Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2002
Tijdvak 1 – 4 april
Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een omvangrijk hogedrukgebied met centrum nabij Finland. Door drukdalingen boven de Middellandse Zee kromp de stroming geleidelijk van zuid naar oost waarmee zeer droge en zachte lucht werd aangevoerd. Op 1 april dreven met name in het noorden wolkenvelden over, elders was het vrij zonnig. 2 tot en met 4 april verliepen fraai met gemiddeld over het land dagelijks ruim 10 uren zonneschijn. De relatieve vochtigheid daalde in de middag plaatselijk tot ca. 25%. Op 1 en 4 april waren de maxima ca. 13 tot 19 C, op 2 en 3 april werd het plaatselijk ruim 20 C; de eerste warme dagen van het seizoen. De minima lagen tussen ca. 3 en 10 C.
Tijdvak 5 – 12 april
Het centrum van eerder genoemd hogedrukgebied lag op 5 en 6 april nabij Zuid-Noorwegen. Daarna ontwikkelde zich een langgerekte hogedrukzone van de Oceaan via de Noordzee naar Noordwest-Rusland. Samen met een lagedrukgebied nabij Portugal en later boven het westen van de Middellandse Zee zorgde dit boven onze omgeving voor een noordooststroming waarmee droge lucht werd aangevoerd. 5 tot en met 8 april verliepen zeer zonnig met dagelijks ruim 12 uren zonneschijn. Wel voelde het door de combinatie van droge lucht en een doorstaande wind schraal aan. Alleen op 7 april dreven in het noorden enkele velden stratocumulus over en in de ochtend van de 8e kwamen in het noorden plaatselijk dichte mistbanken voor. Op 9 april draaide de stroming in de bovenlucht naar het noorden een storing tot boven onze omgeving kon doordringen. Het was half tot zwaar bewolkt en in de avond viel in de westelijke helft van het land plaatselijk lichte buiige regen. 10 april verliep met een weer naar noordoost gedraaide stroming zonnig. Op 11 april waren er zonnige perioden. Vanaf 5 april werd geleidelijk koudere lucht aangevoerd. De maxima varieerden die dag nog van ca. 12 C in het noorden tot ca. 18 in het zuiden. Daarna lagen de maxima tussen ca. 9 en 14 C. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht.
Tijdvak 13 – 17 april
Het weer werd bepaald door een depressie boven Centraal-Europa. Tussen dit systeem en een hogedrukgebied nabij Noord-Scandinavië met uitloper tot boven de Britse Eilanden, stond boven onze omgeving een noordstroming. Op 13 april was er in het oosten veel bewolking, in het westen waren er zonnige perioden, plaatselijk afgewisseld door een bui. Tijdens de nacht van 13 op 14 april vroor het plaatselijk licht. Op 14 tot en met 16 april werd het weer bepaald door een frontale zone van de depressie die vrijwel stil kwam te liggen boven onze omgeving. Op de 14e breidde regen zich geleidelijk over de noordelijke helft van het land uit. In het zuidwesten vielen enkele buien, plaatselijk vergezeld van hagel. 15 en 16 april verliepen op veel plaatsen zonloos. Er viel langdurig (mot)regen. Op 17 april bleef het in een groot deel van het land bewolkt met in het zuidoosten tot in de middag nog af en toe motregen. Met name in het zuidwesten klaarde het op. De maxima lagen tussen ca. 8 en 11 C, op de 14e en 17e plaatselijk tot ca. 13 C.
Tijdvak 18 – 19 april
Een vlak en opvullend lagedrukgebied trok in dit tijdvak van de Ierse zee naar de Duitse Bocht. Een koude put trok van de Britse Eilanden over onze omgeving zuidoostwaarts. In de nacht en ochtend van de 18e kwam plaatselijk zeer dichte mist voor. Het koufront van de depressie trok in de loop van de dag vertragend van west naar oost over het land vergezeld van buiige regen. In de oostelijke helft van het land werd plaatselijk onweer waargenomen. In de nacht van 18 op 19 april ontstonden mistbanken. Overdag op de 19e kwamen in het binnenland plaatselijk buien tot ontwikkeling, soms vergezeld van onweer en hagel. Op beide dagen varieerden de maxima tussen ca. 11 en 15 C.
Tijdvak 20 – 25 april
Het weer werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich op de 22e verplaatste van Zuid-Scandinavië naar de ingang van het Kanaal. De stroming draaide hierbij van oost naar zuidwest. In de nacht van 19 op 20 en van 20 op 21 april ontstonden plaatselijk dichte mistbanken en in het binnenland vroor het plaatselijk licht. Overdag was het op de 20e in de oostelijke helft van het land zwaar bewolkt, in het zuidwesten waren er flinke perioden met zon. 21 april verliep vrij zonnig. Nadat het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich verlegd had, konden vanaf de 22e zwakke fronten tot ons land doordringen. De passages gingen vergezeld van wolkenvelden op hoog en soms middelbaar niveau waardoor de zon regelmatig werd versluierd. In de nacht van 24 op 25 april ontstond op uitgebreide schaal dichte tot zeer dichte mist. De mist verdween in de loop van de dag na passage van een zwak koufront waarna de zon soms scheen. De maxima in dit tijdvak lagen tussen ca. 15 en 21 C, op de 20e werd het 12 ŕ 15 C.
Tijdvak 26 – 30 april
Tussen een hogedrukgebied nabij de Azoren en een complexe en omvangrijke depressie waarvan de hoofdkern zich boven de Britse Eilanden of de Noorse zee bevond, stond een weststroming. Het frequent passeren van frontale storingen en troggen resulteerde in een zeer wisselend weerbeeld. Op 26 april ontstond in de nacht in het binnenland plaatselijk zeer dichte mist. Overdag passeerde een frontale storing vergezeld van regen. In de avond passeerde een trog met buien, in het westen plaatselijk vergezeld van zware windstoten. Aan de kust stond korte tijd een stormachtige wind. Landelijk bezien viel op 26 april ca. 11 mm neerslag. Op de 27e veroorzaakte het overtrekken van enkele troggen een opleving van de buienactiviteit. Plaatselijk gingen de buien vergezeld van hagel en in de oostelijke helft van het land van onweer. Op 28 april passeerde in de ochtend een frontaal systeem vergezeld van regen. In de middag vielen enkele buien. In de nacht van 28 op 29 april trok een koufront vergezeld van buiige regen van west naar oost over het land. Overdag passeerde een actieve trog vergezeld van een buienlijn. De buien gingen plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. Tijdens de passage van de buienlijn kwamen plaatselijk (zeer) zware windstoten voor. Aan de kust stond korte tijd een stormachtige wind. Later op de dag vielen nog enkele buien, soms met onweer. De laatste dag van de maand verliep in het grootste deel van het land bewolkt. Het warmtefront van een randstoring veroorzaakte af en toe regen met name in de westelijke helft van het land. In de late avond begon het in het westen harder te regenen op de nadering van een koufront. De maxima in dit tijdvak waren ca. 11 a 15 C.

Rob Sluijter