| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2003
Tijdvak 1 – 5 oktober De eerste 3 dagen van dit tijdvak werd het weer bepaald door een depressie die aanvankelijk stationair boven de Golf van Biscaje lag, om vervolgens op de 3e opvullend naar Noord-Duitsland te trekken. Op 1 oktober nam de bewolking vanuit het zuiden toe op de nadering van een occlusie van het lagedrukgebied. In de middag en avond viel er in het zuiden en midden regen. In Zeeland viel lokaal ruim 25 mm. Op de 2e lag het front stationair over het zuiden. Daar bleef het zwaar bewolkt, in het noorden waren er flinke perioden met zon. In de nacht van 2 op 3 oktober trok een volgende occlusie vanuit Frankrijk naar het zuidoosten van ons land alwaar het op de 3e lang bleef slepen. Met name in het zuidoosten viel buiige regen, plaatselijk vergezeld van onweer. In Limburg viel plaatselijk ca. 30 mm. Inmiddels lag voor de Noorse westkust een actieve depressie. Tussen deze depressie en een hogedrukgebied met centrum boven het midden van de Atlantische Oceaan kwam een noordweststroming tot ontwikkeling. Het koufront van de depressie passeerde in de nacht van 3 op 4 oktober met buiige regen. Op de 4e en 5e was het wisselend bewolkt. Er vielen enkele buien, op de 5e met name in een brede kuststrook. De buien gingen plaatselijk vergezeld van hagel. De maxima in dit tijdvak waren ca. 14 à 19 C.Tijdvak 6 – 10 oktober Tussen een hogedrukgebied met zwaartepunt ten noorden van de Azoren en opeenvolgende depressies die van IJsland naar Scandinavië koersten stond boven onze omgeving een west- tot noordweststroming. Op 6 oktober passeerde een frontaal systeem vergezeld van regen. Na passage en op de 7e vielen talrijke buien, soms vergezeld van onweer, hagel en zware tot zeer zware windstoten. Langs de kust stond af en toe een stormachtige wind. In de nacht van 7 op 8 oktober nam de buiigheid af. Overdag op de 8e passeerde een frontaal systeem vergezeld van (mot)regen. Na passage trokken enkele buien over het land. De laatste dagen van dit tijdvak verplaatste het centrum van het hogedrukgebied zich geleidelijk naar de Golf van Biscaje en ook boven onze omgeving steeg de luchtdruk snel. Door deze ontwikkeling werd de activiteit van storingen onderdrukt. Het warmtefront van een depressie bij IJsland trok op de 9e vergezeld van wat motregen over het land. Op de 10e klaarde het op na de passage van een koufront. Op 6 en 7 oktober waren de maxima 10 à 14 C, daarna werd het 13 à 17 C.Tijdvak 11 – 18 oktober Op 11 oktober ontwikkelde zich boven het Noordzeegebied een hogedrukgebied. Van de 12e tot en met de 16e lag het centrum van dit systeem boven Scandinavië. Daarna verplaatste het zich naar Oost-Europa maar er bleef een rug van hoge druk aanwezig over de Noordzee die de verbinding vormde met een zich ontwikkelend hogedrukgebied nabij IJsland. Op de 11e werd met een weststroming bewolking aangevoerd. Vanaf de 12e was de stroming oost en werd droge en koude lucht aangevoerd. Van 12 tot en met 18 oktober was het vrij zonnig, alhoewel op de 13e en 14e vooral in de zuidelijke helft de zon soms werd afgeschermd door sluierbewolking. De eerste dagen van dit tijdvak werd het maximaal ca. 13 à 15 C, vanaf de 14e lagen de maxima op ca. 11 à 13 C. De nachten verliepen koud met vanaf de 15e plaatselijk lichte vorst.Tijdvak 19 – 24 oktober Het centrum van een hogedrukgebied bevond zich in dit tijdvak nabij Groenland of IJsland. Het hogedrukgebied had een uitloper in zuidelijke richting. Een depressie, op de 19e bij de noordwestpunt van Spanje, trok oostwaarts en kwam op de 21e boven Ukraïne aan. Tussen beide systemen werd met een noord- tot ooststroming koude lucht aangevoerd. In de bovenlucht snoerde zich op de 21e zeer koude lucht af boven Engeland. Deze koude put trok eveneens oostwaarts en lag aan het eind van het tijdvak boven Centraal-Europa. Op 19 oktober waren er zonnige perioden, met uitzondering van het noorden waar het onder invloed van een uit het noorden naderend zwak koufront meest bewolkt was. Het front stagneerde op de 20e boven onze omgeving. Met name in het noorden viel af en toe buiige regen. Op de 21e waren er in het noorden zonnige perioden, elders overheerste de bewolking en viel plaatselijk een spatje regen. Op 22 oktober scheen de zon af en toe; op de 23e was het vrij zonnig. Met het wegtrekken van de koude put kwam op de 24e boven het Noordzeegebied een noordstroming tot stand. Een kleine storing trok over de Noordzee zuidwaarts, stagneerde boven de Duitse Bocht, en vulde daar geleidelijk op. Een gebied met buiige neerslag trok op de 24e over ons land. In het binnenland viel de neerslag grotendeels als sneeuw. Tijdelijk kon zich plaatselijk een sneeuwdek van enkele centimeters vormen. Een sneeuwdek is voor oktober uitzonderlijk; de laatste keer dat dit gebeurde was op 13 oktober 1975. Na passage van de neerslagzone vielen er nog enkele buien. In de avond ontstond plaatselijk mist. De nachten waren in dit tijdvak zeer koud met op uitgebreide schaal vorst. Tijdens de nacht van 23 op 24 oktober werd het op de vliegbasis Twenthe –8,5 C, de laagste temperatuur die ooit in oktober is gemeten. De maxima daalden geleidelijk van 10 à 13 C naar 6 à 9 C. Op de 24e werd het in het zuidoosten maximaal 2 à 4 C.Tijdvak 25 – 28 oktober Het zwaartepunt van een hogedrukgebied ten westen van Ierland verplaatste zich in dit tijdvak via onze omgeving naar Zuidoost-Europa. Aanvankelijk stond er tussen dit systeem en een over Scandinavië naar het oosten trekkende depressie een noordweststroming. Op de 25e vielen buien, langs de westkust plaatselijk vergezeld van onweer. Op 26 oktober werd de buiigheid onderdrukt. De laatste 2 dagen stond er weinig stroming en vormde er zich tijdens de nachten plaatselijk mist. Na het optrekken van de mist was het vrij zonnig. Tijdens de nachten vroor het dit tijdvak plaatselijk licht. De maxima waren ca. 7 à 11 C.Tijdvak 29 – 31 oktober Aan het begin van dit tijdvak lag boven de Britse Eilanden een hoogtetrog, aan het oppervlak te herkennen aan een vlak lagedrukgebied. Een actieve depressie, op de 29e bij de zuidpunt van Groenland trok zuidoostwaarts en kwam op de 31e aan boven de Golf van Biscaje. Een golvend koufront van de eerstgenoemde depressie trok op de 29e over het land en veroorzaakte met name in het westen wat (mot)regen. Op 30 oktober waren er wolkenvelden met plaatselijk wat regen. Een occlusie van de tweede depressie trok op de 31e vergezeld van regen van zuid naar noord over het land. Een golf in het front trok over Frankrijk noordoostwaarts en veroorzaakte later op de dag in de oostelijke helft van het land opnieuw regen. De maxima in dit tijdvak waren 8 à 12 C.
Rob Sluijter
|
|
|