| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2000
Tijdvak 1 – 10 februari In de eerste decade van deze maand werden de weerkaarten gekenmerkt door depressies, die via het zeegebied tussen IJsland en Schotland oostwaarts trokken en een gordel van hoge luchtdruk boven Zuid-Europa en het westelijk deel van de Middellandse Zee. Met een overwegende west- tot zuidweststroming werd voortdurend zachte en vochtige lucht aangevoerd. Met een gemiddelde temperatuur in De Bilt van 7.5 C tegen 3.2 C normaal was dit tijdvak het op twee zachtste sinds 1900. De maximumtemperaturen liepen uiteen van 8 tot 12 C, de minima van 4 tot 7 C. Vorst kwam op deze dagen nergens in het land voor. Frontale storingen met veel bewolking en regen, afgewisseld door brede opklaringen met zon, trokken van west naar oost over ons land. In de nacht van 4 op 5 februari werd met lichte regen stof afkomstig uit het westelijk deel van Sahara (Mauritanië) op het aardoppervlak gedeponeerd. 5 februari was door de invloed van een krachtige rug van hoge druk met landelijk gemiddeld ruim 6 uren zonneschijn een zeer zonnige en vrijwel droge dag. Van 8 op 9 februari trok een scherpe trog in de bovenlucht over ons land, vergezeld van winterse buien en plaatselijk in het oosten van het land ook van onweer. Aan de kust nam de wind toe tot stormachtig en op veel plaatsen kwamen zware windstoten voor. Achter het koufront van een depressie voor de Noorse kust, dat in de avond van de 10e over ons land trok ging de temperatuur flink omlaag.Tijdvak 11 – 15 februari Met weinig wind en een vrijwel onbewolkte hemel daalde de temperatuur in de vroege morgen van 11 februari in het binnenland op veel plaatsen tot beneden het vriespunt. Plaatselijk was het glad door bevriezing van natte weggedeelten. Overdag steeg het kwik met een uitbundig schijnende zon tot ca. 8 C. Ook in dit tijdvak bepaalden depressies tussen IJsland en Noorwegen en een persistente gordel van hoge druk boven de Middellandse Zee het weerbeeld. Doordat de straalstroom vrijwel over of dichtbij ons land lag kwam ons land van tijd tot tijd in drogere polaire lucht. Tijdens brede opklaringen overdag bereikte de temperatuur met veel zon maxima van 7 à 8 C. De nachten waren koud met plaatselijk lichte vorst. In de ochtend van 14 februari vormde zich hoofdzakelijk in het midden van het land enige tijd dichte mist. In de loop van de 14e kromp de stroming boven ons land naar het zuidwesten en werd de vorst verdreven. De maxima van ca. 8 C werden die dag dan ook laat in de avond bereikt. De 15e begon tamelijk zonnig maar in de loop van de dag nam de bewolking toe op de nadering van een frontale zone boven Engeland. In de avond breidde een neerslaggebied zich vanuit het westen over het land uit.Tijdvak 16 – 19 februari Achter de frontale zone, die in de vroege morgen van 16 februari ons land passeerde, breidde een krachtige noordwest straalstroom zich over onze omgeving uit. Hierdoor kreeg het weer een uitermate onstabiel en onstuimig karakter. Aan de kust nam de wind toe tot hard met in het hele land zware windstoten. Talrijke winterse buien dreven met regen, hagel en natte sneeuw van de Noordzee landinwaarts. Plaatselijk viel die dag 10 tot 15 mm neerslag en werd het niet warmer dan 5 à 6 C. In de avond kwamen vooral in het westen zware winterse buien voor, waarbij ook onweer voorkwam met zeer zware windstoten. In Den Haag en omgeving richtte de wind aanzienlijke schade aan. Of hier sprake is geweest van een windhoos kon niet met zekerheid worden vastgesteld. In de nacht van 16 op 17 februari ging de neerslag in het oosten van het land over in sneeuw. Rond het middaguur had zich in Deelen een sneeuwdek van ca. 8 cm gevormd. Ook op 18 en 19 februari vielen er talrijke winterse buien, maar geleidelijk kreeg de regen de overhand. De temperatuur liep overdag weer op tot 7 à 8 C, de nachten waren koud met temperaturen om en nabij het vriespunt.Tijdvak 20 – 23 februari In dit tijdvak stond het weer bij ons onder invloed van een hogedrukgebied dat zich van de Golf van Biskaje, via Noord-Frankrijk naar de Balkan verplaatste en vervolgens via een rug verbinding kreeg met het Azoren-hogedrukgebied. Er was weinig wind en er viel geen neerslag van betekenis. De 20e was een zeer zonnige dag, op de overige dagen hadden wolkenvelden de overhand. Overdag werd het 6 tot 7 C. Op veel plaatsen vormde zich in de nacht dichte tot zeer dichte mist. Met op de meeste plaatsen lichte vorst en plaatselijk in het oosten matige vorst was het glad door bevroren mistaanslag. In de loop van de 23e kromp de wind boven ons land naar zuidwest tot zuid en nam in kracht toe. Hierdoor werd de koude lucht verdreven en liep het kwik op tot 9 à 11 C.Tijdvak 24 – 27 februari In de vroege morgen van de 24e trok het frontensysteem van een depressie bij IJsland met veel bewolking en langdurige regen over ons land oostwaarts. Nabij de Azoren ontwikkelde zich in het koufront een actieve storing, die met grote snelheid oostwaarts koerste en in de nacht van 24 op 25 februari met veel regen over het zuiden van het land trok. Landelijk gemiddeld viel op deze dagen respectievelijk 8 en 9 mm neerslag. Met etmaalsommen van 10 en 20 mm werd de meeste neerslag in Volkel afgetapt. De sneltrekkende frontale storing werd al even snel gevolgd door drukstijgingen, waardoor de 25e met gemiddeld 7 uren zon toch een fraaie dag was. Onder invloed van een hoog boven Duitsland was het ook op de 26e en 27e zeer zonnig en met maxima oplopend tot 14 à 15 C zeer zacht. In de heldere nachten daalde de temperatuur op veel plaatsen in het binnenland tot even beneden het vriespunt.Tijdvak 28 – 29 februari Doordat het hogedrukgebied boven Duitsland naar de Balkan trok kon op de laatste dagen van de maand een actieve depressie bij IJsland haar invloed tot boven onze omgeving uitbreiden. In de loop van de 28e passeerde het koufront ons land met veel regen en wind, op de 29e gevolgd door een actieve randstoring die van Ierland naar Denemarken trok met vooral in het zuiden van ons land opnieuw veel regen en wind. Er was weinig zon maar zonder vorst bleef het zeer zacht.
Dick Heijboer
|
|
|