Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2000
Tijdvak 1 – 8 januari
In dit tijdvak handhaafde zich boven Zuid-Europa een gordel van hoge druk, die zich uitstrekte van Spanje tot de Balkan. Tussen deze hogedruk gordel en opeenvolgende depressies boven het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen werd met een aanhoudende zuid- tot zuidweststroming zachte en vochtige maritieme lucht naar onze omgeving gevoerd. Met uitzondering van 5 januari toen een krachtige rug van hoge druk ons land passeerde en voor een droge en zonnige dag zorgde, was dit tijdvak somber. Er viel van tijd tot tijd regen en/of motregen en met maxima van 7 tot 9 C was het zeer zacht. ’s Nachts daalde het kwik op de meeste plaatsen tot 3 ŕ 4 C. Zeer plaatselijk kwam de temperatuur tijdens opklaringen even onder het vriespunt en vormde zich mist.
Tijdvak 9 – 13 januari
In de loop van 9 januari trok een trog in de bovenlucht van west naar oost over ons land. Achter deze trog breidde koude lucht zich over ons land uit. Van 9 op 10 januari trok een uitloper van het Azoren-hogedrukgebied via Noord-Frankrijk naar Polen. Hierdoor was het op de 9e zeer zonnig. In de ochtend van de 10e kwam het met sterke uitstraling op de meeste plaatsen tot lichte en hier en daar tot matige vorst. Er vormde zich op uitgebreide schaal dichte tot zeer dichte mist, die in het oosten van het land vrijwel de gehele dag aanwezig bleef. Door bevriezing van natte weggedeelten was het ook plaatselijk glad. Waar de mist niet oploste kwam de temperatuur overdag nauwelijks boven het vriespunt, elders werd het 5 ŕ 6 C. Op de andere dagen van dit tijdvak bevond ons land zich tussen een langgerekt hogedrukgebied dat zich uitstrekte van Spanje tot de Balkan en een frontale zone boven de Britse Eilanden, die zich zeer langzaam oostwaarts verplaatste. In het noorden van het land liet de zon verstek gaan, terwijl op 11 en 12 januari in het zuidoosten 7 uren zonneschijn werden genoteerd. Ondanks de zon werd het daar niet warmer dan ca. 4 C met ’s nachts lichte vorst. In de loop van de 13e nam vanuit het westen de bewolking toe en begon het te regenen op de nadering van de frontale zone boven de Noordzee. Plaatselijk werd de regen voorafgegaan door lichte sneeuw.
Tijdvak 14 – 21 januari
Op 14 januari om 00.00 UT bevond zich de frontale zone met kleine depressies boven de Duitse Bocht en boven Spanje, vrijwel boven ons land. Deze frontale zone verplaatste zich langzaam oostwaarts en zorgde bij ons voor een zeer sombere dag. De kern boven de Duitse Bocht vulde snel op, terwijl de kern boven Spanje in activiteit toenam. Tegelijkertijd nestelde zich ten westen van Ierland een krachtig hogedrukgebied, dat zich daar met een luchtdruk van ruim 1040 hPa tot het einde van dit tijdvak handhaafde. Opeenvolgende depressies trokken rond dit hogedrukgebied via IJsland naar Noord-Scandinavië en vandaar naar West-Rusland. Door deze ontwikkelingen handhaafde zich boven onze omgeving een noord- tot noordweststroming. Met deze stroming werd via de Noordzee zeer vochtige lucht aangevoerd, waarmee uitgestrekte wolkenvelden over ons land dreven. Hierdoor kreeg de zon weinig kans. Zwakke fronten, die nu en dan tot boven ons land konden doordringen brachten van tijd tot tijd regen en/of motregen. De hoeveelheden waren echter niet groot. In het algemeen was het weer in dit tijdvak rustig, zeer somber en zacht. De maximumtemperaturen varieerden tussen 5 en 8 C, de minima tussen 1 en 5 C. Zeer plaatselijk kwam de temperatuur in het binnenland tijdens opklaringen even onder het vriespunt.
Tijdvak 22 – 27 januari
Op 22 januari om 00.00 UT bevond zich voor de Noorse kust een depressie, waarvan het occlusiepunt zich in betekenis toenemend in snel tempo, met de bijbehorende koude put naar het zuidzuidoosten verplaatste. Achter het koufront, dat reeds in de morgen van de 22e ons land passeerde, stroomde met een krachtige noord/zuid gerichte straalstroom zeer koude en onstabiele, van hoge breedten afkomstige lucht over ons land. Er vielen winterse buien en door de aantrekkende noordnoordwesten wind kreeg het weer een guur karakter. In de loop van de 23e ruimde de wind tengevolge van sterke drukstijgingen boven Denemarken naar richtingen tussen noordoost en oost. Hierdoor werd aanzienlijk drogere lucht aangevoerd, waardoor de aanwezige bewolking oploste en de temperatuur flink omlaag ging. Met een wegvallende wind en een vrijwel onbewolkte hemel vond in de nacht van 23 op 24 januari sterke uitstraling plaats. Op de meeste plaatsen vroor het matig; in Twenthe werd met –11.3 C de laagste temperatuur van de maand bereikt. De 24e was een zeer zonnige dag maar de temperatuur kwam niet of nauwelijks boven het vriespunt. Het hogedrukgebied boven Denemarken trok naar de Balkan. Met een geleidelijk naar west tot zuidwest krimpende wind werd zachtere lucht naar onze omgeving gevoerd met veel bewolking, waaruit op de 25e plaatselijk wat sneeuw viel, op de 26e overgaand in motregen en regen. Op de 27e viel in het noorden en midden van het land regen en liet de zon verstek gaan, terwijl het zuidoosten 8 zonuren noteerde. In de oostelijke helft van het land vroor het die dag licht. Overdag liep de temperatuur daar op tot 3 C, terwijl in het westen maxima van 6 C werden bereikt.
Tijdvak 28 – 31 januari
Op de laatste dagen van de maand breidden depressies door drukdalingen boven Midden-Europa hun invloed geleidelijk verder naar het zuiden uit. In de warme sector van een zeer diepe depressie bij IJsland nam op de 28e aan de kust de wind toe tot stormachtig. Deze depressie trok oostwaarts naar Noorwegen en gaf het weer bij ons op 29 en 30 januari een onstuimig karakter met veel wind, zware windstoten in het hele land en veel regen. Op de 29e viel landelijk bezien 13 mm. De hoogste dagsommen meldden Twenthe (29 mm) en Arcen (26 mm). Een uitdiepende randstoring die op de 31e om 00.00 UT boven de Shetlandeilanden arriveerde en vervolgens via Duitsland naar Italië trok, hield bij ons het onstuimige weertype in stand. Er was in dit tijdvak weinig zon maar de temperaturen gingen desondanks flink omhoog. Op de 31e werden minima van 8 ŕ 9 C en maxima van 10 ŕ 12 genoteerd.

Dick Heijboer