| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2003
Tijdvak 1 – 3 november Een kleine depressie, ontstaan uit een frontale golf, trok op 1 november over ons land naar Zuid-Scandinavië. Een regengebied van de depressie trok in de nacht over het land naar het noorden. Overdag op de 1e vielen nog enkele buitjes. Daarna werd het weer bepaald door een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland naar de Noorse zee trok. Op 2 november trok het frontaal systeem van de depressie vergezeld van regen over het land. Onder invloed van 2 passerende troggen vielen op de 3e buien, plaatselijk vergezeld van hagel, onweer en zware windstoten. De maxima waren 10 ŕ 12 C, op de 3e 11 ŕ 14 C.Tijdvak 4 – 7 november Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied dat op de 4e boven Midden-Europa tot ontwikkeling kwam. Depressies bleven op grote afstand boven de Atlantische Oceaan. Het zwaartepunt van het hogedrukgebied verplaatste zich via de Baltische Staten naar Zuid-Scandinavië. De stroming draaide van zuid naar oost. Het was vrij zonnig maar op de 4e trok een groot stratusveld vanuit België noordwaarts over ons land om op de 5e naar de Noordzee te verdwijnen. Op de 4e en in de nacht van 4 op 5 november kwam plaatselijk dichte mist voor. De maxima waren 11 ŕ 15 C, op de 7e enkele graden lager.Tijdvak 8 – 11 november Ook in dit tijdvak bleef eerder genoemd hogedrukgebied bepalend voor het weer. Het zwaartepunt verplaatste zich van Zuid-Scandinavië naar de Baltische Staten waarbij de kerndruk afnam van 1050 hPa naar ca. 1035 hPa. Boven onze omgeving stond een oost- tot zuidooststroming. Op 8 november bevond zich boven Midden-Europa een koude put die over België naar de Noordzee trok. De koude put veroorzaakte sluierbewolking. Op de 9e was het eerst zonnig. Later op de dag nam de bewolking toe en viel wat regen op de nadering van een zwak geoccludeerd front van een depressie ten westen van Ierland. Dit front kwam boven ons land tot stilstand en doofde uit. Op de 10e waren er wolkenvelden en viel plaatselijk een spat regen. In de nacht van 10 op 11 november breidde laaghangende bewolking zich over een groot deel van het land uit. Op 11 november bleef het met uitzondering van het zuiden bewolkt. De maxima in dit tijdvak waren ca. 9 ŕ 13 C, maar in bewolkte gebieden op de 10e en 11e werd het slechts 3 ŕ 6 C.Tijdvak 12 – 16 november Op 12 november was het aanvankelijk plaatselijk glad door aanvriezing. Overdag nam de bewolking toe op de nadering van een occlusie van een depressie ten zuiden van IJsland. Het front trok vergezeld van wat regen traag van zuidwest naar noordoost over het land. Na de frontpassage klaarde het op en ontstond in de vroege ochtend van de 13e plaatselijk mist. Overdag was het wisselend bewolkt. Een kleine frontale depressie trok op de 13e sterk uitdiepend van het zeegebied ten westen van Portugal naar Ierland om vandaar opvullend op de 16e bij Zuid-Scandinavië aan te komen. Het frontensysteem veroorzaakte op de 14e veel bewolking en wat lichte regen. Op 15 november vielen in de noordelijke helft van het land lichte buitjes. Op de 16e passeerde een langgerekte vore van lagedruk tussen de depressie boven Scandinavië en een andere boven het Iberisch schiereiland. Aan de oostkant van deze vore stond een zuidelijke bovenstroming waarin een golfvormige storing over West-Europa noordwaarts trok. De storing veroorzaakte met name in de zuidoostelijke helft van het land langdurige regen. De maxima waren ca. 6 tot 13 C.Tijdvak 17 – 21 november Het centrum van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van de Golf van Biscaje via de Alpen naar Zuidoost-Europa. Een sturend lagedrukgebied lag ten zuiden van IJsland. Tussen beide systemen stond boven onze omgeving een geleidelijk van zuidwest naar zuid draaiende stroming. Het weinig actieve polaire front lag golvend in de nabijheid van ons land. Het was meestentijds bewolkt, grijs en nevelig. Af en toe viel wat lichte (mot)regen. De maxima waren 9 ŕ 13 C.Tijdvak 22 – 25 november Een diep uitgezakte trog lag in dit tijdvak van de Britse Eilanden tot boven het Iberisch Schiereiland. Tussen dit systeem en een hogedrukgebied boven Zuidoost Europa stond boven onze omgeving een zuidelijke bovenstroming. Het eerder genoemde polaire front lag ook gedurende dit tijdvak parallel aan de hoogtestroming en daardoor golvend in de nabijheid van ons land. Op 22 en 23 november was het meest bewolkt en zeer zacht bij maxima van ca. 12 tot 15 C. Uit de bewolking viel af en toe regen.In de noordwestelijke helft van het land viel op beide dagen plaatselijk ruim 10 mm neerslag. Op 24 november trok het front zeer traag van noordwest naar zuidoost over het land. In het zuidoosten werd het nog 12 tot 16 C. In de rest van het land werd met een aan het aardoppervlak naar noord draaiende stroming koudere lucht aangevoerd; hier werd het maximaal 8 ŕ 10 C. Aanvankelijk viel in de nabijheid van het front veel regen. Dit regengebied doofde gedurende de dag uit. In het midden van het land viel plaatselijk ruim 15 mm. In de nacht van 24 op 25 november ontstond plaatselijk mist. Na het oplossen van de mist was er op de 25e overdag af en toe zon bij maxima van 8 ŕ 9 C.Tijdvak 26 – 30 november Aanvankelijk werd het weer bepaald door een depressie die van Ierland via Schotland naar het noorden trok. Op 26 november trok het frontaal systeem van west naar oost over het land vergezeld van regen. Het koufront lag op de 27e vrijwel stationair boven Duitsland. De bewolking van het front reikte tot over ons land. Vooral in het midden van het land kwam mist voor. De mist breidde zich in de nacht van 27 op 28 november aanvankelijk uit maar verdween later, behalve in het zuidoosten, door aanvoer van drogere lucht. Overdag op de 28e was het zonnig maar in het zuidoosten bleef mist en bewolking aanwezig. Inmiddels had zich boven Frankrijk een zwak hogedrukgebied ontwikkeld. Nabij IJsland lag een depressie. Een randstoring, op de 29e bij Ierland, trok snel noordoostwaarts en kwam op de 30e boven de Noorse Zee aan. Op de 29e wisselden zon en wolken elkaar af. Het frontale systeem van de randstoring bracht in de avond van de 29e plaatselijk regen. Op de 30e lag dit systeem golvend in de nabijheid van ons land; er was veel bewolking met af en toe regen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 5 ŕ 10 C. In de nacht van de 27e op de 28e vroor het in een deel van het land licht.
Rob Sluijter
|
|
|