| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2001
Tijdvak 1 – 4 april In dit tijdvak ontstond boven het zeegebied ten westen van Portugal een depressie die uitdiepend naar de Farøer trok. Een hogedrukgebied boven Centraal-Europa had op 1 en 2 april een uitloper over Zuid-Scandinavië. Tussen deze systemen ontwikkelde zich een zuidstroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. Een zwak front veroorzaakte op 1 april wolkenvelden bij maxima van ca. 12 C in het noorden tot ca. 18 C in het zuiden. 2 april was een fraaie dag met landelijk bezien ca. 10 uren zonneschijn. In een groot deel van het land was het de eerste warme dag van het seizoen; in het zuiden van het land werd het plaatselijk 23 C. In de nacht van 2 op 3 april veroorzaakte een zwak koufront plaatselijk een lichte bui. Overdag waren er zonnige perioden. Een depressie trok op 4 april van Zuid-Engeland naar Noorwegen. In de middag trok een trog van de depressie over het land. Er vielen enkele buien, plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. Op 3 en 4 april werd het maximaal 10 à 15 C.Tijdvak 5 – 8 april Het weer werd bepaald door een complex lagedrukgebied dat zich al opvullend verplaatste van het zeegebied ten westen van Ierland naar de Noordzee. Met een weststroming werd zachte lucht aangevoerd en het weerbeeld was sterk wisselend. Op 5 april was het onder invloed van een rug van hoge druk aanvankelijk zonnig. Op de nadering van de occlusie van de depressie nam de bewolking toe, in de avond gevolgd door regen. In het midden van het land viel plaatselijk ca. 15 mm. Het polaire front passeerde op 6 april vergezeld van regen ons land. In de onstabiele lucht die achter het front op 7 april over onze omgeving uitstroomde ontwikkelden zich in de middag enkele actieve buien, plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. Een occlusie veroorzaakte in de nacht van 7 op 8 april regen. Overdag ontstond in het binnenland cumuliforme bewolking die in het oosten het buienstadium bereikte. De maxima lagen in dit tijdvak tussen ca. 10 à 14 C.Tijdvak 9 –13 april De eerste drie dagen werd het weer bepaald door een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland via ons land naar Noord-Duitsland trok. Het frontale systeem trok op 9 april occluderend over ons land vergezeld van wat regen. Tijdens de passage van de lagedrukkern op 10 april vielen buien, met name in het zuiden soms vergezeld van onweer. In de daarop volgende nacht passeerde de occlusie opnieuw vanuit het noorden. De passage ging gepaard met lichte regen. Inmiddels was er een hogedrukgebied tot ontwikkeling gekomen met kernen nabij IJsland en het zeegebied ten noordwesten van Portugal. Aan de oostflank ontwikkelde zich boven onze omgeving een noordstroming. 11 april verliep droog met perioden met zon. Op 12 april passeerde een zwak koufront waarna arctische lucht over het land uitstroomde. Het was wisselend bewolkt en er vielen enkele buien, soms vergezeld van hagel en sneeuw. De maxima waren 10 à 13 C, op 12 en 13 april 8 à 10 C. De laatste 2 dagen vroor het in de nacht plaatselijk licht.Tijdvak 14 – 20 april De rugas van eerder genoemd hogedrukgebied trok in de vroege ochtend van 14 april over ons land naar het zuidoosten. Bij helder weer vroor het door sterke uitstraling licht, plaatselijk matig. Daarna werd het weer bepaald door een complex lagedrukgebied dat van IJsland naar Scandinavië trok en het hogedrukgebied west van Ierland dat zich opnieuw uitbreidde richting IJsland. In de namiddag en avond trok een neerslaggebied behorende bij een warmtefront over het land. In het binnenland viel de neerslag meest in de vorm van sneeuw en plaatselijk kon zich een sneeuwdek van 1 tot 3 cm vormen. Tijdens de sneeuwval daalde de temperatuur tot dicht bij het vriespunt. Landelijk bezien viel 10 mm neerslag. In de nacht trok het koufront over, vergezeld van regen. Op beide paasdagen en op 17 april werd vochtige onstabiele lucht aangevoerd. De bewolking overheerste en er vielen enkele buien. Met maxima van ca. 8 à 10 C en een vlagerige noordwestenwind was het kil. Een koufront passeerde vergezeld van regen op 18 april waarna arctische lucht over het land uitstroomde. De rest van het tijdvak was het wisselend bewolkt en vielen er winterse buien, plaatselijk vergezeld van onweer. Hierbij verplaatste de kern van het lagedrukgebied boven Scandinavië zich opvullend in de richting van ons land. De maxima lagen met ca. 7 en 9 C ruim onder het langjarig gemiddelde. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht.Tijdvak 21 – 23 april Het weer werd bepaald door een in betekenis afnemende rug van hoge druk, waarvan de noordzuid georienteerde as zich van het Noordzeegebied naar ons land verplaatste. Er waren flinke zonnige perioden. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht. De maxima stegen geleidelijk van 10 à 12 C naar 12 à 14 C.Tijdvak 24 – 27 april Een lagedrukgebied trok in dit tijdvak van het zeegebied ten westen van Ierland naar Zuid-Scandinavië en bepaalde het weer in onze omgeving. Een bij de depressie horende occlusie trok op 24 april vergezeld van wat regen over het land. Op 25 en 26 april ontwikkelden zich in onstabiele lucht buiencomplexen, soms vergezeld van onweer en plaatselijk van hagel. In het midden van het land viel op de 25e plaatselijk 20 tot 25 mm neerslag. Een storing veroorzaakte op 27 april in de zuidoostelijke helft van het land regen. Later viel een enkele bui. De maxima in dit tijdvak lagen rond of iets boven het langjarig gemiddelde.Tijdvak 28 – 30 april Het weer werd bepaald door een complex lagedrukgebied dat zich van het zeegebied ten zuiden van IJsland via de Britse eilanden naar Frankrijk verplaatste. Hierbij kromp in onze omgeving de stroming geleidelijk naar het zuiden. Op de 28e veroorzaakte een occlusie van de depressie enkele uren regen. Op 29 april waren er zonnige perioden en plaatselijk viel een bui. 30 april verliep overdag in een groot deel van het land fraai met zonnige perioden. In de avond trokken enkele buien over het land. In de zuidoostelijke helft van het land werd het plaatselijk 20 C, in de westelijke kustprovincies werd het 13 à 15 C.
Rob Sluijter
|
|
|