| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2001
Tijdvak 1 – 7 november Het weer in dit tijdvak werd aanvankelijk bepaald door een langgerekt, westoost georiënteerd hogedrukgebied, waarvan de in betekenis afnemende kern zich traag van het Kanaal naar de Balkan verplaatste. Boven onze omgeving stond aan de noordflank van dit systeem een zwakke weststroming. 1 tot en met 3 november verliepen op de meeste plaatsen droog. Er dreven wolkenvelden over maar op 1 en 2 november overheerste de zon. Vanaf 4 november werd een krachtig hogedrukgebied ten zuidwesten van Ierland bepalend voor het weer. De stroming draaide geleidelijk naar het noordwesten en op de 4e trokken twee zwakke koufronten behorende bij een depressie boven Noord-Scandinavië over het land. Beide fronten veroorzaakten met name in de noordelijke helft van het land enige regen. Op 5 november vielen enkele lichte buien. Het frontensysteem van een depressie die van Schotland naar Zuid-Scandinavië trok veroorzaakte in de nacht van 5 op 6 november regen. Het koufront stagneerde juist ten zuiden van ons land. In polaire lucht vielen op 6 en 7 november enkele buien, op de 7e met name in Noord-Holland plaatselijk vergezeld van onweer. Een golf in het front trok in de namiddag en avond van de 7e oostwaarts over het land en veroorzaakte in een strook over het midden van het land enige tijd matige tot zware regenval. De maxima in dit tijdvak waren 10 à 13 C. De minima varieerden van 9 à 12 langs de kust tot ca. 2 C plaatselijk in het zuidoosten van het land. Op 6 en 7 november lagen de minima tussen ca. 6 en 10 C.Tijdvak 8 – 11 november Op 8 november 00.00 UT bevond zich nabij de oostkust van Schotland een depressie die zich gedurende het etmaal naar Polen verplaatste. Boven het midden van de Atlantische Oceaan lag een omvangrijk hogedrukgebied met kernen ten zuiden van IJsland en ten zuidwesten van Ierland. Door deze ontwikkeling kwam boven onze omgeving een noordstroming tot stand waarmee arctische lucht werd aangevoerd. In de ochtend passeerde het frontaal systeem van de depressie vergezeld van regen. In het oosten van het land ging de regen bij een tot ca. 2 C dalende temperatuur plaatselijk over in sneeuw. Later trokken actieve winterse buien over het land, soms vergezeld van (zeer) zware windstoten. Aan de kust werd plaatselijk onweer waargenomen. Landelijk gemiddeld viel 17 mm neerslag. Op 9 november nam onder invloed van sterke drukstijgingen de buiigheid af. Tijdens de ochtend ontstond op enkele plaatsen een tijdelijk sneeuwdek. Terwijl het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied ten zuidwesten van Ierland aanwezig bleef ontwikkelde zich een uitloper richting Midden-Europa. In de avond viel de wind weg en in De Bilt kwam de temperatuur voor het eerst na de zomer onder het vriespunt. Door bevriezing ontstond plaatselijk gladheid. Aan de noordflank van het hogedrukgebied stroomde op 10 en 11 november geleidelijk zachtere en vochtige lucht ons land binnen. Met name de 11e was een sombere dag waarbij een zwak warmefront behorende bij een depressie boven Scandinavië plaatselijk wat motregen veroorzaakte. De maxima in dit tijdvak liepen uiteen van 9 à 13 C op de Wadden tot 5 à 8 in de zuidoostelijke helft van het land. De minima lagen in het binnenland plaatselijk onder het vriespunt.Tijdvak 12 – 20 november Op 12 november trok een depressie van Schotland naar Polen. Een hogedrukgebied ten zuidwesten van Ierland ontwikkelde een uitloper naar IJsland. Dichte tot zeer dichte mist die tijdens de nacht was ontstaan trok in de ochtend op. Het frontensysteem van de depressie trok vergezeld van regen traag over het land. Achter het koufront ontwikkelde zich op 13 november een noordstroming waarmee koude onstabiele lucht werd aangevoerd. Er vielen enkele buien, soms vergezeld van hagel. De uitloper van het hogedrukgebied verplaatste zich op 14 november naar onze omgeving. De buiigheid werd onderdrukt. Tijdens de nacht van 14 op 15 november vroor het plaatselijk matig en onstond op veel plaatsen aanvriezende mist. Overdag op de 16e bleef de mist op sommige plaatsen in het zuiden lang aanwezig bij een temperatuur die rond het vriespunt schommelde. In het noorden van het land stroomde met een zwakke westenwind zachtere en vochtige lucht binnen. De overige dagen van dit tijdvak bleef het hogedrukgebied dat zich inmiddels had uitgestrekt van Ierland via onze omgeving naar De Balkan het weer bepalen. Meestentijds was er veel bewolking. Hieruit viel af en toe wat (mot)regen. Tijdens de nachten onstond plaatselijk dichte mist die in de loop van dag oploste. De maxima in dit tijdvak lagen op de meeste dagen tussen ca 6 à 11 C.Tijdvak 21 – 23 november Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een depressie die van IJsland al opvullend via Noorwegen naar de Baltische staten trok. In combinatie met een hogedrukgebied ten zuidwesten van Ierland dat tijdelijk een rug ontwikkelde naar het noorden kwam er boven onze omgeving een noordweststroming tot stand. Het koufront van de depressie trok vergezeld van regen in de nacht van 21 op 22 november zuidwaarts over het land. Overdag volgden buien, soms vergezeld van hagel en in de kustprovincies met zware windstoten. In de daarop volgende nacht en ochtend van de 23e vielen er plaatselijk ook sneeuwbuien. Later op de dag werd de buiigheid snel onderdrukt door advectie van zachte lucht in de hogere luchtlagen. De maxima lagen op 21 en 22 november tussen ca. 10 à 12 C, op de 23e tussen 6 à 8 C.Tijdvak 24 – 30 november Boven onze omgeving stond een west- en later een zuidweststroming tussen opeenvolgende depressies nabij IJsland en het hogedrukgebied der Azoren dat een uitloper had richting Midden-Europa. Op 24 en 25 november bevond ons land zich in een brede warme sector. Het waren sombere dagen en af en toe viel er motregen. Met name in het binnenland ontstond tevens plaatselijk dichte mist die in de loop van de 25e verdween. In de avond en daarop volgende nacht passeerde een koufront vergezeld van regen. Overdag bleef dit front door golfvorming boven Duitsland slepen. In Limburg bleef het hierdoor bewolkt en regenachtig. Elders waren er zonnige perioden afgewisseld door een enkele bui. Tijdens de nacht van 26 op 27 november kwam het in de zuidoostelijke helft van het land plaatselijk tot lichte vorst. Tevens ontstonden in het binnenland enkele dichte mistbanken. Een occlusie bracht in de avond van de 27e regen. Op 28 november waren er flinke perioden met zon. Plaatselijk viel een bui. De laatste twee dagen van de maand trok een aantal storingen over het land. Beide dagen verliepen zonloos met langdurig (mot)regen en plaatselijk mist. Landelijk gemiddeld viel op 29 november ca. 13 mm. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 à 13 C.
Rob Sluijter
|
|
|