| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2002
Tijdvak 1 – 2 oktober Tussen een hogedrukgebied met centrum boven Centraal-Europa en een uitloper tot over Noorwegen en een depressie nabij de zuidpunt van Groenland, stond boven ons land een zuidooststroming. Tijdens de nacht ontstonden mistbanken. Overdag waren er perioden met zon. De maxima waren 18 ŕ 21 C. In de avond van de 2e viel plaatselijk een bui.Tijdvak 3 – 7 oktober Aanvankelijk stond er in dit tijdvak aan de noordflank van een hogedrukgebied met zwaartepunt nabij de Golf van Biscaje een west- tot noordweststroming. Op 3 oktober veroorzaakte een koufront veel bewolking en regen; in Gelderland en Overijssel viel plaatselijk ruim 10 mm. Op de 4e waren er perioden met zon; in het noorden viel een enkele bui. Op 5 oktober verplaatste het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich naar het zeegebied tussen Noorwegen en Groenland. Een depressie trok van de Noordzee naar Denemarken. Het frontale systeem veroorzaakte perioden met regen. De laatste dagen van dit tijdvak trok het lagedrukgebied verder naar Polen. In een afnemende noordstroming klaarde het op de 6e op. Op de 7e vielen enkele buien. De maxima daalden gedurende het tijdvak van 17 ŕ 19 C naar 11 ŕ 15 C. In de nacht van 6 op 7 oktober vroor het plaatselijk licht in het zuidoosten.Tijdvak 8 – 13 oktober Tussen eerder genoemd krachtig hogedrukgebied met centrum nabij Noord-Scandinavië en depressies ten zuidwesten van IJsland en boven de Middellandse Zee, stond een oostcirculatie. Van 8 tot en met 11 oktober was het schraal, maar vrij zonnig weer. Landelijk gemiddeld scheen de zon iedere dag ca. 9 uren. In de nacht van 7 op 8 oktober vroor het in het noordoosten van het land plaatselijk licht. De maxima lagen tussen ca. 10 en 14 C. Op 12 oktober trok een occlusie van de depressie ten zuidwesten van IJsland zeer traag vanuit Belgie noordwaarts om vervolgens tot en met de 13e stationair boven ons land te blijven liggen. Op de 12e raakte het bewolkt en er viel plaatselijk lichte regen. Op de 13e brak in het zuiden de zon door. Het was in een groot deel van het land koud bij maxima van ca. 7 C. In het zuiden drong achter de occlusie zachte lucht binnen; op de 12e werd het daar plaatselijk 10 C, op de 13e 14 C.Tijdvak 14 – 19 oktober Het weer werd bepaald door twee opeenvolgende depressies die van de Golf van Biscaje via onze omgeving naar de Oostzee trokken. Het frontaal systeem van de eerste depressie veroorzaakte op 14 oktober regen. In het noorden werd het die dag bij een oostenwind slechts 5 C, in Zeeland bij een zuidwestenwind plaatselijk 14 C. Na een nacht met in het noorden plaatselijk dichte mist trok het occluderende front van de tweede depressie op de 15e met veel bewolking en af en toe regen van zuid naar noord over het land. In het noorden werd plaatselijk onweer waargenomen. Op de 16e stond langs de westkust tijdelijk een stormachtige wind. Een golf in eerder genoemd frontale systeem trok van Frankrijk naar Duitsland en veroorzaakte in de zuidoostelijke helft van ons land af en toe regen. De koufrontpassage ging in Limburg vergezeld van een buienlijn. In de omgeving van Nuth veroorzaakten zeer zware windstoten aanzienlijke schade. Vanaf 17 oktober stond er een noordweststroming tussen de depressie die inmiddels boven de Oostzee lag en een krachtig hogedrukgebied boven Groenland. Het was wisselend bewolkt met enkele buien, soms vergezeld van hagel en in het westen plaatselijk onweer. Op de 18e viel in Noord-Holland plaatselijk 30 mm. In de loop van de 19e nam de buienactiviteit af. De maxima waren vanaf de 15e ca. 11 ŕ 15 C, de laatste twee dagen ca. 10 ŕ 11 C.Tijdvak 20 – 24 oktober Een diepe en zeer omvangrijke depressie die in dit tijdvak van het zeegebied ten noorden van de Azoren via Engeland naar het zeegebied ten westen van Noorwegen trok, hield boven onze omgeving een zuidweststroming instand. Op de nadering van het frontale systeem nam in de loop van 20 oktober de bewolking toe waarna in de avond en aanvankelijk op de 21e af en toe regen viel. In onstabiele lucht ontwikkelden zich de rest van het tijdvak enkele buien. Op 23 en 24 oktober gingen de buien plaatselijk vergezeld van hagel, onweer en in de kustprovincies windstoten. Het was met maxima van ca. 12 tot 16 C zacht in dit tijdvak, met uitzondering van de 20e en 24e toen de maxima met ca. 10 tot 12 C rond normaal lagen.Tijdvak 25 – 27 oktober Tussen een hogedrukgebied met centrum boven het Iberisch Schiereiland en een sturende depressie ten westen van Noorwegen stond een krachtige zuidweststroming. Een actieve depressie trok op de 25e van Ierland over Schotland en werd daarna opgenomen in eerder genoemde depressie. Aanvankelijk veroorzaakte een golf in het polaire front op de 25e in de zuidoostelijke helft van het land regen. Elders vielen enkele buien. Later trok een trog van west naar oost over het land vergezeld van buien, plaatselijk met onweer. In de nacht van 25 op 26 oktober veroorzaakte een volgende trog buien, vaak met onweer en plaatselijk in het westen ook met hagel en zeer zware windstoten. Overdag was het aanvankelijk winderig; aan de kust stond een stormachtige wind, kracht 8 die soms aanzwol tot storm, kracht 9. Er vielen enkele buien. Een actieve stormdepressie lag op 27 oktober om 00.00 uur met een kerndruk van 975 hPa boven Ierland. De depressie diepte nog iets uit tot 972 hPa en trok snel via het midden van de Noordzee naar Zuid-Zweden. Het frontale systeem passeerde in de nacht met regen. Overdag waren er buien, tijdens de passage van de "back-bent" occlusie viel buiige regen. In het binnenland stond geruime tijd een harde tot stormachtige wind, in de kustprovincies een storm, kracht 9, langs de westkust een zware storm, kracht 10. In het hele gehele land kwamen zeer zware windstoten voor van ca. 28 tot 35 m/s; in de westelijke kustprovincies tot ca. 39 m/s. In Vlissingen werd een stoot van 41 m/s geregistreerd. De storm richtte grote schade aan en ontwrichtte het openbare leven. Vier mensen kwamen om het leven.Tijdvak 28 – 31 oktober Het centrum van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Frankrijk naar Zuidoost-Europa. Hierbij bleef nabij het aardoppervlak min of meer een rug van hoge druk aanwezig tot boven de Noordzee. Op hoogte stond een weststroming. Op de 28e was het wisselend bewolkt met in het noordoosten enkele buien. Een zwakke frontale zone behorende bij een vlak lagedrukgebied ten zuidwesten van Ierland stagneerde op de 29e boven ons land. Het was bewolkt en er viel af en toe regen. Op 30 en 31 oktober lag de zone vrijwel stationair boven België. In het zuiden was veel bewolking aanwezig en viel af en toe motregen. Elders waren flinke zonnige perioden.Tijdens de nacht van 29 op 30 en de avond van de 31e kwam plaatselijk zeer dichte mist voor. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 ŕ 13 C, tijdens de laatste 2 nachten vroor het plaatselijk in het noorden en oosten licht.
Rob Sluijter
|
|
|