Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juni 2002
Tijdvak 1 – 3 juni
Bepalend voor het weer was een hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van onze omgeving naar het zuiden van Zweden. 1 en 2 juni verliepen zonnig met landelijk bezien ca. 14, respectievelijk 13 uren zonneschijn. Een convergentielijn en een koufront van een depressie nabij Schotland passeerden in de namiddag en avond van 3 juni. De passage ging gepaard met buien, plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. De maxima waren op 1 juni 16 ŕ 21 C, daarna ca. 22 ŕ 26 C.
Tijdvak 4 – 8 juni
Op 4 juni was boven West-Frankrijk een depressie ontstaan die op 6 juni boven Engeland lag. Tussen deze depressie en een hogedrukgebied boven Scandinavië stond boven onze omgeving een zuidooststroming. Op 4 juni waren er flinke perioden met zon. In de avond ontstonden boven België actieve onweersbuien die over het zuidwesten van ons land naar de Noordzee trokken. Fronten van de depressie veroorzaakten op de 5e met uitzondering van het noordoosten veel bewolking en af en toe buiige regen. In het oosten van het land werd ook onweer waargenomen. Op 6 juni ontstond boven het Alpengebied een depressie die traag naar Polen trok waar ze op 8 juni aankwam. Boven ons land bevond zich van 6 tot en met 8 juni een vore van lagedruk tussen deze depressie en eerder genoemd lagedrukgebied boven Engeland. In deze vore lag een occlusie vrijwel stationair juist ten noordoosten van het land. Op 6 juni waren er wolkenvelden waaruit in het noorden wat lichte regen viel. In de avond trok een buienlijn over de noordelijke provincies. Op 7 juni activeerde de occlusie. In het noordoosten viel langdurig regen, plaatselijk ruim 30 mm. Elders bleef het droog. 8 juni verliep met zonnige perioden; maar in het noordoosten bleef veel bewolking aanwezig. De maxima in dit tijdvak lagen aanvankelijk tussen ca. 19 en 26 C, vanaf de 6e tussen ca. 16 en 22 C.
Tijdvak 9 – 13 juni
Boven het zeegebied ten noordwesten van Ierland lag gedurende dit tijdvak een langzaam opvullende depressie. Het Azoren-hogedrukgebied breidde zich geleidelijk uit tot over Zuid-Europa. Boven onze omgeving stond een zuidweststroming. Op 9 juni waren er zonnige perioden. In de nacht van 9 op 10 juni passeerde een occlusie vergezeld van regen. Vlak voor de occlusie kwamen op een convergentielijn enkele buien tot ontwikkeling, boven de Veluwe met onweer. Overdag was het wisselend bewolkt en vielen enkele buien, plaatselijk vergezeld van onweer. Op zowel 11 als 12 juni trok een golfvormige storing over het land. Op 11 juni viel in het zuiden wat (mot)regen, elders plaatselijk een bui, in de noordoostelijke helft van het land soms met onweer. Op 12 juni viel met name in de nacht en ochtend buiige regen. In het midden van het land viel plaatselijk ruim 20 mm neerslag. De passage van het koufront van de storing ging in het oosten plaatselijk vergezeld van onweer. Op 13 juni trok een warmtefrontafloper over het zuiden van het land. Er was veel bewolking waaruit wat regen viel. De maxima in dit tijdvak waren ca. 16 ŕ 19 C, op de 9e ca. 21 ŕ 24 C.
Tijdvak 14 – 18 juni
Op 14 juni bevond zich een depressie boven het midden van de Atlantische Oceaan; boven de Alpen bevond zich de kern van een hogedrukgebied. Een warmtefront trok traag over het land noordwaarts waardoor bewolking overheerste bij maxima van ca. 20 tot 25 C. Een kleine thermische depressie trok in de avond vergezeld van buien over ons land noordwaarts. In de zuidoostelijke helft van het land gingen de buien vergezeld van onweer. Het koufront van de oceaandepressie passeerde in de vroege ochtend van de 15e. In het zuidoosten ging de passage gepaard met onweer. Overdag was het wisselend bewolkt bij maxima van ca. 18 ŕ 21 C. Een randstoring veroorzaakte op de 16e aanvankelijk buiige regen, later klaarde het geleidelijk op. Ten zuidwesten van Ierland ontstond op de 16e uit een randstoring een actieve depressie die tijdelijk uitdiepte tot 964 hPa en naar IJsland trok alwaar ze op de 18e arriveerde. Aan de oostflank van dit systeem werd met een zuidstroming zeer warme lucht aangevoerd. Op 17 juni was het vrij zonnig en werd het in een groot deel van het land tropisch warm. De nacht van 17 op 18 juni verliep uitzonderlijk warm; op veel plaatsen werd het niet kouder dan ca. 20 C. Overdag trok een thermisch lagedrukgebied noordwaarts over ons land. Na passage draaide de wind naar het westen waarbij de temperatuur sterk daalde. In de oostelijke helft van het land werd het nog ruim 30 C. Tijdens de passage van een vore en een direct daarop volgend koufront, vielen enkele buien, plaatselijk vergezeld van onweer.
Tijdvak 19 – 26 juni
Een hogedrukgebied met centrum nabij de Azoren had in dit tijdvak een uitloper over West-Europa tot boven Polen. Opeenvolgende depressies bevonden zich boven het zeegebied ten westen van Ierland of de Noorse Zee. Op 19 juni kwam in de ochtend plaatselijk mist voor. Een golf in een koufront boven Duitsland veroorzaakte wolkenvelden waaruit in het zuidoosten wat regen viel. Een volgende golf sloeg op de 20e verder uit waardoor er zich een klein lagedrukgebied ontwikkelde dat noordwaarts langs onze oostgrens trok. Er viel buiige regen, in de vroege ochtend in met name de zuidoostelijke helft van het land vergezeld van actief onweer. Landelijk bezien viel 16 mm. In de loop van de middag werd het droog. De overige dagen van het tijdvak waren er zonnige perioden afgewisseld door wolkenvelden. Het overtrekken van wolkenvelden hing samen met de passage van zwakke fronten en troggen. Uit de bewolking viel op de 21e in het zuidwesten wat regen, op de 22e wat buiige regen en op de 23e wat (mot)regen in het zuidoosten. Op 24 juni ontstonden in het oosten enkele buien. De hoeveelheden neerslag vanaf 21 juni waren beperkt. De maxima lagen meestentijds tussen ca. 18 en 23 C. Op 19, 22 en 26 juni werd het plaatselijk ruim 25 C.
Tijdvak 27 – 30 juni
Tussen een lagedrukgebied boven Scandinavië en een hogedrukgebied boven het zeegebied ten noorden van de Azoren met een uitloper tot boven IJsland stond boven onze omgeving een noordweststroming waarmee koele lucht werd aangevoerd. De maxima in dit tijdvak waren ca. 17 tot 21 C. Het koufront van de depressie passeerde op de 27e in de vroege ochtend met plaatselijk lichte regen. Overdag waren er zonnige perioden, in het noorden vielen enkele buien. Op 28 juni vielen met name in het noorden en midden buien. In het noordelijk kustgebied stond enige tijd een harde wind en gingen de buien plaatselijk vergezeld van zware windstoten. Door drukstijgingen boven Midden Europa draaide de stroming op de 29e naar het westen en nam in kracht af. De buiigheid werd onderdrukt. Op 30 juni trok een front juist noord van de Wadden oostwaarts en veroorzaakte in het noorden plaatselijk wat lichte regen. Elders waren er aanvankelijk zonnige perioden maar later raakte het overal bewolkt op de nadering van een frontaal systeem.

Rob Sluijter