Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2004
Tijdvak 1 – 5 februari
Tussen een hogedrukgebied met centrum boven de Middellandse Zee en opeenvolgende depressies die over de Oceaan naar de Noorse Zee trokken stond boven onze omgeving een krachtige zuidweststroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. Het polaire front bevond zich voortdurend in de nabijheid van ons land; door golfvorming ontwik-kelden zich uit de frontale zone enkele randstoringen. Op 1 februari kwamen aan het begin van het etmaal zware windstoten voor. De pas-sage van twee randstoringen veroorzaakte in de nacht en avond buiige regen. Op 2 februari viel er met name in het zuiden en midden langdurig regen doordat het front nu als warmtefront over het land noordoost-waarts trok. De overige dagen van het tijdvak overheerste de bewolking. Af en toe viel er (mot)regen. Met maxima van ca. 10 tot 18 C, minima van ca. 5 tot 12 C en gemiddelde etmaaltemperaturen van ca. 8 tot 14 C was dit tijdvak uitzonderlijk zacht. Op een aantal stations werden op 3 en 4 februari temperatuurrecords voor februari gebroken. Op 3 februari werd het in Eindhoven 18.0 C. Niet eerder werd zo vroeg in het jaar zo’n hoge temperatuur in Nederland gemeten.
Tijdvak 6 – 9 februari
Een complexe depressie verplaatste zich in dit tijdvak van Schotland naar de Baltische Staten waarna de as van een noord-zuid georienteerd hogedrukgebied zich verplaatste van het midden van de Oceaan naar de Britse Eilanden. De stroming draaide geleidelijk van zuidwest naar noordwest. Op 6 februari trok het eerder genoemde polaire front met buiige neerslag over het land. In de avond werd hierbij plaatselijk on-weer waargenomen. Op de 7e veroorzaakte de backbent occlusie van de depressie enige tijd regen in het midden en noorden van het land. Na passage van de occlusie werd onstabiele, polaire lucht aangevoerd. In de avond passeerde een trog, plaatselijk vergezeld van buien met on-weer en hagel. Een koufront van de depressie trok vergezeld van actie-ve buien, plaatselijk vergezeld van hagel, onweer en (zeer) zware wind-stoten in de nacht van de 8e over ons land. Na passage volgden over-dag winterse buien. In het zuidwestelijk kustgebied stond enige tijd een storm, kracht 9. In het hele land kwamen windstoten voor. Op de 9e nam de buiigheid vanuit het zuidwesten af. Lokaal, met name in het noord-oosten van het land, kon zich op de 8e en 9e tijdens buien een tijdelijk sneeuwdek vormen. In de zachte lucht waren de maxima op de 6e nog 10 ŕ 15 C, daarna daalden ze geleidelijk naar ca. 5 C op de 9e.
Tijdvak 10 – 16 februari
Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied waarvan het zwaarte-punt zich op de 10e boven het midden van Frankrijk bevond en daarna nabij de Britse Eilanden. Aan de noordflank van dit systeem trok op de 10e een depressie over de Noordzee naar het oosten. Het frontale systeem van de depressie veroorzaakte enige tijd (mot)regen. De overi-ge dagen van het tijdvak stond er weinig stroming. De bewolking over-heerste, alleen op de 16e waren er in het zuiden zonnige perioden. Uit de bewolking viel af en toe wat lichte motregen. Tijdens de nachten kwam plaatselijk mist voor. Het was dit tijdvak vrij zacht met maxima van ca. 7 tot 9 C.
Tijdvak 17 – 21 februari
Op de 17e en 18e stond er een noordstroming tussen eerder genoemd hogedrukgebied met centrum boven Schotland en een over Midden-Scandinavië naar het zuidoosten trekkende depressie. Een koufront van de depressie trok in de avond van de 17e zuidwaarts over ons land vergezeld van lichte buien. Op de 18e was het in het oosten vrij zonnig, elders vielen enkele buien, plaatselijk vergezeld van hagel en in Zuid-Limburg sneeuw. De dagen hierna verplaatste het centrum van het hogedrukgebied zich via de Noordzee naar Zuidoost-Europa. Er bleef daarbij een rug van hogedruk aanwezig boven de Noordzee die de verbinding vormde met een hogedrukgebied nabij IJsland. Boven het westelijk deel van de Middellandse Zee vormde zich een depressie. Door deze ontwikkeling draaide de stroming boven onze omgeving naar oost waarmee droge lucht werd aangevoerd. Op de 19e loste de bewol-king op, de 20e verliep zonnig. Op 21 februari nam vanuit het zuiden de bewolking toe op de nadering van een hoogtewarmtefront van de depressie. De maxima dit tijdvak daalden geleidelijk van ca. 5 ŕ 8 naar ca. 2 ŕ 3 C. Vanaf de 19e vroor het tijdens de nachten op de meeste plaatsen licht.
Tijdvak 22 – 29 februari
Boven de Oceaan lag in dit tijdvak tussen 20 en 30° westerlengte een krachtig noordzuid georienteerd hogedrukgebied. Aan de oostflank van dit systeem stond boven onze omgeving een noordwest- tot noordstroming waarmee onstabiele, van oorsprong arctische lucht werd aangevoerd. Op de 22e en 23e lag er een depressie boven de Oostzee. Een zwak koufront passeerde op de 22e waarna er winterse buien over het land trokken. In de nacht van 22 op 23 februari ontstond er plaatselijk en tijdelijk een dun sneeuwdek. Een complexe depressie, op de 24e voor de Noorse kust, trok zeer traag al opvullend zuidwaarts en lag op de 28e boven Denemarken. Het frontale systeem van de depressie trok op de 24e over ons land zuidwaarts. Er viel regen die in de avond plaatselijk overging in sneeuw. Op 25 februari vielen er talrijke hagel- en sneeuwbuien, plaatselijk vergezeld van onweer. Overdag bleven sneeuw en hagel slechts tijdelijk liggen, in de avond kon zich her en der een sneeuwdek vormen. In de noordstroming trok een Polar low op de 26e over Noord-Holland naar Overijssel. Het systeem veroorzaakte winterse buien, plaatselijk vergezeld van onweer, die met name in de ochtendspits in het westen van het land veel overlast veroorzaakten. Plaatselijk viel ruim 5 cm sneeuw in korte tijd. Later op de dag vielen enkele geisoleerde winterse buien. Een trog met aan het aardoppervlak een klein lagedrukgebied trok op de 27e over de zuidelijke helft van het land naar Duitsland. In het zuiden viel enige tijd sneeuw. De neerslag had een buiig karakter, was lokaal zwaar en ging plaatselijk vergezeld van onweer. In Zeeland kon zich een dek van 5 tot 15 cm vormen. Een volgende in betekenis afnemende trog trok in de nacht van 27 op 28 februari traag vanuit het westen het land op. In de kustprovincies vielen enkele winterse buien. Elders waren er zonnige perioden. Inmiddels steeg de luchtdruk boven het Noordzeegebied en Zuid-Scandinavië. Hierdoor draaide de stroming boven ons land op de 29e naar het noordoosten. Er waren zonnige perioden. Boven het midden van het land ontstonden enkele sneeuwbuien die naar Zeeland trokken. Aanvankelijk waren de maxima in dit tijdvak ca. 5 ŕ 7 C, vanaf de 26e werd het ca. 1 tot 4 C. Tijdens de nachten vroor het op veel plaatsen licht, vanaf de 26e plaatselijk matig tot streng. Met uitzondering van de 22e ontstonden tijdens de nacht lokaal aanvriezende mistbanken.

Rob Sluijter