Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2000
Tijdvak 1 – 5 november
In dit tijdvak werd het weer bepaald door een omvangrijk lagedrukgebied boven het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen. Een trog van de depressie verplaatste zich op 1 november vergezeld van actieve buien over het land. Op 2 november trok een zich snel ontwikkelende randstoring van Ierland naar het midden van de Noordzee. Onder invloed van dit systeem regende het enkele uren. Het frontale systeem werd snel gevolgd door buien die plaatselijk vergezeld gingen van onweer, hagel en zeer zware windstoten. In de onstabiele lucht ontstonden op 3,4 en 5 november boven zee onweersbuien die, doordat de stroming zuidzuidwest was, met name in Noord-Holland en op de Waddeneilanden plaatselijk veel neerslag brachten. In de rest van het land was het op deze dagen vrij zonnig. De maximumtemperaturen lagen in deze periode tussen de 10 tot 12 graden.
Tijdvak 6 – 10 november
Op deze dagen trok een diepe en op alle niveaus goed ontwikkelde depressie zeer langzaam van het Kanaal naar de noordelijke Noordzee. Hierbij vulde het systeem geleidelijk op. Het oclusiefront passeerde met regen op 6 november. In de vochtige en onstabiele lucht die daarna over ons land stroomde ontwikkelden zich buien die, doordat er slechts weinig stroming in de atmosfeer stond, slechts traag over het land trokken. Onder invloed van het warme zeewater waren de buien vooral actief in Zuid- en Noord-Holland. Op 9 november veroorzaakte de nabijheid van de koude put meer aanhoudende regenval boven Zuid-Holland, Utrecht en de IJsselmeerpolders. In Valkenburg en op Schiphol werd op 8, 9, 10 november dagelijks meer dan 25 mm neerslag afgetapt. Hoek van Holland noteerde op 9 november met 56 mm de grootste dagsom gedurende deze periode. De gevallen neerslag gaf in Zuid-Holland op 9 en 10 november plaatselijk aanleiding tot wateroverlast, met name in het Westland. De zuidoostelijke helft van het land was gedurende de periode 8-10 november met globaal 2-10 mm neerslag beduidend droger. De maximumtemperaturen in dit tijdvak lagen met 9 à 10 graden iets onder normaal.
Tijdvak 11 – 15 november
Het weer stond gedurende deze dagen onder invloed van een depressie die zich verplaatste van het zeegebied ten zuiden van IJsland via Schotland naar Noorwegen. Het warmtefront van de depressie passeerde op 11 november. Door golfvorming bleef het koufront op 12 november boven ons land slepen. Het was een zonloze dag waarbij langdurig regen viel. In een groot deel van het land viel 5-10 mm neerslag. In de vroege ochtend van 14 november kwam het met name in het westen en midden van het land tot plaatselijk zeer dichte mist. In het midden van het land daalde de temperatuur hierbij op de normale waarnemingshoogte tot 1 à 2 graden en dicht bij de grond tot even beneden het vriespunt. Verder was het gedurende deze dagen wisselend bewolkt waarbij plaatselijk een bui viel. Aanvankelijk was het zacht met maxima van ca. 11 graden, op 14 en 15 november daalden de maxima naar 7 à 9 graden.
Tijdvak 16 – 20 november
Een depressie trok in dit tijdvak van IJsland naar de Britse Eilanden. De occlusie van de depressie passeerde ons land op 16 november met landelijk 4 mm neerslag over. Op 17 november trok een actieve trog met buien, sommige vergezeld van onweer en hagel, van west naar oost over het land. Op 18 en 19 november passeerde een frontensysteem. Hierachter veroorzaakte een trog op 20 november veel buien, op enkele plaatsen vergezeld van onweer. Met uitzondering van 19 november, toen in de warme sector van het frontale systeem de temperatuur tijdelijk steeg tot 10 à 11 graden, lagen de maxima in deze periode met 7 à 9 graden rond de normale waarde voor de 2e decade van november.
Tijdvak 21 – 26 november
Het weer wisselde sterk in dit tijdvak en werd bepaald door opeenvolgende lagedrukgebieden nabij de Britse Eilanden waarvan frontale storingen over ons land trokken. In de avond van 21 november passeerde een oclusie. In de maritieme lucht achter het front trok op 22 november een trog over het land. Hierbij kwamen in de oostelijke helft van het land enkele buiencomplexen tot ontwikkeling die plaatselijk vergezeld gingen van onweer en hagel. Op 23 november trok een randstoring die ontstaan was door golfvorming in het polaire front vanuit de Golf van Biskaje naar de Noorzee. Bijna overal werd het een zonloze dag en er viel af en toe regen. Een volgende oclusie trok in de nacht van 25/26 november over. Hierbij viel 5 tot 12 mm neerslag. Het tijdvak verliep zacht met maximumtemperaturen meestal tussen 9 en 11 C.
Tijdvak 27 – 30 november
Tussen een hogedrukgebied boven het zuidoosten van Europa en een depressie west van Ierland werd een zuidstroming in stand gehouden. Een warmtefront bracht in de nacht van 27 op 28 november landelijk gemiddeld 5 mm neerslag, achter dit front stroomde subtropische lucht uit over het land. Hierin werden op de 28e overdag maximum temperaturen bereikt van 11 graden in het noorden tot ruim 15 graden plaatselijk in het zuiden (Woensdrecht 15.7 C). Op 29 november werden vergelijkbare maxima gemeten. De minimumtemperaturen lagen in dit tijdvak ruim boven normaal. Op 29 november daalde de temperatuur niet verder dan 8 à 11 C.

Dick Heijboer