Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 2001
Tijdvak 1 – 3 mei
Tussen een lagedrukgebied dat van West Frankrijk naar Portugal trok en een uitloper van een hogedrukgebied nabij de Azoren dat zich opbouwde tot boven de Noordzee stond boven onze omgeving een noordooststroming. Een zwak warmtefront van de depressie trok op 1 mei vergezeld van wolkenvelden vanuit het oosten over het land. 2 mei verliep met name in het noorden en midden van het land vrij zonnig. Een zich ontwikkelende depressie trok op 3 mei van Frankrijk naar Denemarken. In de nacht trokken onweersbuien over Limburg naar Noord-Brabant. Overdag ontstonden enkele actieve onweersbuien die van zuidwest naar noordoost over het land trokken. Dit tijdvak liet grote temperatuurtegenstellingen zien tussen het noordwesten en zuidoosten van het land. Bij een aanvoer over de koude Noordzee werd het op de Waddeneilanden maximaal 10 tot 12 C. In het zuidoosten werd het op 1 mei plaatselijk 17 C, op 2 mei 22 C en op 3 mei 24 C.
Tijdvak 4 – 8 mei
In dit tijdvak werd het weer bepaald door een omvangrijk, krachtig en langerekt hogedrukgebied van de Azoren tot boven Zuid-Scandinavië. Aan de flank van dit systeem stond boven onze omgeving een noordooststroming. Op 4 mei trok een koufront van noordwest naar zuidoost over het land. In een groot deel van het land was het bewolkt en viel af en toe regen. Op 5 en 6 mei waren er flinke perioden met zon, op 5 mei afgewisseld met Cumulus die zich rangschikte in fraaie wolkenstraten. 7 mei verliep in een groot deel van het land zonnig, maar in het zuiden trokken met name in de ochtend wolkenvelden over. Op 8 mei was het aanvankelijk zonnig maar in de loop van de middag trokken er vanuit het oosten wolkenvelden over het land. De maxima in dit tijdvak liepen geleidelijk op van ca. 10 C op 4 mei tot 12 ŕ 17 C op 7 en 8 mei. De nachten verliepen fris en op 7 en 8 mei kwam het plaatselijk tot vorst aan de grond.
Tijdvak 9 –13 mei
De kern van eerder genoemd hogedrukgebied bevond zich op 9 mei boven het zeegebied tussen Schotland en Noorwegen en verplaatste zich in dit tijdvak geleidelijk naar Zuid-Groenland waarbij tot boven de Noordzee een uitloper aanwezig bleef. Met een ooststroming werd warme droge lucht aangevoerd. De dagen verliepen zeer zonnig met landelijk gemiddeld 13 ŕ 14 uren zonneschijn. Alleen op 9 mei ontstond in de middag in het zuiden een enkele (onweers)bui. Die dag liep de maximumtemperatuur uiteen van 17 C op de Waddeneilanden tot ca. 24 plaatselijk in het binnenland. Op 10 mei werd in De Bilt de eerste zomerse dag van het seizoen genoteerd. De maxima in de daarop volgende dagen liepen uiteen van ca. 20 C in het noordelijk kustgebied tot 25 ŕ 27 C plaatselijk in het binnenland.
Tijdvak 14 – 18 mei
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een lagedrukgebied dat zich verplaatste van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland via de Britse eilanden naar Scandinavië. Een koufront van de depressie trok in de avond vergezeld van buien, met name in het oosten van het land soms met onweer van zuid naar noord over het land. In Gelderland viel plaatselijk 25 ŕ 30 mm neerslag. 15 mei verliep overdag wisselend bewolkt. In de avond trok een trog over het land vergezeld van enkele buien. Op 16 mei ontstonden in onstabiele lucht enkele actieve buienclusters, soms vergezeld van onweer, hagel en windstoten. 17 mei trok een buienlijn van west naar oost over het land. Sommige buien gingen vergezeld van onweer. In de avond trok een kleine randstoring van Engeland naar de Duitse Bocht. De passage veroorzaakte langs de kust van met name Noord-Holland enige tijd een stormachtige wind; IJmuiden noteerde 2 uurvakken met windkracht 9. De bij de storing horende occlusie veroorzaakte in het noorden enkele uren intensieve regenval. De etmaalaftapping bedroeg daar plaatselijk ca. 25 mm. Tegelijkertijd was het in de zuidoostelijke helft van het land helder. Op 18 mei was het wisselend bewolkt. Plaatselijk viel een bui. Op 14 mei werd het in het oosten nog plaatselijk 24 C. Daarna daalden de maxima geleidelijk tot 13 ŕ 16 C op 18 mei. De minima lagen enkele graden boven het langjarig gemiddelde.
Tijdvak 19 – 25 mei
Een krachtig hogedrukgebied, op 19 mei 00.00 UT met een kerndruk van 1029 hPa ten zuidwesten van Ierland, verplaatste zich naar het midden van de Noordzee waar het op 21 mei aankwam. Aanvankelijk stond er een noordstroming die op de 21e ruimde naar noordoost. Op 19 en 20 mei waren er flinke perioden met zon, de overige dagen van het tijdvak verliepen zeer zonnig. De nachten waren met minima van 3 tot 7 C fris. Op 19 tot en met 22 mei en de 26e kwam het plaatselijk tot vorst aan de grond. De maxima lagen aanvankelijk rond het langjarig gemiddelde maar stegen in het binnenland vanaf de 23e naar 22 tot 24 C. Op 23 en 24 mei werd het in het zuiden plaatselijk meer dan 25 C. Tegelijkertijd bleef de maximumtemperatuur in het noorderlijk kustgebied bij aanvoer over het koude zeewater 5 tot 10 C achter.
Tijdvak 26 – 31 mei
De kern van eerder genoemd hogedrukgebied verplaatste zich op 26 mei zuidwaarts over ons land naar Frankrijk. Langs de noordflank van dit systeem ontwikkelde zich boven onze omgeving een vrij krachtige zuidwest tot weststroming. Op 26 mei waren er perioden met zon bij maxima van 17 C op de Wadden tot ca. 27 C plaatselijk in het zuidoosten. Een zwak golvend front van een depressie ten zuiden van IJsland schampte op 27 en 28 mei het noorden van het land. Er dreven wolkenvelden over en plaatselijk viel wat (mot)regen. In de middag van de 28e klaarde het vanuit het zuiden op. Daar liep de temperatuur op tot plaatselijk 26 C. In de nacht van 28 op 29 mei passeerde een zwak koufront. Overdag was het vrij zonnig.

Rob Sluijter