in het tijdvak van 1 november tot en met 31 maart te sommeren met weglating van het minteken.

Met gemiddeld over het land 249 zonuren tegen normaal 196 was de winter zonnig. Vooral in de donkere decembermaand was de zon veel te zien, gemiddeld over het land 80 uren tegen 49 normaal. In januari week het aantal zonuren met 69 niet veel af van het langjarige gemiddelde van 62 uren. Februari was aan de zonnige kant met 101 zonuren tegen 85 normaal. Het zonnigst was de winter in het zuiden van het land met op het KNMI-station Ell 284 zonuren. In het oosten scheen de zon een stuk minder. Het KNMI-station Twenthe bleef op 200 uren steken.

De winter was aan de droge kant met landelijk gemiddeld 189 mm tegen 208 mm normaal. In december en januari viel met 67, respectievelijk 65 mm minder regen dan de normale hoeveelheid van 80 en 73 mm. In februari werd met 56 mm vrijwel de normale hoeveelheid van 55 mm afgetapt. De meeste neerslag werd gemeten in de westelijke kustprovincies. Van de KNMI-stations was Valkenburg het natst met 252 mm. Maastricht kwam niet verder dan 113 mm regen. In het grootste deel van het land werd deze winter geen sneeuw waargenomen. Alleen tussen 24 en 26 januari viel en lag er in het noordoosten van het land sneeuw. Vrijwel sneeuwloze winters komen vaker voor, het laatst in 2007.

Vorig jaar winter was in De Bilt de gemiddelde temperatuur 2,9 C, bedroeg het aantal uren zonneschijn 175 en de neerslagsom 254 mm.

Normaal=het langjarig gemiddelde over het tijdvak 1981-2010
De Bilt, 3 maart/Rob Sluijter