Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juni 2000
Tijdvak 1 – 4 juni
In dit tijdvak stond het weer in ons land aanvankelijk onder invloed van een complexe depressie, die zich van het zeegebied ten westen van Schotland, naar Scandinavië verplaatste. Door een sterk in betekenis toenemende frontale storing, die op 4 juni van Ierland naar de Duitse Bocht trok bleef ons land geruime tijd in een zuidwest stroming met aanvoer van onstabiele warme lucht. 1 juni was een tamelijk sombere dag. Daarna was het zeer zonnig, waardoor de temperatuur flink omhoog ging. 3 juni was op veel plaatsen, ook in De Bilt, een zomerse dag. Bij deze temperaturen nam de onstabiliteit zodanig toe dat vooral boven het zuidoosten van ons land zware onweersbuien tot ontwikkeling kwamen, waaruit plaatselijk ook hagel viel. Op het KNMI-neerslagstation Sevenum in Noord-Limburg werd 79 mm afgetapt.
Tijdvak 5 – 9 juni
Op 5 juni trok een volgende frontale storing van Frankrijk via het oosten van ons land naar Noord-Duitsland. Deze storing bracht in ons land veel bewolking en enige tijd regen en/of motregen. Met een zwakke noordnoordwesten wind werd het niet warmer dan 15 à 16 C. Op de 6e viel er eerst nog enige tijd regen. In de loop van de dag klaarde het op, maar tegen de avond nam de bewolking weer toe en in de avond kwamen plaatselijk onweersbuien tot ontwikkeling op de nadering van het koufront van een diepe depressie nabij 60N 35W. Achter het koufront, dat in de vroege morgen van de 7e ons land met enkele buien passeerde trok een hogedrukgebied in snel tempo van de Golf van Biskaje naar Midden-Europa en vervolgens naar de Balkan. Op 8 en 9 juni werd tussen dit hogedrukgebied en een frontale zone boven de Britse Eilanden met een zwakke zuidstroming warme en droge lucht aangevoerd. Met veel zon, landelijk gemiddeld 13 à 14 uur, werd op de 9e in het zuidoosten van het land de 30 C overschreden. In De Bilt was het met 29.6 C net geen tropische dag.
Tijdvak 10 – 14 juni
In de nacht van 9 op 10 juni trok de frontale zone vergezeld van onweersbuien over ons land oostwaarts, gevolgd door een zwakke rug van hoge druk. Met maxima van ca. 19 C was de 10e een aanmerkelijk koelere dag dan de voorgaande. Op de andere dagen van dit tijdvak bevond ons land zich aan de zuidflank van twee opeenvolgende depressies, die tussen IJsland en Schotland naar het noordoosten trokken.De 11e was met landelijk gemiddeld 10 uur zon nog een zeer zonnige dag, maar doordat het polaire front geleidelijk zuidelijker kwam, was er dagelijks steeds minder zon. In het noorden van het land was de 14e een zonloze dag. Er viel daar ca. 7 mm neerslag en het werd er niet warmer dan 16 à 17 C. In het zuiden bleef het droog en daar werden maxima van 23 C genoteerd.
Tijdvak 15 – 20 juni
In dit tijdvak werd het weer in ons land bepaald door een krachtig hogedrukgebied dat zich langzaam van de Britse Eilanden naar de Balkan verplaatste. Met een noordwest- tot noordstroming was het aanvankelijk weliswaar zeer zonnig maar met maxima van 18 tot 20 C nog niet warm. In de nachten kwam het in het binnenland bij sterke uitstraling op veel plaatsen tot vorst aan de grond. Op de 17e meldde Twenthe in de hut een minimum van 1.6 C, de landelijk laagste temperatuur van de maand. In de loop van de 17e passeerde het centrum van het hogedrukgebied ons land en ruimde de wind naar richtingen tussen zuidoost en zuid. Met deze stroming werd droge en zeer warme lucht naar ons land gevoerd, waardoor de temperatuur drastisch omhoog ging. Op de 18e werd in het zuidoosten de grens van 30 C al overschreden. Op 20 juni werden in vrijwel het hele land met 14 tot 15 uren zonneschijn maxima bereikt tussen 32 en 34.6 C in Arcen en Ell. Op 19 en 20 juni steeg het kwik in De Bilt tot respectievelijk 33.5 en 33.6 C. Vanaf 1900 werd het daar in de tweede decade van juni niet eerder zo warm. Door de grote hitte ontwikkelde zich op de 20e aan het einde van de middag in de omgeving van Schiphol een onweersbui, die weer snel oploste.
Tijdvak 21 – 25 juni
Op 21 juni kwam een einde aan het zonnige en warme weer doordat een depressie ten westen van Schotland haar invloed geleidelijk naar onze omgeving kon uitbreiden. Aanvankelijk werd het op veel plaatsen nog 25 tot 27 C, maar in de loop van de dag nam de bewolking toe. Aan het einde van de dag bereikte het bijbehorende koufront ons land, waarbij plaatselijk in het oosten van het land onweersbuien tot ontwikkeling kwamen. In Nieuw Beerta viel in ca. één uur 26 mm neerslag. De eerdergenoemde depressie trok langzaam via Schotland en de noordelijke Noordzee naar de Oostzee. Met een geleidelijk van zuidwest naar noordwest ruimende stroming werd koele en onstabiele lucht naar onze omgeving gevoerd. Er was veel bewolking en het weer had een sterk buiig karakter. De temperatuur ging flink omlaag. Op de 23e werd het nog ca. 19 C maar de 25e was met weinig zon en maxima van ca. 15 C op de meeste plaatsen een sombere en koude dag.
Tijdvak 26 – 30 juni
Op de laatste dagen van de maand werden de weerkaarten gekenmerkt door een vlak lagedrukgebied boven Scandinavië en een hogedrukgebied in de buurt van Far Oer met een rug, die zich uitstrekte naar de zuidelijke Noordzee. Met een zwakke wind, overwegend uit richtingen tussen noordwest en noord dreven vanaf de Noordzee uitgestrekte stratocumulusvelden landinwaarts. Uit deze bewolking viel in het uiterste noorden van het land van tijd tot tijd enige lichte regen. De 27e was landelijk gezien een zeer zonnige dag, maar in het algemeen scheen de zon het langst in het westen en zuiden van het land, terwijl het uiterste noordoosten veelal schuil ging onder het wolkendek. Met minima uiteenlopend van 11 C aan de kust tot 3 à 4 C plaatselijk in het binnenland, waarbij ook vorst aan de grond voorkwam en maxima van gemiddeld 16 tot 18 C was dit tijdvak té koud voor de tijd van het jaar.

Dick Heijboer