| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2002
Tijdvak 1 – 5 maart Een hogedrukgebied met centrum ten zuidwesten van Ierland en een krachtige uitloper langs 50 N.B. tot boven Oost-Europa, was bepalend voor het weer. Op hoogte stond een noordwest- tot weststroming waarmee enkele fronten behorende bij depressies boven Scandinavië over ons land trokken. Op 1 maart vielen aanvankelijk enkele buien maar gaande de dag werd het vanuit het noorden zonnig. Tijdens de nacht van 1 op 2 maart vroor het plaatselijk matig. Overdag waren er zonnige perioden. In de avond trok een occlusie met enkele buien over het land waarna het in het binnenland opklaarde en het plaatselijk licht vroor. Op 3 maart nam de bewolking toe op de nadering van een warmtefront. In de middag viel plaatselijk motregen. Op de 4e dreef in de warme sector veel bewolking over het land; op de 5e waren er ook zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak stegen van ca. 6 ŕ 8 C naar 10 C.Tijdvak 6 – 9 maart Boven onze omgeving stond een weststroming tussen opeenvolgende depressies die van IJsland naar Scandinavië trokken en een hogedrukgebied nabij de Azoren met een uitloper tot over Centraal-Europa. Op 6 maart was het bewolkt en viel enige tijd regen. In de nacht en ochtend van 7 maart trok een koufront vergezeld van enkele buien zuidoostwaarts. In het noorden van het land stond enige tijd een harde wind en kwamen zware windstoten voor. Overdag werd het in de noordwestelijke helft van het land zonnig, elders ontstond cumuliforme bewolking. Onder invloed van een rug van hoge druk volgde een heldere nacht met in het binnenland plaatselijk lichte vorst. Overdag op 8 maart veroorzaakte een warmtefront een toename van de bewolking. Na passage van een koufront met enige regen in de ochtend van de 9e, klaarde het op en was het aanvankelijk vrij zonnig en aangenaam voorjaarsweer. Een kleine zeer actieve randstoring, op 9 maart om 00.00 UT zuidwest van Ierland, trok in de avond ten noorden van de Wadden naar Denemarken. De passage ging in de namiddag en avond gepaard met enkele buien, plaatselijk vergezeld van hagel en onweer. Langs de kust stond korte tijd een westerstorm; in IJmuiden kwam het tot zware storm. In een brede strook van Noord-Holland naar Twenthe stond in het binnenland een harde wind, kracht 7. In het gehele land kwamen zware tot zeer zware windstoten voor. Op 6 maart werd het ca. 10 C, daarna van ca. 10 C in het noorden tot ca. 13 C in het zuiden.Tijdvak 10 – 12 maart Het centrum van een hogedrukgebied verplaatste zich van Frankrijk naar Oost-Europa terwijl een depressie opvullend van het zeegebied ten noordwesten van Ierland naar Scandinavië trok. Met een zuidweststroming werd zachte lucht aangevoerd. Een zwak, golvend frontaal systeem lag boven de Noordzee. Op 10 en 11 maart was het in het zuidoosten vrij zonnig, in de noordwestelijke helft van het land dreven wolkenvelden over. Op de 12e kwamen er in het hele land wolkenvelden voor, in het zuidoosten verliep de dag plaatselijk zonloos. Met name daar viel af en toe regen. De maxima waren ca. 10 tot 15 C.Tijdvak 13 – 15 maart Tussen een hogedrukgebied waarvan het centrum zich van Schotland naar Scandinavië verplaatste en een depressie ten noordwesten van Portugal, stond boven onze omgeving een ooststroming. Aan het oppervlak werd koude lucht aangevoerd. Een frontale zone, die de scheiding vormde met zachte lucht, lag in dit tijdvak westoost georienteerd juist ten zuiden van ons land, op de 15e boven ons land. Op 13 maart was er veel bewolking en viel er af en toe regen, in de loop van de dag werd het vanuit het noorden droog. Op de 14e en 15e trok een regenzone traag vanuit het zuiden naar het noorden. In het noorden viel de neerslag op de 15e plaatselijk enig tijd als sneeuw. De maxima in dit tijdvak lagen tussen ca. 4 en 8 C, op de 15e werd het in het zuiden ruim 10 C.Tijdvak 16 – 21 maart Tussen een complex lagedrukgebied boven de Atlantische Oceaan en een hogedrukgebied boven Oost-Europa stond een zuidstroming. De aangevoerde lucht was zacht. Op 16 maart was het vrij zonnig. Op de 17e veroorzaakte een randstoring meer bewolking en later regen. De maxima lagen op beide dagen tussen ca. 11 en 17 C. Vanaf 18 maart werd de stroming zuidwest door de opbouw van een hogedrukgebied boven het Iberisch Schiereiland. De maxima daalden naar ca. 9 tot 14 C. Een randstoring trok op de 18e van de Golf van Biscaje via Engeland naar de Noordzee, om vervolgens vanaf 19 maart stationair te worden boven Scandinavië. Na enige regen van een occlusie tijdens de ochtend van de 18e, passeerde in de middag het frontensysteem van de randstoring met regen. Aan het begin van de avond vielen er tijdens de passage van een trog buien, plaatselijk vergezeld van onweer, hagel en in het westen zware windstoten. Aan de kust stond enige tijd een stormachtige wind. Landelijk bezien viel ca. 10 mm neerslag. De laatste dagen van het tijdvak lag een golvend front juist ten zuiden van ons land waarbij zowel tijdens de nacht van 19 op 20 maart als van 20 op 21 maart een golftop over ons land naar het oosten trok vergezeld van regen. Overdag was het wisselend bewolkt met plaatselijk een bui of wat regen.Tijdvak 22 –25 maart Het weer werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van Jan Mayen via Scandinavië naar Duitsland. Met een zwakke noordooststroming werd koude lucht aangevoerd. Zonnige perioden werden afgewisseld door wolkenvelden. Tijdens de nachten vroor het in het binnenland plaatselijk licht; de maxima waren ca. 7 tot 12 C.Tijdvak 26 – 31 maart Het centrum van eerder genoemd hogedrukgebied nam op 26 maart in betekenis af. Een volgend hogedrukgebied trok gedurende het tijdvak van de Britse Eilanden via onze omgeving naar Oost-Europa. Tussen beide systemen bevond zich een occlusie die op de 26e in met name de westelijke helft van het land voor wolkenvelden zorgde en plaatselijk motregen. In het oosten bleef de zon overheersen. 27 t/m 29 maart verliepen zeer zonnig met iedere dag ruim 10 uren zon. Alleen op de 27e dreven in het noorden enkele wolkenvelden over. Op 30 maart werd de zon regelmatig afgeschermd door sluierbewolking. Op de 31e waren er zonnige perioden, later vielen in de zuidoostelijke helft van het land enkele buien. Met een van oost naar zuid ruimende stroming stegen de maxima geleidelijk van ca. 8 ŕ 10 naar 14 ŕ 17 C. Tijdens de nachten vroor het met uitzondering van de 31e in het binnenland plaatselijk licht.
Rob Sluijter
|
|
|