Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2003
Tijdvak 1 – 3 maart
Tussen een depressie nabij de zuidpunt van Groenland en een hogedrukgebied met zwaartepunt boven Portugal stond boven onze omgeving een zuidweststroming waarmee zachte lucht werd aangevoerd. Nadat in de eerste uren van 1 maart een occlusie behorende bij de depressie vergezeld van wat regen naar het noordoosten wegtrok, waren er overdag zonnige perioden. In de nacht van 1 op 2 maart trok een volgende occlusie vergezeld van regen over het land. Een randstoring die over België naar Duitsland trok veroorzaakte op de 2e in het zuidoosten regen. In Zuid-Limburg viel plaatselijk ca. 20 mm neerslag. Op 3 maart ontstond boven onze omgeving een verbinding tussen eerder genoemd hogedrukgebied en een hogedrukgebied boven het noordwesten van Rusland. Na een nacht met plaatselijk dichte mist waren er overdag met name in het westen flinke perioden met zon. De maxima waren ca. 7 à 13 C.
Tijdvak 4 – 7 maart
In dit tijdvak stond er een zuidweststroming tussen hogedrukgebieden met kernen boven het Iberisch Schiereiland en Rusland en lagedrukgebieden ten westen van de Britse Eilanden. Gaande de dag raakte het op 4 maart bewolkt op de nadering van een warmtefront. In de middag en avond viel plaatselijk wat motregen. De maxima waren 8 à 11 C. Op de 5e bevond ons land zich in een warme sector. In het grootste deel van het land was het bewolkt met plaatselijk wat motregen bij maxima van ca. 12 C. In het oosten scheen af en toe de zon en werd het ca. 15 C. Op de 6e overdag passeerde een koufront vergezeld van lichte regen. In de avond en nacht klaarde het onder invloed van een rug van hoge druk op en ontstond op veel plaatsen dichte mist bij minima van plaatselijk onder het vriespunt. Lokaal kwam gladheid voor door aanvriezing. Na het optrekken van de mist scheen op de 7e de zon af en toe. In de avond veroorzaakte een zwak koufront enige regen.
Tijdvak 8 – 11 maart
Een zeer diepe depressie, op 8 maart om 12 uur UT bedroeg de kerndruk ca. 928 hPa, trok in dit tijdvak al opvullend van het midden van de Atlantische Oceaan naar Zuid-Noorwegen. In combinatie met een langgerekte hogedrukzone boven Zuid-Europa resulteerde dit boven onze omgeving in een zuidweststroming. Op 8 maart trokken enkele frontale storingen over het land. Vooral in de noordelijke helft van het land viel langdurig regen. In het noordoosten viel plaatselijk ruim 20 mm neerslag. In de westelijke helft van het land stond enige tijd een harde wind en kwamen zware windstoten voor. Op de 9e bevond ons land zich in een warme sector. Zon en wolken wisselden elkaar af. Een zwak koufront dat op de 10e passeerde veroorzaakte veel hoge en middelbare bewolking. Op 11 maart werd het weer bepaald door een front dat parallel aan de hoogtestroming vrijwel stationair over ons land kwam te liggen. Het was bewolkt en met name in de zuidoostelijke helft van het land viel langdurig regen. Plaatselijk viel ca. 20 mm. De maxima in dit tijdvak lagen meest tussen 9 à 12 C, op de 9e en 10e werd het plaatselijk in het zuidoosten 15 C.
Tijdvak 12 – 19 maart
Het weer werd bepaald door een krachtig en omvangrijk hogedrukgebied waarvan het centrum zich nabij het Noordzeegebied bevond. Op 12 maart werden met een noordstroming wolkenvelden aangevoerd en viel een enkele bui. Op de 13e draaide de stroming naar noordoost en werd steeds drogere lucht aangevoerd. De wolkenvelden verdwenen. Van de 14e tot en met de 16e was het helder en overdag zeer zonnig. Op de 16e lag het centrum van het hogedrukgebied over ons land. In De Bilt werd met 1043.8 hPa een nieuw luchtdrukrecord geregistreerd voor maart. Op de 17e draaide de stroming weer naar het noorden en werd vochtige lucht vanaf de Noordzee aangevoerd. In het noorden dreven wolkenvelden binnen en ontstond plaatselijk zeer dichte mist. Overdag trok de mist op en scheen de zon af en toe. In het zuiden scheen de zon volop. In de nacht van 17 op 18 maart ontstond op uitgebreide schaal dichte tot zeer dichte mist. De mist loste in een groot deel van het land na zonsopkomst op waarna een zonnige dag volgde. In het zuiden loste de mist pas later in de ochtend op. Aanvankelijk ontstond in de nacht van 18 op 19 maart in het noorden dichte mist, later trok deze op doordat er wolkenvelden binnendreven. Overdag bleef het in het noorden bewolkt. In het midden brak de zon later op de dag door, in het zuiden was het helder en zonnig. De maxima waren in dit tijdvak meest ca. 8 à 13 C, echter op de 19e werd het in het noorden slechts ca. 5 C. Met uitzondering van de 12e vroor het tijdens de nachten plaatselijk en meest licht.
Tijdvak 20 – 28 maart
Terwijl het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied naar het zuidwesten trok ontstond op de 20e boven Scandinavië een nieuw hogedrukgebied. Een zwakke hoogtetrog trok vergezeld van enkele wolkenvelden op de 20e en 21e over ons land zuidwaarts. Het centrum van het Scandinavische hogedrukgebied verplaatste zich daarna naar de Balkan. Daarbij bleef een rug aanwezig boven het Noordzeegebied. Op 22 en 23 maart werd met een ooststroming zeer droge lucht aangevoerd. Het was helder en zonnig. De relatieve vochtigheid daalde overdag plaatselijk tot ca. 20%. Op 24 en 25 maart veroorzaakte een zwakke hoogtestoring behorende bij een kleine depressie die over de Noordzee naar Denemaken trok, enkele wolkenvelden. De laatste dagen van het tijdvak verplaatste het zwaartepunt van het hogedrukgebied opnieuw naar het noorden; er ontstond een gordel van hoge druk met centra boven de Oceaan, het Noordzeegebied en het noordwesten van Rusland. Tijdens de nachten ontstond plaatselijk (zeer) dichte mist. Na het optrekken van de eventuele mist was het overdag zonnig. De maxima in dit tijdvak liepen op van 5 à 10 C op de 20e naar 15 à 22 C op de 24e. Daarna lagen de maxima meest tussen ca. 12 en 18 C. Tijdens de nachten kwam het plaatselijk tot lichte vorst.
Tijdvak 29 – 31 maart
Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied nabij Ierland. Aan de oostflank stond boven onze omgeving een zwakke noordwest- tot noordstroming. Een zwak front behorende bij een depressie boven Frankrijk veroorzaakte op de 29e wolkenvelden en zeer plaatselijk wat regen. Op 30 en 31 maart waren er zonnige perioden. De maxima daalden van ca. 13 à 20 C op de 29e naar ca. 9 à 14 C op de 31e.

Rob Sluijter