Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2004
Tijdvak 1 – 3 april
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Scandinavië naar Ukraïne. Ten zuiden van IJsland was een complex lagedrukgebied aanwezig. Boven onze omgeving draaide de stroming van oost naar zuid. 1 april verliep in een groot deel van het land vrij zonnig en zeer zacht. In het zuidwesten trokken enkele wolkenvelden over behorende bij een zwakke hoogtestoring; plaatselijk viel hier ook wat regen. Op 2 april trok een zwak koufront behorende bij de depressie van zuidwest naar noordoost over het land. Plaatselijk viel buiige regen. Dit front werd op de 3e boven Duitsland vrijwel stationair en veroorzaakte boven ons land wolkenvelden en plaatselijk wat regen. De maxima in dit tijdvak daalden van ca. 16 tot 21 C naar 13 tot 16 C.
Tijdvak 4 – 9 april
Eerdergenoemde depressie trok in dit tijdvak opvullend van IJsland via de Noordzee naar Denemarken en vervolgens naar Polen. De as van een uitloper van een hogedrukgebied boven het midden van de Oceaan lag op de 7e tot boven de Noorse Zee, trok zuidwaarts en bereikte onze omgeving op 9 april. De stroming draaide geleidelijk van zuidwest naar noord. Het frontaal systeem van de depressie passeerde op de 4e vergezeld van regen en tijdens de koufrontpassage plaatselijk windstoten. Daarna vielen in onstabiele, polaire lucht tot en met de 8e met name in het binnenland geregeld buien. Plaatselijk gingen de buien vergezeld van hagel en onweer. Op de 9e was het onder invloed van de uitloper van hogedruk droog. Vanuit het noorden klaarde het op. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 à 12 C.
Tijdvak 10 – 13 april
Aanvankelijk stond aan de noordflank van een hogedrukgebied met zwaartepunt nabij de Azoren een noordweststroming. Het hogedrukgebied ontwikkelde geleidelijk een uitloper over onze omgeving tot boven de Oostzee. Op 10 april trok een occlusie behorende bij een depressie boven het noorden van Scandinavië van zuid naar noord over het land. Het front ging vergezeld van wolkenvelden en plaatselijk wat (mot)regen. Op de 11e waren er in de kustgebieden flinke perioden met zon, elders overheerste bewolking. 12 april verliep met uitzondering van het noordoosten vrij zonnig. Op de 13e wisselden zon en wolken elkaar af. De maxima in dit tijdvak waren 8 a 10 C, maar op de 12e en 13e werd het in het zuiden en midden 12 à 14 C. Met uitzondering van de nacht van 12 op 13 april vroor het plaatselijk licht.
Tijdvak 14 – 17 april
Tussen 2 opeenvolgende depressies boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland en een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich van Polen naar zuidoost-Europa verplaatste, stond boven onze omgeving een van oost naar zuid draaiende stroming waarmee steeds zachtere lucht werd aangevoerd. Het weer had dit tijdvak een zonnig karakter, alhoewel in de middag in het binnenland van de 14e tot en met de 16e cumuliforme bewolking ontstond. Op de 17e veroorzaakte een vanuit het westen naderend koufront enige wolkenvelden. Tijdens de vroege ochtend van de 14e kwamen plaatselijk mistbanken voor. De maxima in dit tijdvak stegen van 11 à 16 naar 18 à 23 C.
Tijdvak 18 – 22 april
Een complexe, sturende depressie lag in dit tijdvak aanvankelijk boven de Britse Eilanden en later boven het zeegebied ten westen van Ierland. Het hogedrukgebied der Azoren had een uitloper tot boven het westelijk deel van de Middellandse Zee. Boven onze omgeving stond een zuidweststroming waarin regelmatig zwakke storingen meetrokken. Een occlusie van de depressie passeerde op de 18e vergezeld van regen. In polaire lucht wisselden zon en bewolking elkaar op de 19e af. Een zwakke trog veroorzaakte in de middag en avond enkele buien. Na een koude nacht met plaatselijk vorst was het overdag op de 20e vrij zonnig. Alleen in het noordoosten was meer bewolking aanwezig behorende bij eerdergenoemde trog. Op 21 april dreven met name over het westelijk deel van het land wolkenvelden behorende bij een golvend koufront boven de Noordzee. Dit front trok in de nacht van 21 op 22 april over ons land naar Duitsland vergezeld van buiige regen. In Limburg werd onweer waargenomen. Op de 22e lag het front al golvend vrijwel stationair boven Duitsland. In het zuidoosten veroorzaakte het later op de dag enig tijd regen. Elders waren er opklaringen. De maxima in dit tijdvak stegen van ca. 10 à 15 C naar ca. 14 à 20 C.
Tijdvak 23 – 26 april
Bepalend voor het weer was een hogedrukgebied waarvan het centrum in dit tijdvak van de Golf van Biscaje naar de Noordzee trok. Op het eind van het tijdvak nam de betekenis van dit hogedrukgebied af maar er bleef boven de Noordzee een rug van hogedruk bestaan tussen hogedrukgebieden ten westen van Ierland en boven Finland. Aanvankelijk was de stroming noordwest, vanaf de 25e oost. Het was overwegend zonnig, alleen op de 24e dreven met name in de zuidwestelijke helft van het land wolkenvelden over van een oplossend front behorende bij een depressie nabij IJsland. De maxima in dit tijdvak stegen van ca. 14 à 18 C naar 18 à 21 C.
Tijdvak 27 – 30 april
Boven Frankrijk lag op 27 april een thermische depressie die zich in de loop van het tijdvak ontwikkelde tot een sturend lagedrukgebied. Gekoppeld aan deze depressie lag een vore van lagedruk tot boven het Noordzeegebied. Aan de oostflank van de depressie en vore werd met een zuidooststroming zachte en onstabiele lucht aangevoerd. In deze stroming trokken enkele convergentielijnen over ons land. Op 27 april was het vrij zonnig maar in het zuiden nam de bewolking later toe op nadering van een convergentielijn. Hierop ontstonden in de avond in het zuiden enkele onweersbuien. Op de 28e trok een volgende lijn vergezeld van buiige regen en in het zuiden plaatselijk onweer noordwaarts. In de middag ontstonden actieve onweersbuien boven het zuiden van het land die geleidelijk in activiteit afnemend naar het noorden trokken. Plaatselijk werd hagel waargenomen. In Zeeland viel lokaal in korte tijd 25 tot 30 mm neerslag. Op de 27e en 28e waren de maxima 19 à 22 C. Op de 29e overheerste de bewolking en viel lokaal een bui bij maxima van 16 à 19 C. Op 30 april waren er flinke zonnige perioden bij maxima van 21 tot lokaal 25 C. In de namiddag en avond ontstonden op een convergentielijn in het zuiden zware onweersbuien. Plaatselijk viel ruim 50 mm neerslag. Lokaal ontstond wateroverlast en schade door hagel.

Rob Sluijter