| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2000
Tijdvak 1 – 5 maart Op 1 maart bevond ons land zich tussen een depressie boven Scandinavië en een hogedrukgebied nabij de Azoren. Met een noordweststroming werd koude onstabiele lucht aangevoerd, waardoor het weer een guur karakter had. Er vielen talrijke regen- en hagelbuien. Overdag werd het ca. 8 C. In de vroege morgen van 2 maart daalde de temperatuur in het oosten tot beneden het vriespunt. In de loop van de morgen nam de bewolking weer toe onder invloed van een depressie die via de Far Oer naar Zuid-Noorwegen trok. In de avond regende het in het hele land met een aan de kust tot stormachtig toenemende zuidwesten wind met zware windstoten. In de morgen van 3 maart passeerde het koufront met veel regen en zware windstoten. De temperatuur liep hierbij op tot 9 ŕ 10 C. Landelijk bezien viel 14 mm neerslag. Hoogeveen noteerde met 27 mm de grootste etmaalsom. Na een vrijwel droge middag ruimde de wind naar het noordwesten, ging de temperatuur flink omlaag en kreeg de neerslag een buiig karakter. Op 4 maart dreven met een noordweststroming talrijke winterse buien, vergezeld van onweer, van de Noordzee landinwaarts. Hagel en kortdurende hevige sneeuwval, waardoor het zicht plotseling sterk werd gereduceerd en plaatselijke gladheid bezorgden het verkeer veel overlast. Met minima van enkele graden beneden het vriespunt en maxima van 4 ŕ 5 C was het, ondanks gemiddeld bijna 6 uren zon, een gure dag. Op 5 maart trok een hogedrukgebied over Frankrijk oostwaarts. Hierdoor kromp de wind bij ons naar het zuidwesten, nam de buiigheid af en ging de temperatuur weer omhoog.Tijdvak 6 – 10 maart In dit tijdvak kwam de straalstroom even ten noorden van ons land te liggen. Opeenvolgende storingen trokken via Schotland oostwaarts, terwijl zich boven de Middellandse Zee een gordel van hoge luchtdruk handhaafde. Met een brede krachtige weststroming werd zeer zachte en vochtige maritieme lucht aangevoerd. Van 9 op 10 maart werd deze stroming tijdelijk onderbroken door een rug van hoge druk, waardoor tijdens flinke opklaringen in de nacht de temperatuur plaatselijk daalde tot even beneden het vriespunt. Met minima van 9 tot 6 C en maxima van 10 tot 12 C was dit tijdvak verder zeer zacht. Het weer had een somber karakter met van tijd tot tijd regen en/of motregen. Op 8 en 9 maart viel op meerdere plaatsen 10 tot 15 mm neerslag.Tijdvak 11 – 14 maart Op 11 maart passeerde in de morgen het koufront van een depressie voor de Noorse kust ons land. Achter dit koufront breidden luchtdrukstijgingen zich naar het oosten uit. Hierdoor was 11 maart in het westen van het land een zeer zonnige dag. In het oosten regende het langdurig en liet de zon zich nauwelijks zien. Bij een naar noordwest ruimende wind bereikte de temperatuur maxima van 10 ŕ 11 C. Op de andere dagen van dit tijdvak handhaafde de temperatuur zich op dit zelfde niveau. Ook de 12e was in het westen zeer zonnig, terwijl in het oosten de zon schuil ging achter een dik wolkendek. In de nacht van 12 op 13 maart vormde zich plaatselijk dichte mist. Verder was de 13e een sombere dag met nu en dan lichte motregen. In de loop van 14 maart trok een koufront met veel bewolking, regen en een tot krachtig toenemende wind over ons land. Met een noordwesten wind werd koude onstabiele lucht aangevoerd. ’s Avonds ontstonden buien,waaruit ook hagel viel. Nadat ’s morgens nog maxima van 10 ŕ 11 C waren bereikt, ging de temperatuur geleidelijk omlaag.Tijdvak 15 – 18 maart Op deze dagen toonden de weerkaarten een quasi-stationair hogedrukgebied nabij Zuid-Ierland. Met een aanhoudende noordweststroming werden uitgestrekte wolkenvelden, waaruit van tijd tot tijd lichte regen en/of motregen viel, van de Noordzee naar ons land gevoerd. In de vroege morgen van de 15e was het door bevriezing plaatselijk glad bij temperaturen even beneden het vriespunt. Later op die dag scheen de zon vooral in het zuiden enige tijd. Op de andere dagen liet de zon zich nauwelijks zien en had het weer een somber karakter. Verder in dit tijdvak waren de minima van 5 ŕ 6 C aan de hoge kant en de maxima van 8 tot 10 C vrijwel normaal.Tijdvak 19 – 23 maart Aanvankelijk viel op 19 maart in het midden en zuiden van het land nog enige neerslag. Doordat het hogedrukgebied nabij Zuid-Ierland zich in de richting van Scandinavië uitbreidde, ruimde de wind bij ons naar het noordoosten. Hierdoor werd drogere lucht aangevoerd en trokken bewolking en neerslag naar het zuiden weg. Met weinig wind en veel zon werd het een fraaie lentedag, maar met maxima van 8 ŕ 10 C bleef het aan de frisse kant. In dit tijdvak kwam het ’s nachts met weinig wind plaatselijk tot lichte vorst, waarbij zich op veel plaatsen dichte tot zeer dichte mist vormde, die soms lang aanwezig bleef. In het algemeen was dit tijdvak zonnig en met een zwakke naar zuid ruimende wind gingen de maxima omhoog: op de 22e werd het in het zuiden zelfs 17 ŕ 18 C.Tijdvak 24 – 26 maart In dit tijdvak stond het weer bij ons onder invloed van een depressie, die op 24 maart nog ten zuiden van IJsland lag en geleidelijk haar invloed naar het oosten uitbreidde. Een naar het zuidwesten draaiende wind zorgde voor meer bewolking, later gevolgd door enige regen en motregen. Met maxima rond de 12 C was de temperatuur normaal voor de tijd van het jaar. Op 25 en 26 maart kwamen een aantal buien tot ontwikkeling, die plaatselijk gepaard gingen met hagel en onweer.Tijdvak 27 – 31 maart De kern van de, in activiteit afnemende, depressie passeerde op 27 maart ons land. De wind, die daarna uit noordoostelijke richting ging waaien, was meest matig. Plaatselijk was er in de nacht en ochtend sprake van mist. Ondanks het overwegend bewolkte weer bleef het op de dagen daarna bijna overal droog. Met een meest matige noordoosten wind bereikte de temperatuur overdag nauwelijks de 8 C en bleef daarmee onder normaal. In de nacht kwam het op een aantal plaatsen tot vorst aan de grond.
Dick Heijboer
|
|
|