| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2000
Tijdvak 1 – 7 oktober Dit tijdvak werd gekenmerkt door zeer wisselvallig weer, doordat frontale storingen van opeenvolgende depressies boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland, over ons land trokken. 1 oktober was door een boven ons land stagnerend warmtefront een sombere dag met langdurig motregen. Door een frontale storing boven Duitsland viel in het zuidoosten veel regen: Arcen meldde een etmaalsom van 34 mm. Op de 2e trok een occlusie met enige lichte regen over ons land. In de loop van 3 oktober trok het restant van de orkaan “Isaac” als depressie naar de Shetland-eilanden. Onder invloed van een zwakke rug van hoge druk was het in ons land een tamelijk zonnige dag en werd het evenals de voorgaande dagen ca. 17 C. Doordat vanaf 4 oktober een koude put zich van IJsland naar het zuidoosten verplaatste nam de onstabiliteit boven onze omgeving toe. Op de 5e trok een frontale storing van Frankrijk naar de Noordzee. Doordat ook de koude put op 6 oktober de Noordzee bereikte nam de storing sterk in activiteit toe. In de ochtend trokken met een noordwestenwind zware buien vergezeld van intensief onweer, hevige regen en plaatselijk ook van hagel van de Noordzee landinwaarts. Het werd niet warmer dan ca. 14 C. Na een koude nacht met plaatselijk in het binnenland vorst aan de grond was 7 oktober een zeer zonnige dag maar het kwik kwam niet hoger dan 13 à 14 C.Tijdvak 8 – 13 oktober Op de 8e trok het frontensysteem van een omvangrijke depressie nabij IJsland met veel bewolking, enige tijd regen en lokaal ook onweer over ons land. Achter dit front breidde de straalstroom zich tot boven onze omgeving uit. Op 9 oktober verplaatste een sterk uitdiepende depressie zich snel van het zeegebied ten westen van Ierland naar Schotland en bleef daar een etmaal quasi-stationair, verder uitdiepend tot ca. 965 hPa ’s avonds laat op de 10e. Op die dag trok een volgende actieve depressie van de oceaan in zeer snel tempo oostwaarts en bereikte Zuid-Engeland omstreeks 24.00 UT. De weerkaart van dat tijdstip werd gekenmerkt door twee kernen van 965 hPa, één boven Schotland en één boven Zuid-Engeland. Van 11 tot 13 oktober trok dit complexe systeem geleidelijk opvullend naar de noordelijke Noordzee. Onder invloed van deze ontwikkelingen begon het in de avond van de 9e boven ons land te regenen. Op 10 en 11 oktober viel landelijk veel neerslag, respectievelijk 11 en 9 mm. Op de 11e rond het middaguur richtte een windhoos, die als waterhoos over het Drontermeer trok, aanzienlijke schade aan in Kampen. Het werd op deze dagen niet warmer dan 12 tot 13 C. Op 12 en 13 oktober verbeterde het weer: de zon kreeg meer kans, er viel nauwelijks nog neerslag en de maxima liepen op tot 15 à 16 C.Tijdvak 14 – 21 oktober Op 14 en 15 oktober was de gradiënt boven ons land zeer gering. In de vroege ochtend van de 14e en opnieuw in de nacht van 14 op 15 oktober vormde zich op grote schaal dichte en plaatselijk zeer dichte mist. Met een vrijwel geheel bedekte lucht werd het niet warmer dan 13 C. Op de 16e trok een van de Middellandse Zee afkomstige depressie via ons land naar Noorwegen. Op veel plaatsen viel langdurig regen en/of motregen. Inmiddels was boven de Baltische Staten en West-Rusland een krachtig hogedrukgebied tot ontwikkeling gekomen. Door de invloed van dit hogedrukgebied werd de weststroming geblokkeerd en kwam boven onze omgeving geleidelijk een zuidstroming tot stand. Fronten stagneerden boven de Britse Eilanden of dicht bij ons land, zoals op de 19e toen landelijk 8 mm regen viel. Er was weinig zon maar dagelijks gingen de maxima omhoog tot 19 à 20 C op de 21e.Tijdvak 22 – 23 oktober Op deze dagen trok het hogedrukgebied boven West-Rusland naar de Balkan, waardoor de weg voor storingen naar onze omgeving weer werd vrij gemaakt. De 22e was in het noordwesten een sombere dag met enige lichte regen en maxima van 16 C. In het zuidoosten scheen volop de zon en werd het 20 tot 21 C. De 23e begon ook zeer zonnig maar in de loop van de dag nam de bewolking toe op de nadering van een koufront boven Engeland, dat in de middag en avond met regen en lokaal onweer over ons land trok.Tijdvak 24 – 31 oktober Door grote depressie-activiteit op de oceaan trokken in dit tijdvak opeenvolgende diepe depressies via het zeegebied tussen IJsland en Schotland naar Scandinavië. De straalstroom kwam weer boven onze omgeving te liggen en voortgestuwd door de krachtige weststroming trokken frontensystemen in snel tempo over ons land. Daardoor had het weer een sterk wisselvallig en vooral onstuimig karakter. Er was in het algemeen weinig zon, met uitzondering van de 26e en de 29e toen tussen de buien door nog landelijk gemiddeld 4 à 5 zonuren werden geregistreerd. Dagelijkse viel neerslag in de vorm van motregen, regen of buien. Vooral van 27 op 28 oktober regende het langdurig door golfvorming in een boven ons land stagnerend koufront. Op 29, 30 en 31 oktober kwam door de grote onstabiliteit ook onweer voor met plaatselijk hagel. In de ochtend van 25 oktober stond aan de kust enige tijd een stormachtige zuidwesten wind, kracht 8. Onder invloed van een zeer diepe depressie ten noorden van Schotland nam in de nacht van 29 op 30 oktober langs de kust de wind toe tot zware zuidwesterstorm, kracht 10. Op de Waddeneilanden viel hierbij plaatselijk 80 tot 90 mm neerslag. In de loop van 30 oktober trok een sterk in activiteit toenemende depressie van Zuid-Ierland in noordoostelijke richting en bereikte om 18.00 UT de noordelijke Noordzee met een kerndruk van 944 hPa. Hierdoor werd aan de kust nog enige tijd een zuidwesterstorm, kracht 9, in stand gehouden. In het hele land veroorzaakten zware tot zeer zware windstoten schade en overlast. De temperatuur ging in dit tijdvak geleidelijk omlaag: de maxima van 14 C op de 24e naar 11 à 12 C op de 31e en de minima van 11 naar 7 C.
Dick Heijboer
|
|
|