| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2003
Tijdvak 1 – 3 januari Tijdens de jaarwisseling vroor het in het midden van het land licht, in het noorden plaatselijk matig. Een frontaal systeem van een complexe depressie ten westen van Ierland trok in de loop van het etmaal over het land vergezeld van regen. Landelijk bezien viel 13 mm. In het noorden was het tijdelijk glad door ijzelvorming. In de avond varieerde de temperatuur van ca. 6 tot ca. 11 C. De sturende kern van de depressie trok oostwaarts en lag op de 2e boven de Noordzee. Een randstoring trok van de Golf van Biscaje via ons land naar Duitsland. Landelijk bezien viel ca. 16 mm regen. In het midden van het land viel plaatselijk 25 tot ruim 30 mm. In het zuiden trok de wind in de avond tijdelijk aan tot kracht 6 ŕ 7, ook kwamen zware windstoten voor en plaatselijk onweer. De maxima varieerden van ca. 5 C in het noorden tot ca. 13 C in het zuiden. Op de 3e trokken voornoemde depressies naar Polen. Boven ons land draaide de wind naar het noordoosten en werd koudere lucht aangevoerd. In het zuiden viel regen, in het noorden ook sneeuw.Tijdvak 4 – 6 januari Op 4 januari bevond het centrum van een opbouwend hogedrukgebied zich boven Schotland. Aan de oostflank stond een noordooststroming waarmee koude lucht werd aangevoerd. Er dreven wolkenvelden over waaruit wat sneeuw viel bij een tot onder het vriespunt dalende temperatuur. Een depressie trok langs de Noorse kust zuidwaarts en kwam op de 5e boven Denemarken aan. Na een nacht met matige vorst veroorzaakte een front van de depressie enige tijd sneeuw. Op veel plaatsen viel 1- 5 cm. Langs de kust steeg de temperatuur tot boven nul, in het binnenland bleef het vriezen. Later vielen enkele winterse buien. Op de 6e trok de depressie zuidwaarts terwijl het hogedrukgebied zich naar Scandinavië uitbreidde. Boven de Noordzee ontstonden in de zeer koude, onstabiele lucht sneeuwbuien die over het noordwestelijk deel van het land trokken. In het noorden groeide het sneeuwdek plaatselijk aan tot ca. 10 cm. In de loop van de dag werd het droog.Tijdvak 7 – 11 januari Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied met centrum nabij Schotland en een rug naar Polen. Met een ooststroming werd zeer koude lucht aangevoerd. Op de 7e kwam een warmtefront behorende bij een depressie nabij de Noordkaap ten noorden van het land tot stilstand. Wolken en zon wisselden elkaar af. In de nacht van 7 op 8 januari viel in de noordelijke helft van het land sneeuw. Plaatselijk viel 2 – 5 cm. Overdag was het met name in het zuiden zonnig, de 9e was het in het hele land zonnig. Inmiddels nam de rug van hogedruk in betekenis af. Hierdoor draaide de stroming naar het noorden en kon een vlak, klein lagedrukgebied op de 10e langs onze kust zuidwaarts trekken. In de nacht van 9 op 10 januari nam de bewolking toe. Plaatselijk viel een winterse bui. In Zeeland was het op de 10e plaatselijk zeer glad door ijzelvorming. Op 11 januari begon het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich zuidwaarts te verplaatsen. Een uitloper van het hoog verplaatste zich van Scandinavië naar onze omgeving. Het was zonnig. Tijdens de nachten vroor het dit tijdvak langs de kust meest licht tot matig, landinwaarts matig tot streng. In de avond van de 9e daalde de temperatuur in Nieuw Beerta tot –16,8 C. Overdag bleef het vriezen, alleen op de 11e kwam de temperatuur op veel plaatsen iets boven 0 C.Tijdvak 12 – 18 januari Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied lag nu boven Zuid-Europa. Aan de noordflank stond een weststroming. Opeenvolgende depressies trokken via IJsland naar Scandinavië. Zwakke fronten van deze depressies trokken soms over ons land. Na een dag met af en toe zon passeerde in de nacht van 12 op 13 januari een warmtefront vergezeld van regen. In het zuidoosten werd de regen voorafgegaan door sneeuw. Later trad daar ijzelvorming op. Overdag en op de 14e en 15e was het meest bewolkt. Af en toe viel er wat lichte (mot)regen. Een koufront passeerde in de avond van de 15e met regen. Achter het front klaarde het op waardoor het flink afkoelde en in de ochtend van de 16e plaatselijk gladheid ontstond door opvriezing. Overdag was het vrij zonnig. Ook de daarop volgende nacht was het plaatselijk glad in Limburg. Overdag op de 17e scheen af en toe de zon. Een koufront passeerde in de nacht van de 17e op de 18e met regen. Overdag kwamen in het noordwesten opklaringen voor. De maxima in dit tijdvak waren ca. 4 tot 8 C, op de 12e in een deel van het land 1 tot 3 C.Tijdvak 19 – 23 januari Het weer werd bepaald door een complexe depressie die opvullend van het zeegebied ten westen van Ierland via ons land naar Polen trok. Een frontale storing van de depressie passeerde op de 19e. Het was bewolkt met af en toe regen. In de nacht van 19 op 20 januari veroorzaakte een trog enkele buien. Een volgend frontaal systeem veroorzaakte op de 20e af en toe regen. Na passage van het koufront klaarde het op en op 21 januari waren er zonnige perioden. Op de 22e trok een kern van de depressie over het noorden van ons land. Rond de kern waren enkele neerslagbanden spiraalsgewijs ingedraaid. Met name in het noordwesten viel geruime tijd regen. Na passage van de kern draaide de stroming naar het noordwesten. Op de 23e was er veel bewolking met plaatselijk een bui. Dit tijdvak verliep zacht met maxima van ca. 6 tot 10 C.Tijdvak 24 – 27 januari Aan de noordflank van een hogedrukgebied met centrum nabij Portugal en een uitloper over Midden-Europa, stond boven onze omgeving een weststroming. Opeenvolgende depressies trokken over de Oceaan via IJsland naar Scandinavië. Op 24 januari was het vrij zonnig, op de 25e passeerde een koufront van een depressie vergezeld van regen. Op beide dagen waren de maxima ca. 6 ŕ 7 C. Tijdens de nachten vroor het in het binnenland plaatselijk licht. Op 26 januari trok een warmtefront met regen over. In de warme sector was het ca. 8 ŕ 11 C. In de nacht van 27 op 28 januari passeerde een koufront vergezeld van regen.Tijdvak 28 – 31 januari Tussen een krachtig hogedrukgebied boven het midden van de Oceaan met een kerndruk van tijdelijk 1058 hPa met een uitloper tot boven IJsland en een depressie die van Zuid-Scandinavië oostwaarts trok, stond boven onze omgeving een van noordwest naar noordoost ruimende stroming. Op 28 januari stond er aan de kust af en toe een stormachtige wind. In de avond trok een buienlijn over het midden en zuiden van het land. De buien gingen gepaard met onweer, hagel en plaatselijk zware windstoten. Op de 29e vielen buien, plaatselijk met hagel en natte sneeuw. Een trog en een vore van de depressie veroorzaakten op de 30e sneeuw- en hagelbuien, in het westen plaatselijk met onweer. Met name in het oosten en Zeeland vormde zich een sneeuwdek. In de nacht van 30 op 31 januari vroor het licht tot matig, langs de oostgrens plaatselijk streng. Een trog veroorzaakte sneeuwbuien in met name Zeeland alwaar het sneeuwdek plaatselijk aangroeide tot ruim 10 cm. Op de 31e waren er zonnige perioden. De maxima in dit tijdvak daalden geleidelijk van 5 tot 7 C op de 28e tot –2 tot 1 C op de 31e.
Rob Sluijter
|
|
|