| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
December 2002
Tijdvak 1 – 4 december De eerste dagen van dit tijdvak werd het weer bepaald door een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland naar de oostkust van Schotland trok, stationair werd en geleidelijk opvulde. Een frontaal systeem van de depressie trok op 1 december vergezeld van regen over het land oostwaarts. In het westen van het land viel op veel plaatsen ca. 10 mm neerslag. Op de 2e vielen enkele lichte buien. Op 3 december bevonden we ons in een gebied met weinig gradiënt. Wolkenvelden en opklaringen wisselden elkaar af, plaatselijk kwamen dichte mistbanken voor. In de nacht van 3 op 4 december breidde de mist zich tot over een groot deel van het land uit. Inmiddels was de luchtdruk boven Scandinavië flink aan het stijgen, het zwaartepunt van het zich vormende hogedrukgebied bevond zich boven Finland. Een occlusie behorende bij een diepe depressie boven IJsland stagneerde hierdoor boven de Noordzee. Na het optrekken van de mist was het op de 4e met uitzondering van het oosten meest bewolkt. In Zeeland veroorzaakte de occlusie regen. Het was dit tijdvak zacht met maxima van ca. 7 ŕ 10 C en minima die alleen op de 3e en 4e zeer plaatselijk tot onder het vriespunt daalden.Tijdvak 5 – 11 december Het weer werd bepaald door een zeer krachtig en omvangrijk hogedrukgebied. Het zwaartepunt verplaatste zich geleidelijk van Finland naar Zuid-Noorwegen terwijl een tweede centrum ontstond boven Centraal-Europa. Lagedrukgebieden bevonden zich op grote afstand. Boven onze omgeving stond een noordoost- tot ooststroming. Van 5 tot en met 7 december werd vochtige lucht aangevoerd. Het was meest bewolkt. Op 5 december werd het 5 tot 8 C, op de 6e daalde de temperatuur geleidelijk naar 0 tot 1 C. Er viel die dag wat motregen of motsneeuw. Een bovenluchtstoring veroorzaakte op 7 december enige regen, in het oosten ook ijsregen. Doordat de temperatuur in het oosten iets onder het vriespunt was trad plaatselijk ijzelvorming op. Op 8 december bereikte continentaal arctische lucht onze omgeving. Het klaarde op. Van 9 tot en met 11 december was het zeer zonnig en koud weer. Tijdens de nachten vroor het meest matig, overdag licht.Tijdvak 12 – 16 december Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied verplaatste zich naar Oost-Europa waarbij een rug van hoge druk aanwezig bleef over Scandinavië tot boven het zeegebied ten noordwesten van Ierland. Aan de grond stond een ooststroming. Op hoogte werd geleidelijk zachte lucht aangevoerd. Aan de grond werd de koude plaklaag vanuit het zuiden geleidelijk opgeruimd. Een vlakke depressie boven de Golf van Biscaje trok op de 12e noordwaarts, kwam op de 13e aan boven het Kanaal en loste op. Een zwak front van de depressie veroorzaakte op de 12e tot over het midden van het land bewolking. In het zuiden viel plaatselijk regen met ijzelvorming. De temperatuur steeg hier tot iets boven nul, in de rest van het land bleef het vriezen. Een volgend front liet de vorstgrens op de 13e opschuiven tot de lijn Amsterdam-Nijmegen. Opnieuw viel plaatselijk, met name in het midden, wat regen met gladheid als gevolg. In het noorden waren er perioden met zon. Op de 14e en 15e trok de vorstgrens zeer traag verder naar het noorden. Het waren bewolkte dagen. Op de 14e viel er in het midden van het land plaatselijk motregen die aanleiding gaf tot ijzelvorming. Een volgende depressie trok van de Golf van Biscaje via het Kanaal op de 16e over ons land naar Duitsland. Een ingedraaide occlusie van de depressie veroorzaakte op de 15e en 16e af en toe (mot)regen. In het noorden trad hierbij gladheid door ijzel op. Dit was met name op de 16e het geval. Talrijke ongevallen waren het gevolg. In de loop van de 16e kwam de temperatuur ook in het noorden op de meeste plaatsen boven het vriespunt.Tijdvak 17 – 21 december Het centrum van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Ierland via onze omgeving naar Zuidoost-Europa. De stroming was zwak en draaide geleidelijk van noord naar zuid. 17 december verliep bewolkt. De overige dagen wisselden wolken en opklaringen elkaar af. Tijdens de nachten ontstond in dit tijdvak plaatselijk dichte mist die op de 19e in het noorden hardnekkig aanwezig bleef. Op de meeste plaatsen vroor het tijdens de nacht en ochtend licht, soms matig. Plaatselijk was het glad door op- of aanvriezing. De maxima liepen uiteen van ca. 1 C in het noordoosten tot ca. 5 C in het zuidwesten. De 20e en 21e waren in het noorden plaatselijk ijsdagen.Tijdvak 22 – 24 december Boven Scandinavië ontwikkelde zich een hogedrukgebied. Boven de Atlantische Oceaan waren depressies aanwezig. Fronten van de depressies stagneerden boven onze omgeving. In het noordoosten werd aan het oppervlak koude, continentale lucht aangevoerd, in het zuidwesten zachte maritieme. De temperatuurverschillen waren groot. In het zuidwesten waren de maxima in dit tijdvak ca. 10 ŕ 12 C, in het noordoosten ca. 0 tot 2 C. De minima waren in het zuidwesten 6 ŕ 9 C, in het noordoosten ca. 0 C. Op een occluderend frontaal systeem kwam op de 22e een lagedrukgebied tot ontwikkeling dat over Nederland oostwaarts trok. Landelijk bezien viel 20 mm. In het noordoosten kwam plaatselijk gladheid voor door ijzelvorming. Op de 23e was het bewolkt met plaatselijk mist en in het noorden gladheid door opvriezing. Een regengebied trok in de nacht van 23 op 24 december over. Overdag was het zwaar bewolkt, met name nabij grote wateroppervlakken kwam mist voor.Tijdvak 25 – 28 december Tussen een depressie die van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland naar de Noordzee trok en eerder genoemd hogedrukgebied dat naar Zuidoost-Europa trok, stond een zuidweststroming waarmee zachte lucht werd aangevoerd. De maxima lagen meest tussen ca. 8 en 12 C, ook de minima lagen ruim boven het vriespunt. Op 25 december was het zwaar bewolkt, een trog veroorzaakte enige tijd regen. Frontale systemen van de depressie trokken op de 26e en 27e vergezeld van regen over het land. Op de 28e viel een enkele lichte bui.Tijdvak 29 – 31 december Tussen een hogedrukgebied nabij Spanje en een depressie op de Oceaan werd met een zuidweststroming zachte lucht naar onze omgeving gevoerd. Tegelijkertijd trok een hogedrukgebied van Noord-Scandinavië naar Denemarken. Aan de zuidflank van dit systeem stroomde koude lucht in de richting van ons land. Op de 29e bevond het hele land zich in de zachte lucht, het werd 8 tot ca. 13 C. Vooral in het zuiden regende het langdurig; landelijk bezien viel 14 mm. Op de 30e drong de koude lucht verder op en ging de neerslag in het noorden over in lichte sneeuw, in het zuiden viel intensieve regen. Landelijk bezien viel 13 mm. De temperatuur daalde naar ca. 0 C in het noorden en 4 C in het zuiden. Op de 31e was het in het zuiden bewolkt, aanvankelijk viel hier nog regen of sneeuw. Elders waren er zonnige perioden. Gedurende het etmaal daalde de temperatuur tot onder 0 C in het noorden en midden.
Rob Sluijter
|
|
|