| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2001
Tijdvak 1 – 4 januari Een depressie, op 1 januari 00.00 UT met een kerndruk van 955 hPa west van Ierland, trok in dit tijdvak traag naar Schotland en bepaalde het weer. Een frontaal systeem van de depressie veroorzaakte in de Nieuwjaarsnacht regen, aanvankelijk soms vergezeld van ijsregen, waarbij in het midden en oosten van het land plaatselijk ook ijsvorming optrad. Overdag bleef het somber met af en toe regen. Landelijk bezien viel 8 mm neerslag. Met een zuidweststroming werd op 2 januari zeer zachte lucht aangevoerd; de temperatuur liep in het midden en zuiden op tot 11 ŕ 12 C. op 3 januari viel in de avond regen op de nadering van en frontaal systeem behorende bij een depressie die opgenomen werd in het eerder genoemde sturende lagedrukgebied. Op 4 januari lag het front golvend over het land; de dage verliep regenachtig en somber. Zowel op 3 als 4 januari was het zacht met maxima van 7 ŕ 10 C.Tijdvak 5 – 9 januari Een actieve depressie trok op 5 januari vanuit het Kanaal via de Waddeneilanden naar Denemarken. Het was een zonloze dag met langdurige regen waarbij landelijk bezien 15 mm viel. Het lagedrukgebied bleef de rest van het tijdvak nabij Zuid-Noorwegen liggen en vulde geleidelijk op. Met een zuidweststroming werd maritiem polaire lucht aangevoerd. Op 6 januari was het in het noorden vrij zonnig, in het midden en zuiden bleef het zwaar bewolkt en vielen enkele lichte buitjes. 7 januari verliep in het hele land zwaar bewolkt. In de vroege ochtend van 8 januari daalde de temperatuur aan de grond tijdens opklaringen in het zuidoosten van het land tot onder 0 C. Door bevriezing ontstond plaatselijk verraderlijke gladheid. Er kwamen bij verkeersongevallen zeven mensen om het leven. Op 9 januari was het zwaar bewolkt en in het noorden vielen enkele lichte buien. De maximumtemperatuur daalden in dit tijdvak van 10 C naar ca. 6 C.Tijdvak 10 – 14 januari In dit tijdvak kwam een ooststroming tot stand onder invloed van een krachtig hogedrukgebied waarvan de kern zich van IJsland naar de Noordzee verplaatste en een complex lagedrukgebied dat van Zuidwest-Europa naar Italië trok. Een opvullende kern van de depressie bevond zich op 10 januari boven Bretagne. Een bijbehorend warmtefront dat stagneerde boven België veroorzaakte ten zuiden van de grote rivieren lichte regen. Zuid van de lijn Vlissingen-Roermond viel 5 tot 13 mm. Op 11 januari was er in het zuiden van het land nog veel bewolking aanwezig, elders verliep de dag zonnig. Op 12 en 13 januari was het juist in het zuiden vrij zonnig. Elders werd vochtigere lucht vanuit de Duitse Bocht aangevoerd en was het bewolkt. Met name in het noorden kwam plaatselijk ook dichte mist voor. Op 14 januari was de aangevoerde lucht in vrijwel het hele land vochtig en de dag verliep bewolkt. In de nachten vroor het op veel plaatsen licht, soms matig. De maximumtemperatuur was op 10, 11 en 12 januari 3 ŕ 5 C. In de gebieden met bewolking of mist bleef het op 13 en 14 januari plaatselijk het hele etmaal vriezen, elders werd het 1 ŕ 4 graden.Tijdvak 15 – 17 januari Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied lag in dit tijdvak boven Oost-Europa met een uitloper naar Zuid-Scandinavië. Met een ooststroming werd droge en koude lucht aangevoerd. Het tijdvak verliep zonnig. In de nacht en ochtend vroor het licht tot matig, op 17 januari plaatselijk ook streng. In de middag kwam de temperatuur met name in de zuidwestelijke helft van het land boven het vriespunt. In het noorden bleef het licht vriezen.Tijdvak 18 – 20 januari De kern van het hogedrukgebied boven Oost-Europa verplaatste zich langzaam oostwaarts maar er bleef een uitloper naar Zuid-Scandinavië aanwezig. Een vlak lagedrukgebied trok in de zuidooststroming vanuit Duitsland op 18 januari over Nederland om vervolgens quasi-stationair te worden boven de Noordzee. Na een nacht met overwegend matige vorst viel er met name in het midden en noordwesten van het land enige uren sneeuw. In het (zuid)oosten ging de sneeuw op veel plaatsen over in regen. Daar kwam de temperatuur 1 ŕ 3 graden boven het vriespunt, in het westen bleef het de gehele dag vriezen. In de avond ontstond op sommige plaatsen (zeer)dichte en plaatselijk aanvriezende mist die zich op 19 januari lang kon handhaven. Zwakke troggen van de depressie veroorzaakten op 10 en 20 januari plaatselijk sneeuw waarbij in het noorden op sommige plaatsen een sneeuwdek van 10 cm werd gevormd. In de nacht en ochtend vroor het meest licht, overdag kwam de temperatuur enkele graden boven het vriespunt.Tijdvak 21 – 22 januari Onder invloed van een complex lagedrukgebied ten zuiden van IJsland en een hogedrukgebied boven Oost-Europa stond in dit tijdvak boven West-Europa een overwegende zuidweststroming. In de late middag en avond van 21 januari en de daarop volgende nacht veroorzaakte een van west naar oost lopende golf in een van het zuiden opdringende occlusie in een groot deel van het land sneeuwval. Hierbij viel op veel plaatsen ca. 2 tot 5 cm sneeuw. Op 22 januari trok het front van zuid naar noord over het land. Aanvankelijk kwam vooral in het zuiden en midden van het land (zeer) dichte mist voor. De temperaturen liepen geleidelijk op van ca. 4 C in het noorden tot ca. 8 C in het zuiden.Tijdvak 23 – 27 januari Een actieve randstoring trok op 23 januari van het midden van de Atlantische Oceaan naar Schotland waar het op 24 januari aankwam en in het eerdergenoemde sturende lagedrukgebied werd opgenomen. Het bijbehorende warmtefront passeerde in de avond van de 23e met regen waarna in zeer zachte subtropische lucht de temperatuur in de nacht opliep tot 10 ŕ 13 graden. Na een inactief koufront passeerde in de vroege ochtend van 24 januari een trog met actieve buien, plaatselijk vergezeld van onweer, hagel en zware windstoten. Op 25 en 26 januari werd de aangevoerde lucht geleidelijk minder zacht en viel er plaatselijk een bui. Op 27 januari trok een randstoring van Bretagne over ons land naar Denemarken. Het frontale systeem veroorzaakte langdurige regen bij temperaturen van 2 ŕ 4 graden. Landelijk bezien viel 8 mm.Tijdvak 28 – 31 januari Vanuit het zuidwesten bouwde zich een rug van hogedruk op over West-Europa. De stroming was zwak uit het noordwesten. Op 28 en 29 januari viel plaatselijk een bui, daarna was het droog met af en toe zon en plaatselijk mist. De maximumtemperaturen daalden van 7 naar ca. 4 C.
Rob Sluijter
|
|
|