Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2003
Tijdvak 1 – 3 april
Een lagedrukgebied trok in dit tijdvak van IJsland naar het noorden van Scandinavië waarbij een secundaire kern boven zuid-Scandinavië ontstond die naar de Baltische staten trok. Ten westen van Ierland was een hogedrukgebied aanwezig. Op 1 april nam de bewolking toe op de nadering van een koufront van de depressie; in de middag volgde vanuit het westen regen. Landelijk bezien viel 11 mm neerslag. Op 2 en 3 april werd met een noordstroming onstabiele, van oorsprong arctische lucht aangevoerd. Het was wisselend bewolkt met enkele buien; plaatselijk werd hagel of natte sneeuw waargenomen. In het zuiden gingen de buien op de 2e soms vergezeld van onweer. Op de 1e waren de maxima ca. 9 ŕ 15 C, daarna 8 ŕ 10 C.
Tijdvak 4 – 8 april
Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied trok in dit tijdvak traag naar Scandinavië. Een depressie trok van Scandinavië naar Zuidoost-Europa. De stroming draaide geleidelijk van noord naar noordoost. Een zwak warmtefront van de depressie trok op de 4e vergezeld van wolkenvelden en plaatselijk motregen over het land. Een dag later volgde een inactief koufront vergezeld van wolkenvelden. Achter het koufront werd vanaf 6 april droge lucht aangevoerd. De bewolking verdween. Alleen op 8 april waren met name in het noorden enkele wolkenvelden aanwezig behorende bij een zwakke bovenluchtstoring. Het was dit tijdvak koud met maxima die daalden van ca. 9 ŕ 12 C naar 6 ŕ 8 C. Tijdens de meeste nachten vroor het plaatselijk licht, op de 7e en 8e lokaal matig.
Tijdvak 9 – 11 april
Het weer werd bepaald door een vooral op grote hoogte goed ontwikkelde complexe depressie die van de Baltische Staten westwaarts via Zuid-Zweden naar het zeegebied ten noorden van Schotland trok. Na een nacht met op veel plaatsen lichte tot matige vorst waren er overdag op de 9e flinke zonnige perioden bij maxima van ca. 6 ŕ 8 C. In de nacht van 9 op 10 april trok een occlusie vergezeld van enige lichte regen of sneeuw van noordoost naar zuidwest over het land. Na passage van het front klaarde het op en kwam het plaatselijk tot lichte vorst. In de vroege ochtend van 10 april was het plaatselijk glad door bevriezing van natte weggedeelten. De koude put van de depressie trok overdag zuidwaarts over het land en veroorzaakte enkele winterse buien. De maxima waren ca. 6 ŕ 8 C. Een "back-bent" occlusie veroorzaakte in de nacht van 10 op 11 april wat lichte motregen of sneeuw. Op de 11e trok de frontale bewolking naar het zuidoosten weg en klaarde het vooral in het noordwesten flink op. De maxima waren ca. 9 ŕ 11 C.
Tijdvak 12 – 18 april
Het weer werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich geleidelijk verplaatste van het Oostzeegebied naar het midden van Scandinavië. Boven het zuidwesten van Europa was de luchtdruk laag. Boven onze omgeving stond een geleidelijk van zuidoost naar oost draaiende stroming die zeer droge lucht aanvoerde. Het weer had overwegend een zonnig karakter. De temperaturen vertoonden aanvankelijk een sterk stijgende tendens. Op de 12e waren de maxima ca. 14 tot 16 C, op de 15e en 16e liep de temperatuur op tot ca. 22 ŕ 25 C. Daarna daalden de maxima tot ca. 15 ŕ 19 C op de 18e. Tijdens de eerste 2 nachten van dit tijdvak kwam het in het binnenland plaatselijk tot lichte vorst.
Tijdvak 19 – 24 april
Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak geleidelijk van Scandinavië naar het zeegebied ten oosten van Groenland waarbij een sterke hoogterug over Zuid-Scandinavië aanwezig bleef. Op de 19e bevond een depressie zich boven West-Frankrijk. Met een noordooststroming werd koude lucht aangevoerd. Er dreven wolkenvelden over het land bij maxima van 9 tot 14 C. De depressie trok noordwestwaarts en kwam op de 21e boven Engeland aan. Hierdoor draaide de stroming naar zuidoost waarmee de aanvoer van warme lucht op gang kwam. Op 20 en 21 april waren er flinke perioden met zon. De maxima stegen naar 21 tot 24 C op de 21e. Later kwamen op die dag in de zuidoostelijke helft van het land enkele buien tot ontwikkeling, plaatselijk met onweer. De buien ontstonden in een vore van lage druk. De vore versmolt in de nacht van 21 op 22 april met een zwak koufront van de depressie. Het front kwam op de 22e boven het noordoosten van het land tot stilstand. De neerslagactiviteit nam af en de bijbehorende bewolking loste geleidelijk op. In de rest van het land was het vrij zonnig. De maxima waren ca. 13 ŕ 19 C. De laatste twee dagen stond er weinig stroming. Tijdens de nachten kwam plaatselijk (zeer) dichte mist voor. Overdag was het vrij zonnig. Een zwakke occlusie veroorzaakte in de avond van de 24e in de zuidelijke helft van het land wat regen. In Brabant werd onweer waargenomen. Op de 23e werd het aan de kust ca. 12 C, in het oosten 20 C, op de 24e werd het met uitzondering van het noordelijk kustgebied ruim 20 C.
Tijdvak 25 – 30 april
Het weer werd bepaald door een omvangrijke, complexe depressie waarvan de sturende kern zich nabij de Britse Eilanden bevond. Boven onze omgeving stond een zuid- tot zuidweststroming. Op 25 april scheen de zon af en toe. Een thermische vore trok vergezeld van buiige regen over het oosten van het land. Een frontaal systeem van de depressie passeerde in de nacht van 25 op 26 april met regen. In het koufront ontstond boven Frankrijk een golf die, zich verder ontwikkelend, op de 26e over het zuidoosten van het land naar Duitsland trok. Er viel landelijk bezien 14 mm regen. In de oostelijke helft van het land viel plaatselijk ruim 30 mm. Tijdens de koufrontpassage traden plaatselijk windstoten op waardoor schade ontstond, o.a. in Geldrop. Op de 27e vielen enkele buien, in het oosten plaatselijk met onweer. Op 28 april trok een randstoring van de Golf van Biscaje over Ierland noordwaarts. In de nacht en ochtend trok een hoogtewarmtefront van de storing vergezeld van regen noordwaarts waarna warme, vochtige en onstabiele lucht ons land bereikte. In deze lucht ontwikkelden zich in de avond buiencomplexen, plaatselijk vergezeld van onweer. In Noord-Holland viel plaatselijk ruim 20 mm. In de vroege ochtend van de 29e trok het koufront van de storing vergezeld van buiige neerslag van west naar oost over het land. Overdag was het vrij zonnig. Inmiddels was boven Frankrijk in het koufront een golf ontstaan. Deze golf trok op Koninginnedag over het oosten van het land naar Zuid-Zweden. Een trog trok tegelijkertijd over het westen noordwaarts. Het regende enige tijd, in het zuidwesten en zuidoosten werd ook onweer waargenomen. Op 25 en 28 april waren de maxima ca. 20 ŕ 25 C, op de andere dagen ca. 14 ŕ 18 C.

Rob Sluijter