| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2004
Tijdvak 1 – 4 maart Bepalend voor het weer in dit tijdvak waren hogedrukgebieden. Het zwaartepunt van een eerste verplaatste zich van Engeland naar Frank-rijk. Aan het eind van het tijdvak nam de betekenis van dit systeem af en ontstond er een nieuw hogedrukgebied boven Zuid-Scandinavië. Op 1 maart was het in het zuiden vrij zonnig. Vanuit het noorden nam in de loop van het etmaal de bewolking toe. Deze bewolking behoorde bij een zwak warmtefront van een depressie boven Scandinavië. De overige dagen wisselden wolkenvelden en opklaringen elkaar af. Tijdens de nachten vroor het op veel plaatsen licht, op de 1e plaatselijk matig. In de nacht van 2 op 3 maart kwam bovendien plaatselijk aanvriezende dichte mist voor. De maxima waren ca. 5 ŕ 10 C, op 1 maart enkele graden lager.Tijdvak 5 – 7 maart Het eerder genoemde hogedrukgebied boven Scandinavië trok via Oost-Europa naar de Zwarte Zee. Een ander hogedrukgebied trok opbou-wend van het zeegebied ten westen van Ierland naar Schotland. Tussen deze twee hogedrukgebieden bevond zich boven onze omgeving een vore van lagedruk verbonden aan een depressie boven Zuid-Europa. In de vore lag een frontale zone met een klein secundair lagedrukgebied dat op de 5e over ons land naar Duitsland trok. Op 5 en 6 maart veroor-zaakte het front met name in de zuidelijke helft van het land af en toe regen of sneeuw. Op de 7e werd met een noordweststroming polaire lucht aangevoerd waarin enkele buitjes voorkwamen. Tijdens de nach-ten vroor het in de noordoostelijke helft van het land licht. De maxima waren op 5 en 7 maart 5 ŕ 8 C, op de 6e liep de maximumtemperatuur uiteen van 1 C in het noordoosten tot 6 C in het zuidwesten.Tijdvak 8 – 12 maart Bepalend voor het weer in dit tijdvak was het eerder genoemde hoge-drukgebied waarvan het zwaartepunt zich geleidelijk verplaatste van Schotland via Noorwegen naar Finland. Boven Zuid-Europa en later ten zuiden van IJsland waren depressies aanwezig. De van zuidoost naar noordoost draaiende stroming voerde koude lucht aan. Op 8 maart waren er perioden met zon. Een koude put trok op de 9e van de Oostzee naar de Ardennen, op de 10e lag de koude put boven Noord-Frankrijk en versmolt met een andere put boven Centraal Europa. Op de 9e nam de bewolking toe en viel er in het zuidoosten af en toe sneeuw. Op de 10e was het bewolkt en viel er in het hele land plaatselijk wat lichte sneeuw of motregen. In het (zuid)oosten kon zich op de 9e en 10e lokaal een dun sneeuwdek vormen. Op 11 maart scheen af en toe de zon. Op de 12e nam de bewolking toe op de nadering van een randstoring behorende bij de depressie ten zuiden van IJsland. In de middag en avond viel er regen. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht, op de 8e in de vroege ochtend in het midden van het land ook matig. De maxima wa-ren ca. 6 tot 8 C maar op de 9e en 10e werd het in gebieden met neer-slag slechts 2 tot 3 C.Tijdvak 13 – 18 maart Tussen een hogedrukgebied met centrum boven het Alpengebied en opeenvolgende depressies boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Vooral de eerste dagen van het tijdvak trokken regelmatig storingen over ons land. Op 13 maart lag een golvend front boven Duitsland. Het veroorzaakte boven ons land bewolking. In de middag en avond viel een enkele bui. Op de 14e veroorzaakte een trog aanvankelijk buiige regen in de noord-westelijke helft van het land. In de avond passeerde een occlusie van een depressie nabij Schotland ons land vergezeld van enige regen. 15 maart verliep in het noordwesten met flinke zonnige perioden, elders was het meest bewolkt. Op 16 maart was het aanvankelijk bewolkt maar in de loop van het etmaal klaarde het vanuit het zuiden op. 17 maart verliep zonnig. In de daarop volgende nacht ontstond plaatselijk mist. Overdag op de 18e trok een golvend koufront traag van west naar oost over het land vergezeld van buiige regen. De maxima in dit tijdvak ste-gen van ca. 8 ŕ 12 C naar 12 ŕ 22 C op de 17e. Op de 18e werd het in Limburg 19 C, elders 13 ŕ 15 C.Tijdvak 19 – 24 maart Een depressie trok in dit tijdvak al opvullend van het zeegebied ten zuiden van IJsland naar Scandinavië. Het zwaartepunt van een hogedrukgebied nabij de Azoren verplaatste zich naar het zeegebied ten westen van Ierland. Boven onze omgeving draaide de stroming hierdoor geleidelijk van zuidwest naar noord. Een actieve randstoring trok op de 19e van Ierland naar Denemarken. Het systeem veroorzaakte regen en veel wind. Boven de Wadden stond enige tijd een zuidwesterstorm. In het hele land kwamen zware windstoten voor. Een 2e actieve randstoring trok op de 20e over Schotland naar Denemarken. Af en toe viel regen. Langs de kust stond enige tijd een storm, kracht 9. In de kustprovincies kwamen zeer zware windstoten voor. Van 21 tot en met 24 maart werd onstabiele lucht aangevoerd waarin met name in het binnenland overdag buien tot ontwikkeling kwamen, plaatselijk vergezeld van hagel en, behalve op de 24e, lokaal ook onweer. De maxima in dit tijdvak daalden van ca. 9 ŕ 14 C naar 7 ŕ 9 C. De laatste 3 nachten van het tijdvak vroor het plaatselijk licht en ontstond lokaal dichte mist.Tijdvak 25 – 31 maart Aan het begin van dit tijdvak lag er een hogedrukgebied boven het midden van de Oceaan. Aan de oostflank stond boven onze omgeving een noordstroming. Op 25 maart trok een kleine depressie over de Noordzee zuidwaarts. In het zuidwesten viel een enkele bui. Een koude put trok op de 26e over Duitsland naar het zuiden. Dit systeem veroorzaakte boven ons land enkele buien, soms met hagel. Het hogedrukgebied ontwikkelde op de 27e een uitloper tot boven Midden-Europa. Hierdoor draaide de stroming naar west. Een frontale zone van een depressie boven de Noorse Zee lag van 27 tot en met 29 maart min of meer stationair van Denemarken naar het zuiden van Engeland. Wolkenvelden van het front dreven met name over het noordwesten van het land. In het zuidoosten was het overwegend zonnig. Aan het eind van het tijdvak ontwikkelde zich uit de hogedrukuitloper een nieuw centrum van hogedruk boven Oostenrijk dat zich geleidelijk verplaatste naar Scandinavië. Een depressie trok van IJsland naar het zeegebied ten zuidwesten van Ierland. Door deze ontwikkeling draaide de stroming boven onze omgeving naar oost. 30 en 31 maart verliepen zonnig. Van 25 tot en met 28 maart waren de maxima ca. 7 ŕ 12 C, daarna stegen de maxima snel naar 15 ŕ 20 C op de 31e. De eerste drie nachten vroor het op uitgebreide schaal licht, tijdens de nacht van 27 op 28 en 28 op 29 maart alleen in de zuidoostelijke helft van het land.
Rob Sluijter
|
|
|