| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 2002
Tijdvak 1 – 2 mei Bepalend voor het weer was een depressie boven het zeegebied ten westen van Noorwegen die al opvullend noordwaarts trok. Het koufront van de depressie trok in de vroege ochtend van 1 mei vergezeld van regen oostwaarts. Overdag waren er flinke perioden met zon, in de ochtend afgewisseld door een enkele bui. Boven West-Frankrijk ontstond in de avond van 1 mei in de koude polaire luchtmassa een randstoring die op 2 mei langs onze westkust noordwaarts trok. De passage ging vergezeld van buiige regen. In de middag ontstonden enkele actieve buien, plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. De maxima waren ca. 11 à 16 C.Tijdvak 3 – 5 mei Een langgerekt hogedrukgebied strekte zich in dit tijdvak uit van de Azoren over de Britse Eilanden naar de oostkust van Groenland. Boven Centraal Europa was een lagedrukgebied aanwezig dat zich geleidelijk naar onze omgeving verplaatste. De overgangszone tussen warme lucht boven Oost-Europa en vrij koude lucht boven West-Europa bevond zich aanvankelijk ten oosten en later boven ons land. Op 3 en 4 mei was het in het oosten van het land bewolkt, in het westen waren er perioden met zon, met name op de 3e. Op 4 mei drong een regengebied langzaam vanuit het oosten op. Op de 5e was het bewolkt en waren er perioden met (mot)regen. Landelijk bezien viel 9 mm, langs de oostgrens plaatselijk meer dan 20 mm. De maxima in dit tijdvak waren ca. 11 C, op de 3e in het zuiden tot ca. 15 C.Tijdvak 6 – 10 mei Tussen een langgerekt hogedrukgebied ten noorden van ons land met zwaartepunt meestentijds boven Scandinavië en een lagedrukgebied boven de Middellandse Zee dat geleidelijk in de richting van ons land trok, stond een zwakke ooststroming. Tijdens de nachten ontstond plaatselijke (dichte) mist die op de 8e met name in het noorden, op de 9e in Zeeland en op de 10e in de zuidelijke helft van het land slechts moeizaam oploste of overging in lage bewolking. Buiten deze gebieden waren er zonnige perioden. Op 10 mei was eerder genoemd lagedrukgebied boven onze omgeving aangekomen. In de zuidelijke helft van het land draaide de stroming naar het westen. Er kwamen enkele buien tot ontwikkeling, in het oosten en noorden plaatselijk vergezeld van onweer. Geleidelijk werd het dit tijdvak warmer met op 9 en 10 mei in opklaringsgebieden maxima van ruim 20 C.Tijdvak 11 – 14 mei Eerdergenoemde depressie bepaalde tot en met 12 mei ons weer. De depressie trok verder naar het zeegebied ten noorden van Schotland terwijl er een vore aanwezig bleef tot over Denemarken. Op de 11e was het bewolkt, op de 12e viel in de ochtend in het zuiden af en toe regen. Later klaarde het vanuit het noordwesten op na passage van een zwak koufront. Op 13 mei ontwikkelde zich nabij Ierland een depressie. Aanvankelijk waren er zonnige perioden, later nam de bewolking toe vanuit het zuidwesten op de nadering van het frontale systeem. Dit trok met regen in de nacht van 13 op 14 mei over. Plaatselijk ging de passage gepaard met zware windstoten. Langs de kust stond korte tijd een stormachtige wind. Overdag veroorzaakte een trog in het binnenland enkele buien, plaatselijk met onweer. De maxima stegen van ca. 12 à 17 C op de 11e naar 20 à 23 C op de 13e om op de laatste dag van het tijdvak weer te dalen naar 16 à 19 C.Tijdvak 15 – 17 mei Een afnemend hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van het Alpengebied naar Oost-Europa waarbij tevens een verbinding ontstond met een in betekenis toenemend hogedrukgebied nabij IJsland. Door deze ontwikkeling draaide de stroming op de 17e in onze omgeving van zuidwest naar noordoost. 15 mei waren er met name in het midden en zuiden zonnige perioden. Op 16 en 17 mei was het vrij zonnig met landelijk bezien ca. 13 uren zonneschijn. In het zuidoosten van het land werd het plaatselijk 25 C. In het noorden werd het bij aanvoer over het nog koude Noordzeewater op de 17e slechts ca. 15 C.Tijdvak 18 – 21 mei Tussen een complex lagedrukgebied met sturende kern boven het zeegebied ten westen van Ierland en eerder genoemd hogedrukgebied waarvan het centrum zich van IJsland naar Oost Europa verplaatste, stond boven onze omgeving een geleidelijk van zuidwest naar zuid draaiende stroming. Op 18 mei passeerde een koufront van de depressie ons land. Er was veel bewolking en plaatselijk viel een bui. Van 19 tot en met 21 mei waren er perioden met zon. Op de 21e ontstonden er op een zwak koufront enkele buien, plaatselijk met onweer. De maxima liepen geleidelijk op van ca 16 à 21 C aan het begin van het tijdvak tot 22 à 27 C op de 21e.Tijdvak 22 – 31 mei Het weer gedurende deze dagen werd bepaald door een geleidelijk opvullend complex lagedrukgebied waarvan de sturende kern zich nabij Schotland bevond. In een zuid- tot zuidweststroming werd polaire lucht aangevoerd en trokken regelmatig storingen over het land. Op 22 mei passeerde een koufront vergezeld van buiige regen. Op Schiphol werd ruim 18 mm afgetapt. Op de 23e was het langs de westkust vrij zonnig; in het oosten veroorzaakte het eerdergenoemde front dat boven Duitsland was gestagneerd, wolkenvelden. Een occlusie van een randstoring nabij Ierland trok op de 24e over vergezeld van regen. Van 25 tot en met 28 mei waren er zonnige perioden maar kwamen overdag ook enkele buien tot ontwikkeling die plaatselijk vergezeld gingen van onweer. Op 25 en 26 mei gingen de buien plaatselijk tevens vergezeld van windstoten en op de 26e en 27e van hagel. In de nacht van 28 op 29 mei passeerde een zwakke occlusie vergezeld van lichte regen. Na passage van dit front bouwde zich boven Noord-Frankrijk een hogedrukgebied op. Hierdoor werd de buiigheid geleidelijk onderdrukt. Op 29 mei vielen verspreid over het land enkele buien, plaatselijk met onweer. Op 30 en 31 mei waren er perioden met zon, in met name noorden het van het land nog afgewisseld door een enkele bui. De maxima lagen in dit tijdvak tussen 15 à 20 C. Op de 22e werd het in het noordoosten voor de passage van het genoemde koufront nog ca. 24 C.
Rob Sluijter
|
|
|