Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Augustus 2003
Tijdvak 1 – 7 augustus
Een rug van hoge luchtdruk die de verbinding vormde tussen een hogedrukgebied met centrum boven West-Rusland en een ander met centrum nabij de Azoren lag aanvankelijk over onze omgeving. In de loop van het tijdvak ontwikkelde zich een geprononceerde rug van hogedruk in de hogere luchtlagen van Frankrijk tot boven het Noordzeegebied en daarmee samenhangend een uitzonderlijke warmteanomalie in de hogere luchtlagen boven het westelijk deel van Europa. Aan het oppervlak kwam een sterk blokkerend hogedrukgebied tot ontwikkeling boven Scandinavië. De stroming boven onze omgeving draaide geleidelijk van zuidwest via het noorden naar het oosten. Op 1 en 2 augustus veroorzaakte zwakke, oplossende fronten van een depressie bij IJsland met name in het noordwesten wolkenvelden; elders overheerste de zon. De maxima liepen uiteen van ca. 22 C in het noordwesten tot ca. 30 C in het zuidoosten. Uit de bewolking vielen in het noordwesten enkele spatten regen. Van 3 tot en met 5 augustus was het vrij zonnig. Tijdens de nachten ontstond plaatselijk een mistbank. Bij aanvoer over zee werd het in het noordwesten niet warmer dan ca. 22 C, in de rest van het land was het zomers warm, in het zuiden plaatselijk tropisch. Boven Frankrijk onstond op de 6e een zwakke thermische vore die op de 7e boven ons land aankwam. Aan de voorzijde van de vore ontwikkelden zich in de avond van de 6e enkele (onweers)buitjes. Met uitzondering van het noorden werd het op de 6e ca. 30 tot 35 C. Na een zeer warme nacht waarbij de temperatuur plaatselijk niet onder de 22 C daalde, was het op de 7e uitzonderlijk warm. Met uitzondering van de westelijke kuststrook was het ruim 30 C, in het zuidoosten plaatselijk ruim 37 C.
Tijdvak 8 – 12 augustus
Het grootschalige stromingspatroon zoals geschetst in het voorgaande tijdvak bleef deze periode bestaan. Wel nam het hogedrukgebied boven Scandinavië geleidelijk in betekenis af maar een nieuw langerekt hogedrukgebied ontwikkelde zich van de Britse Eilanden tot boven de Noorse zee. De zwakke vore van lagedruk nabij het oppervlak die op de 7e boven ons land lag wist zich op 8 en 9 augustus te handhaven. Hierdoor waren er zeer grote verschillen in het weerbeeld. In de nacht van 7 op 8 augustus werd in een groot deel van het land vochtige lucht van zee aangevoerd waarin mist en lage stratus voorkwam. Overdag klaarde het op maar in de westelijke kuststrook bleef het bewolkt. De maxima liepen uiteen van 20 C aan zee tot 36 C in het oosten. In de daarop volgende nacht breidde stratus en mist zich weer over een groot deel van het land uit. Overdag op de 9e bleef het in het noordwestelijk kustgebied weer bewolkt bij ca. 20 C, in het oosten werd het met zon 30 ŕ 35 C. Dit proces herhaalde zich nogmaals in de nacht van 9 op 10 augustus. Op de 10e draaide de stroming ook in de onderste niveaus weer naar oost en werd het overal zonnig bij maxima van 23 tot 34 C. Op 11 en 12 augustus waren er flinke perioden met zon. Op de 11e werd het in een groot deel van het land ruim 30 C. Op de 12e trok een vlak thermisch lagedrukgebied van zuidwest naar noordoost over het land. Aan de voorzijde van dit systeem liep de temperatuur in het oostelijk deel van het land op tot 35 C of meer. Later op de dag begon vanuit het westen de temperatuur te dalen. In Maastricht was het om 22.00 uur nog 29.8 C. Het etmaalgemiddelde was daar met 28.8 C uitzonderlijk hoog.
Tijdvak 13 – 18 augustus
Boven Zuid-Scandinavië kwam een actief lagedrukgebied tot ontwikkeling terwijl boven Ierland een nieuw centrum van hogedruk kwam te liggen. In de loop van het tijdvak trok de depressie naar het oosten weg terwijl het hogedrukgebied zich naar de Noordzee verplaatste. Van 13 tot en met 16 augustus stond er een geleidelijk in kracht afnemende noordweststroming. Zon en wolken wisselden elkaar af. Een zwakke bovenluchtstoring veroorzaakte op de 13e en 14e lokaal wat lichte regen. De laatste 2 dagen van dit tijdvak draaide de stroming in de bovenlucht naar zuidwest. Een frontale vore trok zeer traag vanuit Frankrijk over ons land noordwaarts, op de 18e gevolgd door een zwakke trog. Met name in het zuiden was het tamelijk bewolkt. Uit de bewolking viel plaatselijk wat lichte regen. Op de 13e werd het in een deel van het land nog zomers warm, daarna waren de maxima ca. 20 ŕ 24 C. Op de 18e werd het in het noorden 25 tot 28 C.
Tijdvak 19 – 22 augustus
Het hogedrukgebied der Azoren had in dit tijdvak een uitloper via Frankrijk naar Oost-Europa. In combinatie met depressies boven het noorden van de Oceaan resulteerde dit boven onze omgeving in een weststroming. Op de 19e passeerde in de ochtend een occlusie van een depressie nabij de westkust van Noorwegen. In het noorden ging de passage vergezeld van enkele buien. Lokaal viel ruim 20 mm. Later klaarde het op. Op 20 en 21 augustus waren er zonnige perioden afgewisseld door wolkenvelden. Op 22 augustus veroorzaakte een westoost georienteerd en boven Nederland stagnerend front veel bewolking in een groot deel van het land. Lokaal viel wat lichte regen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 20 ŕ 24 C.
Tijdvak 23 – 27 augustus
In dit tijdvak was de luchtdruk boven Scandinavië laag. Boven Schotland ontwikkelde zich een hogedrukgebied waarvan het centrum zich gedurende het tijdvak verplaatste naar het zeegebied tussen IJsland en Groenland. Boven onze omgeving stond een noordstroming. Op 23 augustus trok een zwak koufront vergezeld van wolkenvelden en plaatselijk wat lichte regen zuidwaarts. Van 23 tot en met 27 augustus wisselden zon en wolkenvelden elkaar af. Uit de bewolking viel op de 27e tijdens de passage van een zwak koufront plaatselijk wat lichte regen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 20 ŕ 25 C.
Tijdvak 28 – 31 augustus
Aanvankelijk lag Nederland in een brede overgangszone tussen warme lucht boven het continent en koele lucht boven de Noordzee. Een depressie, op de 28e ten noordwesten van Portugal, trok via de Ardennen (29e) naar de Baltische staten (30e). In de loop van de 28e begon er in het zuidoosten buiige regen te vallen. De neerslag breidde zich op de 29e in eerste instantie over het hele land uit. Daarna trok het regengebied naar het oosten weg. Landelijk bezien viel op de 29e 11 mm, in het zuiden plaatselijk ca. 25 mm. De laatste dagen van de maand stond er een noordstroming tussen eerder genoemde depressie en een hogedrukgebied ten westen van Ierland. Het was wisselend bewolkt en er vielen enkele buien, lokaal met onweer. Dit tijdvak verliep koel met maxima van ca. 18 ŕ 21 C, op de 29e van 15 tot 18 C.

Rob Sluijter