| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2002
Tijdvak 1 – 5 januari Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een krachtig en omvangrijk hogedrukgebied boven het Europese continent. Op 1 januari lag het centrum nabij de Alpen en stond boven onze omgeving een zwakke weststroming. Er lag in een deel van het land een sneeuwdek, plaatselijk ruim 10 cm. De dikte van het dek nam af maar met name in het midden en oosten van het land kon het sneeuwdek zich het gehele tijdvak handhaven. In het zuiden hing op 1 januari mist of laaghangende bewolking, elders waren er zonnige perioden. Op de 2e verplaatste het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich naar Zuid-Scandinavië. Dichte mist in het zuiden en midden van het land kon zich lang handhaven, in het midden zelfs tot in de avond. Elders scheen de zon af en toe bij een naar zuidoost draaiende stroming. Op beide dagen liepen de maxima uiteen van 6 C op de Wadden tot iets onder het vriespunt in het zuidoosten. Tijdens de nachten vroor het op veel plaatsen licht tot matig en kwam plaatselijk gladheid voor door bevriezing. De kern van het hogedrukgebied trok op de 3e traag via Polen naar het Alpengebied waar het op de 5e arriveerde. 3 en 4 januari verliepen zonnig. Op 5 januari draaide de stroming geleidelijk naar het zuidwesten. In het westen stroomde vochtige lucht binnen en raakte het bewolkt, elders scheen de zon. Tijdens de nachten vroor het licht tot matig, op sommige plaatsen boven een sneeuwdek streng. De maxima lagen tussen ca. –2 en +2 C, op de 5e tot ca. 5 C in het noordwestelijk kustgebied.Tijdvak 6 – 11 januari Het eerder genoemde hogedrukgebied bleef het weer bepalen. Het zwaartepunt lag aanvankelijk boven Noord-Frankrijk maar verplaatste zich geleidelijk naar Centraal Europa. In de grenslaag stond slechts weinig stroming, op hoogte was de stroming zuid tot zuidwest. 6 en 7 januari verliepen meest bewolkt met plaatselijk mist en soms wat motregen. In het binnenland trad in de ochtend van de 6e en 7e plaatselijk enige ijzelvorming op. Op 8 januari waren er zonnige perioden in het zuiden, elders was het bewolkt. Op de 9e was het zonnig met uitzondering van het noorden. Op 10 januari nam de bewolking toe op de nadering van een vlak lagedrukgebied dat van het Kanaal via de Noordzee naar Denemarken trok waar het op de 11e aankwam. Het systeem veroorzaakte op de 11e enige tijd regen. In het noordoosten ging de regen tijdelijk over in sneeuw, in het zuidoosten trad plaatselijk ijzelvorming op. De maxima in dit tijdvak waren ca. 1 tot 5 C. Met uitzondering van de 7e kwam het tijdens de nachten tot meest lichte vorst.Tijdvak 12 – 18 januari Tussen een gordel van hogedruk van de Azoren naar Oost-Europa en opeenvolgende depressies die van New Foundland naar het zeegebied nabij IJsland trokken, stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Het weerbeeld was sterk wisselend waarbij regelmatig fronten over ons land naar het oosten trokken. 12 januari verliep bewolkt met in het noorden plaatselijk dichte mist. Tegen de avond klaarde het van het zuiden uit op. 13 januari was in een groot deel van het land zonnig maar in het westen raakte het op de nadering van een occlusie bewolkt. Het front trok in de nacht van 13 op 14 januari over met plaatselijk motregen. Overdag bleef het op de meeste plaatsen bewolkt. Een occlusie trok op de 15e zeer traag over het land. Het was bewolkt en er viel af en toe regen. In de nacht van 15 op 16 januari ontstond plaatselijk mist. Overdag waren er zonnige perioden. Achter een zwak warmtefront dat in de nacht van 16 op 17 januari zonder neerslag overtrok bleef het overdag overwegend bewolkt. In de nacht van 17 op 18 januari passeerde een koufront vergezeld van regen. Na passage van het front klaarde het op en ontstond in het westen plaatselijk dichte mist. Overdag was het met name in de westelijke helft van het land vrij zonnig. Zowel de maxima als de minima lagen in dit tijdvak meest rond het langjarig gemiddelde van ca. 4 tot 6 C, respectievelijk ca. 0 tot + 2 C.Tijdvak 19 – 24 januari In dit tijdvak handhaafde zich boven het Middellandse zeegebied een gordel van hogedruk. Opeenvolgende depressies trokken over de Atlantische Oceaan via Schotland naar Scandinavië. Boven onze omgeving stond een sterke zuidweststroming. In de nacht van 18 op 19 januari passeerde een koufront met regen. Overdag waren er zonnige perioden. Een trog veroorzaakte in het zuiden enkele buien, sommige vergezeld van onweer. Op 20 en 21 januari was het bewolkt met af en toe regen. De passage van een occlusie ging in de avond van de 20e plaatselijk vergezeld van zware windstoten. Op de 22e passeerde in de ochtend een koufront vergezeld van regen. In de middag volgden enkele buien, in het zuiden plaatselijk met onweer. Op 23 en 24 januari trokken enkele storingen over het land. Het was bewolkt en af en toe viel er regen of enkele buien, op de 24e plaatselijk vergezeld van zware windstoten. Zowel de minima als de maxima in dit tijdvak lagen ca. 3 tot 7 C boven het langjarige gemiddelde van ca. 0, respectievelijk 5 C.Tijdvak 25 – 31 januari In dit tijdvak bevond zich boven Zuid-Europa een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich meestentijds boven het Iberisch schiereiland bevond. Een sturende depressie lag boven het zeegebied ten zuiden van Groenland. Tussen beide systemen stond boven onze omgeving een zuidweststroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. Op de nadering van een frontaal systeem van eerder genoemde depressie nam de bewolking op de 25e toe, gevolgd door regen. Na passage van het koufront trok in de nanacht een trog over het land. De passage ging plaatselijk gepaard met zware windstoten. Een randstoring trok op de 26e van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland via Schotland naar het noorden van de Noordzee. Het frontale systeem trok vergezeld van regen in de middag en avond over het land maar het koufront bleef vervolgens slepen boven het zuiden. Hierdoor viel met name in de avond en daarop volgende nacht langdurig regen in de zuidelijke helft van het land. Landelijk bezien viel op de 26e ca. 17 mm. Aan de kust stond enige tijd een zuidwesterstorm, in het binnenland kwamen zware windstoten voor. Aanvankelijk was het op 27 januari droog. Laat in de middag en avond trok eerder genoemd front als warmtefront opnieuw van zuidwest naar noordoost over het land vergezeld van regen. Een randstoring die op de 28e over de Far Oer naar Scandinavië trok veroorzaakte veel wind. Langs de kust stond een zuidwesterstorm. In het hele land kwamen zware tot zeer zware windstoten voor. Na passage van een regenzone viel plaatselijk een bui. Op 29 en 30 januari wisselden wolkenvelden en zon elkaar af. Plaatselijk viel (mot)regen. Op de 31e trok in de nacht een koufront met lichte regen over het land. In de vroege ochtend volgde een buienlijn. De buien gingen vergezeld van windstoten en plaatselijk hagel en onweer. Overdag waren er zonnige perioden. De maxima lagen in dit tijdvak tussen ca. 9 en 14 C, de minima tussen 5 en 10 C, met uitzondering van de 25e toen de minima tussen de 0 en 4 C lagen.
Rob Sluijter
|
|
|