Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2003
Tijdvak 1 – 5 februari
Het weer werd bepaald door een omvangrijke depressie die van IJsland via de Shetlandeilanden en het midden van de Noordzee over het noordoosten van ons land zuidoostwaarts trok. In een deel van het land lag op 1 februari een sneeuwdek, in Zeeland lokaal ca. 10 cm. Bij heldere hemel en weinig wind vroor het in de vroege ochtend van 1 februari licht tot matig, in het oosten plaatselijk streng. Een occlusie van de depressie trok in de middag en avond vergezeld van sneeuw van west naar oost over het land. In het westen en midden viel plaatselijk 5 tot 10 cm sneeuw waardoor in Zeeland het sneeuwdek tijdelijk lokaal aangroeide tot ca. 20 cm. Met name in het westen trad enige verstuiving op. Achter de occlusie werd met een weststroming maritiem polaire lucht aangevoerd. De temperatuur steeg in de nacht van 1 op 2 februari tot boven het vriespunt waarna het sneeuwdek snel afsmolt. Overdag vielen enkele buien bij maxima van 3 tot 6 C. De bovenlucht koelde verder af waardoor de buien in de avond plaatselijk vergezeld gingen van onweer en hagel. De rest van het tijdvak vielen er winterse buien, tijdens de passage van troggen soms geclusterd of in lijnvorm. Op de 3e en 4e gingen de buien lokaal vergezeld van onweer en windstoten. Zware windstoten veroorzaakten op de 4e schade aan een kassencomplex in Sexbierum. Sneeuw en hagel veroorzaakten plaatselijk vaak tijdelijke gladheid, tijdens de nachten ontstond ook gladheid door op- en bevriezing. In de oostelijke helft van het land vormde zich in de avond van de 3e een sneeuwdek dat in het noordoosten tot op de 5e aanwezig bleef. De maxima lagen vanaf 3 februari op ca. 2 tot 6 C, tijdens de nachten vroor het in het binnenland vaak licht.
Tijdvak 6 – 9 februari
Tussen een hogedrukgebied met centrum nabij het Alpengebied en een complexe depressie nabij IJsland stond een zwakke zuidweststroming. Na een nacht met plaatselijk matige vorst nam overdag de bewolking toe op nadering van een warmtefront van de depressie. Het front passeerde in de nacht van 6 op 7 februari met wat motregen. In de warme sector bleef het op 7 en 8 februari somber. Plaatselijk viel wat motregen en op uitgebreide schaal kwam dichte mist voor. Op 9 februari steeg de luchtdruk boven Oost-Europa. De stroming draaide naar zuidoost en voerde drogere lucht aan. Een koufront stagneerde en deformeerde boven de Noordzee. In de avond brak de bewolking vanuit het oosten. De temperatuur daalde daarbij in het oosten tot onder 0 C. De maxima in dit tijdvak waren ca. 6 a 8 C.
Tijdvak 10 – 14 februari
Het weer werd bepaald door een krachtig en omvangrijk hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van Rusland via Polen naar Zuid-Scandinavië. Boven onze omgeving stond een zuidoost- tot ooststroming. Op 10 februari was het na een nacht met plaatselijk lichte vorst zonnig bij maxima van 5 tot 8 C. Alleen in Zeeland was het eerst nog bewolkt. In de nacht van 10 of 11 februari ontstond in een groot deel van het land dichte mist bij lichte vorst. Door rijpafzetting was het plaatselijk glad. Overdag bleef in het westen en midden de mist aanwezig bij maxima van ca. 0 C, elders scheen de zon bij 3 tot 6 C. In de nacht van 11 op 12 februari breidde de mist zich uit tot over vrijwel het hele land. Overdag op de 12e ging de mist over in laaghangende bewolking waaruit lokaal wat motsneeuw viel. In een groot deel van het land werd een ijsdag opgetekend. 13 en 14 februari verliepen zonnig. Tijdens de nachten vroor het licht tot matig,de maxima waren ca. 1 tot 4 C.
Tijdvak 15 – 20 februari
Eerder genoemd hogedrukgebied bleef het weer bepalen. Het zwaartepunt lag boven Zuid-Scandinavië. De as van het systeem kantelde geleidelijk van westoost naar zuidnoord waardoor de stroming later in het tijdvak van oost naar zuidoost draaide. In de nacht van 14 op 15 februari trok een uitgestrekt wolkengebied vanuit het noordoosten het land binnen. Overdag was het bewolkt bij maxima van net iets boven het vriespunt. In de avond werd de aangevoerde lucht droger en loste de bewolking op. Van 16 tot en met 20 februari was het zeer zonnig. Alleen in het noorden dreven vanaf de 18e wolkenvelden vanuit Duitsland over, de 18e verliep er zelfs zonloos. Tijdens de avonden, nachten en ochtenden vroor het meest licht tot matig. Overdag kwam de temperatuur boven het vriespunt waarbij de maximumtemperatuur een stijgende lijn liet zien van ca. 0 C op de 15e tot 9 C plaatselijk op de 20e.
Tijdvak 21 – 25 februari
Het hogedrukgebied dat vanaf de 10e ons weer bepaalde bleef dat ook in dit tijdvak doen. Het zwaartepunt verplaatste zich geleidelijk naar Oost-Europa waarbij een rug van hoge druk aanwezig bleef tot boven Zuid-Scandinavië. Aan de westflank van het hogedrukgebied stond boven onze omgeving een zuidooststroming. In het grootste deel van het land kon de zon iedere dag ongehinderd ca. 9 uren schijnen. Alleen op de 21e en 22e waren in het uiterste noorden enkele wolkenvelden aanwezig en op de 24e dreven met name in het westen enkele wolkenvelden over behorende bij een zwakke occlusie. Het verschil tussen de dagelijkse maxima en minima was in dit tijdvak groot. Door toenemende instraling en de aanvoer van zachtere lucht stegen de maxima in dit tijdvak van 4 tot 10 C naar 9 tot 14 C. In het Waddengebied lagen de maxima bij een aanvoer over water een aantal graden lager. Tijdens de nachten vroor het licht, soms matig.
Tijdvak 26 – 28 februari
De invloed van het hogedrukgebied dat deze maand zo lang bepalend was geweest voor ons weer nam in dit tijdvak geleidelijk af. Het zwaartepunt trok naar Rusland en de rug van hoge druk tot boven Zuid-Scandinavië nam in betekenis af. Boven de Oceaan ten zuiden van Groenland lag een diepe depressie. De stroming draaide boven onze omgeving van zuidoost naar zuidwest. Op 26 februari was het in het grootste deel van het land zonnig. Een hoogtewarmtefront behorende bij de depressie lag boven België en trok gedurende de dagperiode vergezeld van wolkenvelden en plaatselijk motregen traag naar het Rivierengebied. In de nacht van 26 op 27 februari trok het front door naar het Waddengebied alwaar het oploste. Overdag waren er flinke zonnige perioden. Op de 28e wisselden zon en wolken elkaar af. In het oosten viel plaatselijk een bui. In de avond nam op de nadering van een frontaal systeem de bewolking toe gevolgd door regen.

Rob Sluijter