| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juni 2001
Tijdvak 1 – 4 juni Tussen een hogedrukgebied boven het zeegebied ten westen van Ierland en een lagedrukgebied dat in dit tijdvak van IJsland naar Denemarken trok, stond een noordweststroming. Op 1 juni waren er eerst zonnige perioden maar later op de dag en aanvankelijk op 2 juni werd het weer bepaald door fronten van de depressie die vergezeld van regen over het land trokken. Daarna vielen buien bij een vrij krachtige, langs de kust soms stormachtige wind. Landelijk bezien viel 10 mm. Op 3 juni nam de buiigheid af. 4 juni passeerde een zwak warmtefront. Met name in het noorden viel enige (mot)regen, in het zuiden waren er opklaringen. De maxima in dit tijdvak lagen onder het langjarig gemiddelde; op 2 juni werd het plaatselijk slechts 12 C.Tijdvak 5 – 11 juni Tussen een depressie boven het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen en een hogedrukgebied boven Zuid-Europa stond op 5 en 6 juni een zuidweststroming. Er waren zonnige perioden, op 6 juni afgewisseld door een enkele bui, plaatselijk vergezeld van onweer. De maxima waren 17 à 22 C. Door golfvorming in het polaire front ontstond op 6 juni boven Engeland een depressie die via Zuid-Noorwegen naar het noorden trok om vervolgens op 9 juni quasi-stationair te worden voor de Noorse kust. In combinatie met een hogedrukgebied ten westen van Ierland ontwikkelde zich een noordweststroming waarin een koufront op 7 juni vergezeld van regen in de ochtend over ons land trok waarna het bleef slepen boven België. In het noorden en midden van het land waren er overdag zonnige perioden, in het zuiden bleef het bewolkt. In de avond veroorzaakte een trog enkele (onweers)buien. Onder invloed van een uitloper van eerder genoemd hogedrukgebied verliepen 8 en 9 juni droog met zonnige perioden. In de arctische lucht die boven ons land aanwezig was kwam het op 8, 9, 10 en 11 juni in de nacht plaatselijk tot vorst aan de grond. Op 10 juni trok een hoogtetrog traag van west naar oost over het land. Er vielen verspreid over het land buien, soms vergezeld van onweer, die door de geringe verplaatsing soms grote hoeveelheden neerslag brachten. Op het KNMI-neerslagstation Weesp viel 40 mm. Op 11 juni veroorzaakte de trog met name in het zuidoosten nog enkele onweersbuien. Vanaf 7 juni lagen de maxima meest iets onder het langjarig gemiddelde van 17 à 19 C.Tijdvak 12 – 14 juni Een zwak hogedrukgebied dat boven de Noordzee tot ontwikkeling kwam bepaalde het weer. Er waren zonnige perioden. 14 juni verliep fraai met landelijk bezien 12 zonuren. Op 12 juni lagen de maxima tussen de 16 en 19 C, daarna werd het plaatselijk ruim 20 C.Tijdvak 15 – 18 juni Een actief lagedrukgebied, op 15 juni ten zuidwesten van Ierland, trok traag naar ons land waar het op 17 juni aankwam. De occlusie van de depressie passeerde in de ochtend van 15 juni. In de noordwestelijke helft van het land vielen enkele buien, soms vergezeld van onweer. In de middag en avond kwamen wederom in de noordwestelijke helft van het land buien tot ontwikkeling, her en der vergezeld van onweer en hagel. Op het KNMI-neerslagstation Winschoten werd 60 mm afgetapt. Tegelijkertijd viel er in het zuidoosten van het land enige regen door golfvorming in het front boven Duitsland. Op 16 en 17 juni trokken enkele troggen in de onstabiele lucht over het land. Er vielen (onweers)buien, soms vergezeld van hagel. Doordat er weinig stroming stond viel er op beide dagen zeer lokaal 20 tot 40 mm neerslag. Op de 17e veroorzaakte buien wateroverlast in o.a. Baarn en Harlingen. Bovendien werden enkele hozen gezien; in Heerhugowaard veroorzaakte een hoos schade. Op 18 juni trok de depressie weg naar het noordoosten. Er dreven stratocumulusvelden over. De maxima in dit tijdvak daalden geleidelijk van 20 à 25 C naar 14 à 18 C.Tijdvak 19 – 23 juni Een depressie trok in dit tijdvak van IJsland naar de Baltische staten terwijl de kern van een hogedrukgebied zich geleidelijk verplaatste van Noord-Frankrijk via Ierland naar het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen. In onze omgeving stond een zwakke noordweststroming. 19, 20, 21 en 23 juni verliepen meest droog met zonnige perioden. Op 22 juni passeerde in de hogere niveaus een hoeveelheid zeer koude lucht waardoor de onstabiliteit toenam. De bewolking overheerste en in de noordoostelijke helft van het land viel buiige regen. De maxima lagen tussen ca. 16 C in het noorden en 22 C in het zuiden, op 20 juni tussen 20 en 24 C.Tijdvak 24 – 27 juni Eerder genoemd hogedrukgebied had inmiddels een krachtige uitloper richting Centraal-Europa gevormd met een aparte kern boven de Noordzee. Met een zwakke noordooststroming werd droge en steeds warmere lucht aangevoerd. Op 24 juni waren er zonnige perioden. 25 en 26 juni waren zeer fraaie dagen met landelijk bezien ca. 14 uren zonneschijn. Op 24 en 25 juni liepen de maxima uiteen van ca 17 C in het noordelijk kustgebied tot 26 à 28 C plaatselijk in het zuiden, op 26 juni van 22 C in het noorden tot ruim 31 C plaatselijk in het zuiden. Een vlak lagedrukgebied, op 25 juni boven Spanje ontstaan, trok noordwaarts en kwam op 27 juni aan boven Ierland. Een bijbehorende vore trok in de nacht en ochtend van 27 juni over het land. De passage ging met name in het zuidwesten van het land gepaard met actieve onweersbuien. In Zeeland viel plaatselijk 30 mm. De temperatuur in het midden en zuiden van het land daalde tijdens de nacht niet verder dan 18 à 20 C. In de namiddag passeerde een inactief koufront van west naar oost. Voor het koufront werd het in het oosten nog 25 à 27 C. Aan het begin van de avond ontstonden enkele onweersbuien boven Overijssel die snel naar Duitsland wegtrokken.Tijdvak 28 – 30 juni Aan de noordflank van een hogedrukgebied nabij de Azoren, met een uitloper tot boven Centraal-Europa stond in onze omgeving een zuidweststroming. Op 28 juni waren er overdag perioden met zon. In de avond passeerde een zwakke warmtefrontgolf vergezeld van enkele lichte buitjes. De storing hoorde bij een depressie die in dit tijdvak van het zeegebied ten westen van Ierland naar West-Noorwegen trok. Op 29 juni waren er zonnige perioden. Op de 30e passeerde het koufront in de ochtend van west naar oost. Met name in de oostelijke helft ging dit gepaard met onweersbuien. In de middag waren er zonnige perioden, langs de oostgrens vielen enkele onweersbuien. Plaatselijk werd hier 20 à 30 mm afgetapt. De maxima in dit tijdvak liepen uiteen van ca. 20 C op de Wadden tot 25 C plaatselijk in het binnenland.
Rob Sluijter
|
|
|