Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
December 2001
Tijdvak 1 – 5 december
Tussen een complexe depressie boven het zeegebied ten oosten van Groenland en een hogedrukgebied boven Noordwest-Rusland met een uitloper tot boven het Iberisch Schiereiland, stond boven onze omgeving een zuidweststroming. In een warme sector was het op 1 december somber, regenachtig en een groot deel van de dag met 12 ŕ 13 C zeer zacht. In de avond passeerde een zwak koufront. Door stagnatie en golfvorming boven Frankrijk bleef het front op 2 en 3 december in de nabijheid van ons land aanwezig. Er was veel bewolking waaruit af en toe (mot)regen viel. Ook kwam plaatselijk mist voor. Een occlusie behorende bij een randstoring ten westen van Ierland trok op de 4e in de nacht en ochtend vergezeld van regen over het land. Na de frontpassage viel er plaatselijk een bui. Op 5 december trok een depressie van Ierland naar de Duitse Bocht. Het frontale systeem veroorzaakte regen. In het noorden viel plaatselijk ruim 15 mm. De maxima in dit tijdvak waren 8 ŕ 13 C. De minima waren 4 ŕ 9 C, op de 2e plaatselijk 1 C.
Tijdvak 6 – 12 december
Het weer werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied. Op 6 december bouwde het hogedrukgebied zich op boven de Noordzee. In een zwakke noordstroming vielen enkele buitjes maar gaande de dag klaarde het op. Op 7 december bevond de kern van het hogedrukgebied zich boven Zuid-Scandinavië, op 8 en 9 december boven Polen. Aan de grond ontwikkelde zich een zwakke ooststroming. De 7e verliep op veel plaatsen vrij zonnig. Op 8 en 9 december kwam in de nacht en ochtend op uitgebreide schaal mist voor die in het (zuid)westen plaatselijk niet oploste. Elders waren er overdag flinke zonnige perioden. De laatste dagen van het tijdvak verplaatste het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich naar Schotland waarbij het zich op de 12e tevens uitbreidde naar Scandinavië. Op 10 december waren er zonnige perioden, afgewisseld door wolkenvelden. Met een naar noord draaiende wind stroomde in de avond vochtige lucht over het land uit waarna op uitgebreide schaal dichte mist onstond. De volgende dag wist de mist zich te handhaven met uitzondering van het noordwesten waar de zon langdurig scheen. Op de 12e verdween de mist maar er bleef veel bewolking aanwezig. Tijdens de nachten vroor het in dit tijdvak in het binnenland licht, behalve op de 12e. De maxima waren op de 6e met 9 ŕ 11 C hoog, daarna lagen ze tussen ca. 2 en 8 C waarbij de laagste waarden in het zuidoosten voorkwamen en op de 8e en 9e ook in het (zuid)westen.
Tijdvak 13 – 18 december
Evenals in het vorige tijdvak werd het weer bepaald door het omvangrijke hogedrukgebied met kern nabij Schotland. Op de 13e en 14e was er een uitloper aanwezig die van de Baltische Staten naar onze omgeving trok. Aan de zuidflank van deze uitloper stroomde op de 13e met een ooststroming koude over ons land uit. In de nacht van 13 op 14 december vroor het licht tot matig. Overdag was het vrij zonnig en in een groot deel van het land werd de eerste ijsdag van het seizoen opgetekend. Op de 15e trok met een zwakke noordstroming een warmtefront over het land van een depressie boven Rusland. In de noordwestelijke helft van het land viel wat lichte regen waarbij gladheid onstond door ijzelvorming. De maxima varieerden van 7 C op de Wadden tot ca. 0 C in het zuidoosten. Op 16 december werd met een naar oost draaiende wind drogere lucht aangevoerd. Overdag was het op de meeste plaatsen vrij zonnig bij maxima van ca. 2 C in het binnenland tot 7 C op de Wadden. In de avond en nacht vroor het op veel plaatsen licht tot matig. Met een wederom naar noord draaiende stroming werd op de 17e geleidelijk vochtige maritieme lucht aangevoerd. Het binnendringen ging plaatselijk gepaard met lichte regen of sneeuw waarbij gladheid ontstond door ijzelvorming. De maxima liepen uiteen van 8 C op de Wadden tot ca. 0 C in het zuidoosten. In de noordwestelijke helft van het land kwam overdag de zon door. Op 18 december was het bewolkt bij 2 ŕ 8 C.
Tijdvak 19 – 23 december
Tussen een hogedrukgebied ten westen van Ierland met een uitloper naar Groenland en twee opeenvolgende depressies die van de Groenlandzee via Scandinavië naar Rusland trokken, stond boven onze omgeving een noordweststroming. In de avond van de 19e passeerde het koufront van de eerste depressie met regen. Op 20 december waren er zonnige perioden. In de avond trokken winterse buien over het land. Op 21 december passeerde het frontale systeem van de tweede depressie. Het was bewolkt en er regen, in het zuidoosten aanvankelijk ook sneeuw. Landelijk bezien viel er 15 mm. Na de koufrontpassage stroomde koude en onstabiele lucht over het land uit. In deze stroming trok een klein lagedrukgebied op de 22e over het noordoosten van ons land naar het zuidoosten. Er vielen winterse buien, langs de kust soms vergezeld van onweer. Her en der ontstond een sneeuwdek. Op de 23e trok een rug van hogedruk zuidwaarts over het land. Bij een heldere hemel en weinig wind vroor het in de nacht op veel plaatsen matig, in het noorden plaatselijk streng. In Nieuw Beerta werd het –17 C. Overdag was het zonnig en bleef het met uitzondering van het noordwesten vriezen. De overige dagen lagen de maxima tussen 2 en 7 C.
Tijdvak 24 – 31 december
Tussen een hogedrukgebied nabij Groenland en een complexe depressie boven Scandinavië stond boven onze omgeving een noordweststroming. Een warmtefront veroorzaakte in de nacht van 24 op 25 december regen, in het binnenland voorafgegaan door sneeuw. Overdag was het regenachtig en liep de temperatuur op naar 5 ŕ 8 C. Op de 25e passeerde een koufront waarna onstabiele lucht werd aangevoerd. Er vielen enkele buien, op de 26e winters van karakter. In met name het (zuid)oosten ontstond plaatselijk een sneeuwdek. Twee opeenvolgende randstoringen trokken op de 27e en 28e van Schotland via de Duitse Bocht naar de Oostzee. Een warmtefront trok op 27 december vergezeld van regen, in het binnenland voorafgegaan door sneeuw, over het land. In de warme sector liep de temperatuur op naar ca. 5 ŕ 9 C. Op 28 december in de ochtend trok het koufront van de tweede storing over met buien, plaatselijk vergezeld van onweer, hagel en (zeer) zware windstoten. Na de frontpassage stond er aan de kust enige tijd een westerstorm. In het binnenland kwamen zware windstoten voor. In de avond van de 29e trok een trog over het land met sneeuwbuien. Bij een tot om het vriespunt dalende temperatuur viel er in het zuiden en midden 1-10 cm sneeuw. Op 30 en 31 december werden opklaringen afgewisseld door perioden met verhoogde buienactiviteit onder invloed van troggen. De neerslag viel meestal in de vorm van sneeuw of hagel. In het noordwesten werd op de 30e onweer waargenomen. In een groot deel van het land kwam een sneeuwdek tot stand, in Groningen plaatselijk ruim 15 cm. De maxima gedurende de laatste twee dagen lagen tussen ca. 0 en 5 C. In de nacht van 30 op 31 december vroor het plaatselijk streng.

Rob Sluijter