| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2004
Tijdvak 1 – 4 januari Op 1 januari lag een hogedrukgebied boven Finland en een opvullende langgerekte vore van lagedruk met diverse kernen van de Noordelijke IJszee naar het oosten van Engeland. In deze vore bevond zich een golvend frontaal systeem. Met een noordwestelijke bovenstroming trok één van de kernen via België naar het zuidoosten. Met name in de westelijke helft van het land viel sneeuw waarbij zich plaatselijk een sneeuwdek vormde van ruim 5 cm dikte. Op de 2e ontstond er een verbinding tussen het hogedrukgebied en een ander nabij de Azoren. Het centrum boven Finland verplaatste zich naar Midden-Europa waarbij de verbindingsas op de 3e over ons land zuidwaarts trok. Een kleine depressie, op de 3e nabij de Faroër, trok zuidoostwaarts en kwam op de 4e aan boven de Duitse Bocht. Op de 2e was het vrij zonnig; op de 3e waren er zonnige perioden. In de nacht van 3 op 4 januari trok een hoogtewarmtefront van de depressie met sneeuw over het land. Later volgde een occlusie vergezeld van regen met ijzelvorming die gladheid tot gevolg had. De maxima lagen op 1 en 2 januari iets boven het vriespunt, de 3e was een ijsdag, op de 4e werd het 4 tot 7 C. Tijdens de nachten vroor het licht, van 2 op 3 januari plaatselijk matig tot streng.Tijdvak 5 – 11 januari Tussen een hogedrukzone over Zuid- en Oost-Europa en depressies boven de Oceaan stond een weststroming die boven Midden-Europa scherp naar het noorden afboog. Regelmatig trokken storingen over ons land. Van 5 tot en met 9 januari was het meest bewolkt. Een frontaal systeem veroorzaakte op de 5e en 6e af en toe (mot)regen. Later op de 6e veroorzaakte een trog in de noordelijke helft van het land buien. In de daarop volgende nacht ontstond plaatselijk mist. Op de 8e bracht een randstoring enige tijd regen. Op 9 januari viel buiige neerslag. Op de 10e was het wisselend bewolkt. Op 11 januari viel wederom enige tijd regen tijdens de passage van een frontaal systeem. Later volgden enkele buien, plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. De nachten in dit tijdvak verliepen vorstvrij. Op de 5e werd het maximaal 3 à 7 C, daarna ca. 6 à 9 C en op de 11e 10 tot 12 C.Tijdvak 12 – 16 januari In dit tijdvak stond er een weststroming tussen een sturend lagedrukgebied boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland en het hogedrukgebied der Azoren dat zich uitstrekte tot boven de Middellndse Zee. Het weerbeeld was wisselend. Op de 12e trok een randstoring over België oostwaarts. Het regende enige tijd; in het zuiden viel plaatselijk ruim 10 mm. Een volgende randstoring trok op de 13e via de Noordzee naar Denemarken. Een buienlijn, plaatselijk vergezeld van zware windstoten, volgde op een regengebied. Later op de dag vielen enkele buien en stond aan de kust een stormachtige wind. Op 14 januari trok een trogvormige storing over ons land naar Duitsland. Er viel buiige regen die op sommige plaatsen tijdelijk in sneeuw overging. Op de 15e versmolt een randstoring bij Ierland met de inmiddels naar het zuiden getrokken sturende depressie en bewoog op de 16e naar de Noordzee. Op de 15e viel een enkele bui. In de avond passeerde het frontale systeem van de depressie met regen. Op de 16e vielen buien, plaatselijk vergezeld van hagel, onweer en zware windstoten. Langs de kust stond enige tijd een stormachtige wind. De maxima waren 6 à 7 C, op de 13e 8 a 10 C. De nachten verliepen vorstvrij.Tijdvak 17 – 19 januari Laatst genoemde depressie trok op de 17e over Noord-Duitsland naar het oosten. Een hogedrukgebied met centrum noordwest van Portugal ontwikkelde een uitloper naar het Noordzeegebied. De as van deze uitloper trok op 18 januari over het land naar het zuiden. Op 17 januari trok een ingedraaide occlusie van de depressie met regen over het land zuidwaarts. Op de 18e klaarde het vanuit het noorden op. Inmiddels trok een uitdiepende depressie over Zuid-Scandinavië naar Polen. Een front van de depressie sleepte op de 19e over ons land en veroorzaakte langdurige regenval. Landelijk bezien viel ca. 21 mm. De maxima lagen tussen ca. 3 en 9 C.Tijdvak 20 – 24 januari In dit tijdvak was er sprake van een boven onze omgeving sterk naar het noorden afbuigende weststroming tussen depressies boven de Oceaan en een langgerekt hogedrukgebied met kernen boven Zuidwest-Europa en nabij het Oostzeegebied. Een front van een depressie werd in onze omgeving vrijwel stationair en loste op. Op de 20e scheen de zon af en toe. Op de 21e was het vrij zonnig maar in het westen drongen wolkenvelden op, behorende bij het front. Op de 22e veroorzaakte de storing plaatselijk wat (ijs)regen of sneeuw, op de 23e alleen nog wolkenvelden. Een volgend frontaal systeem trok op de 24e oostwaarts over het land vergezeld van regen en in het oosten plaatselijk sneeuw. Lokaal kon zich langs de Duitse grens een dun sneeuwdek vormen. De maxima in dit tijdvak waren 4 à 8 C, op de 21e en 22e 2 à 4 C. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht.Tijdvak 25 – 29 januari Tussen een hogedrukgebied met zwaartepunt nabij Groenland en een depressie die van Spitsbergen naar Denemarken trok stond een noordstroming. Op 25 en 26 januari was het wisselend bewolkt. Op de 25e vielen enkele buitjes. Op de 26e kwam aanvankelijk dichte mist voor. Een koufront trok vergezeld van enkele winterse buien op de 27e over het land. Op de 28e volgden in de nacht en ochtend 2 troggen vergezeld van sneeuwbuien. Plaatselijk kon zich een tijdelijk sneeuwdek vormen. In de avond passeerde het arctische front vergezeld van buiige sneeuw. Met uitzondering van de kuststrook vormde zich een sneeuwdek. Op de 29e vielen talrijke winterse buien, plaatselijk vergezeld van onweer. Een polar low trok in de ochtend over de Eems naar Duitsland. In Groningen stond enige tijd een stormachtige wind waardoor er stuifsneeuw optrad. In het noord- en zuidoosten van het land kon het sneeuwdek zich plaatselijk tot op de 31e handhaven. Op de 25e werd het maximaaal 6 à 7 C, op de 26e 2 à 4 C. Daarna lagen de maxima tussen ca. 2 C in het oosten en ca. 6 C in het westen.Tijdvak 30 – 31 januari Tussen een hogedrukgebied met centrum boven de Middellandse Zee en een gordel van lagedrukgebieden met sturende kernen boven de Noorse Zee en ten westen van Ierland, stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Op de 30e waren er wolkenvelden waaruit in het noorden af en toe wat regen viel bij maxima van 3 tot 6 C. Een actieve randstoring trok op de 31e over Engeland naar het midden van de Noordzee. Het frontaal systeem van de storing veroorzaakte regen. In het noorden viel ruim 20 mm. De temperatuur liep in de loop van de dag op naar ca. 9 a 12 C. In de avond nam de wind in het westen enige tijd toe tot 8 à 9 Beaufort. In het hele land kwamen zware windstoten voor, in het westen zeer zware. De wind veroorzaakte plaatselijk schade.
Rob Sluijter
|
|
|