| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Mei 2004
Tijdvak 1 – 3 mei Boven onze omgeving was in de hogere luchtlagen sprake van een zadelgebied tussen depressies boven de Noorse Zee en Zuid-Europa en hogedrukgebieden met centra boven de oceaan en Rusland. Een barocliene zone lag op 1 en 2 mei stationair westoost georienteerd over het land. Op 30 april waren in deze zone boven het zuiden van het land zware onweerscomplexen ontstaan; op 1 mei viel in de nacht aanvankelijk nog buiige neerslag in het zuidwesten. Overdag was het in het noorden vrij zonnig. Elders waren ook wolkenvelden aanwezig en in het oosten ontstonden enkele onweersbuien bij maxima van ca. 17 tot 21 C. Op 2 mei wisselden zon en wolken elkaar af, in het oosten viel plaatselijk een bui. De maxima liepen uiteen van 12 C in het noordwesten tot 19 C in het zuidoosten. Het zadelgebied verplaatste zich zuidwaarts waardoor de stroming op 3 mei zuidwest werd. In deze stroming trok een convergentielijn mee waarin boven de oostelijke helft van het land buien ontstonden, plaatselijk vergezeld van hagel onweer. De maxima liepen op de 3e uiteen van 14 C aan de kust tot 21 C in het oosten.Tijdvak 4 – 9 mei Aanvankelijk werd het weer bepaald door een zeer diepe depressie boven de Britse Eilanden. Het lagedrukgebied vulde geleidelijk op maar op 6 mei ontstond op het golvende frontale systeem boven Tsjechië een lagedrukgebied dat retrograad naar onze omgeving trok alwaar het op de 7e quasi stationair werd en eveneens opvulde. Op 4 mei passeerde in de loop van het etmaal het frontale systeem vergezeld van wat regen ons land van west naar oost. Op de 5e waren er flinke perioden met zon, in de middag ontstonden in het zuidwesten enkele buitjes. 6 mei verliep in de westelijke helft van het land met perioden met zon. In het oosten nam de bewolking toe op nadering van eerder genoemde depressie. In de middag en avond viel daar af en toe buiige regen. 7 mei verliep in een groot deel van het land nat met landelijk bezien 15 mm neerslag. Langs de oostgrens viel plaatselijk ruim 25 mm. Op 8 en 9 mei wisselden zon en wolken elkaar af. In het oosten viel op de 9e plaatselijk enige buiige neerslag. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 à 16 C.Tijdvak 10 – 13 mei De rugas van een langgerekt hogedrukgebied, aanvankelijk noordzuid georienteerd van IJsland naar de Azoren, lag aan het eind van het tijdvak van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland tot boven Zuid-Scandinavië. Een vlakke depressie boven de Oostzee trok naar het oosten. Boven onze omgeving stond een zwakke noordweststroming. In deze stroming trokken veel wolkenvelden over ons land waaruit soms een spat regen viel. Toch was er af en toe ook ruimte voor de zon. Op 10 mei ontstond nabij Arnhem een lokale onweersbui. Tijdens de nachten ontstond lokaal een mistbank. De maxima waren ca. 10 à 16 C, maar op de 10e werd het in het binnenland plaatselijk 19 C.Tijdvak 14 – 20 mei Bepalend voor het weer was een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich meestentijds nabij het zuiden van de Britse Eilanden bevond. Depressies trokken van Groenland naar het noorden van Scandinavië. Boven onze omgeving stond aan de noord of oostflank van het hogedrukgebied een zwakke west- tot noordstroming. Van 14 tot en met 19 mei was het droog en met name in de kustgebieden zonnig. In het binnenland ontstond overdag af en toe enige cumuliforme bewolking. Op 20 mei trok een zwak koufront vergezeld van wolkenvelden en een spat regen van noord naar zuid over het land. De maxima liepen in dit tijdvak geleidelijk op van ca. 13 à 17 C naar 17 à 23 C.Tijdvak 21 – 27 mei Het zwaartepunt van eerder genoemd hogedrukgebied lag aan het begin van dit tijdvak ten westen van Ierland. Het verplaatste zich traag via de Britse Eilanden naar het zeegebied ten noorden van Schotland. Aan de oostflank van dit systeem stond boven onze omgeving een noordweststroming waarmee koele lucht werd aangevoerd. Af en toe trokken in deze stroming zwakke storingen mee behorende bij depressies die via het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan naar Scandinavië trokken. Op 21 mei veroorzaakte een naar het zuiden trekkend koufront in het zuiden aanvankelijk buiige regen, in Limburg plaatselijk vergezeld van onweer. Daarna was het overal wisselend bewolkt met lokaal een lichte bui. Op de 22e trok achtereenvolgens een zwakke trog en een warmtefrontafloper over ons land zuidwaarts. Beide storingen veroorzaakten buitjes, op de trog plaatselijk vergezeld van hagel. De overige dagen van dit tijdvak wisselden bewolking en opklaringen elkaar af. Uit de bewolking viel lokaal, met uitzondering van de 23e , een spatje regen of lichte bui. De zon scheen het meest in de kustgebieden; hier was het vaak vrij zonnig. De nachten in dit tijdvak verliepen koud waarbij het in de vroege ochtend van de 22e lokaal tot lichte vorst kwam. Aan de grond vroor het met uitzondering van de 21e gedurende de nachten plaatselijk licht. De maxima waren 13 à 19 C.Tijdvak 28 – 31 mei Een gordel van hogedruk met diverse centra strekte zich aan het begin van het tijdvak uit van de Noorse Zee via de Noordzee naar Oost-Europa. De as van dit systeem verplaatste zich geleidelijk naar Scandinavië. Een depressie ten westen van Ierland bleef vrijwel stationair maar breidde haar invloed aan het eind van het tijdvak uit tot boven onze omgeving. De stroming ruimde in dit tijdvak van oost naar west. Op 28 en 29 mei was het in een groot deel van het land zonnig, alleen in het noordoosten dreven aanvankelijk op de 28e nog wolkenvelden over. In de avond van de 29e mei nam de bewolking in het zuidwesten toe op de nadering van een koufront van eerdergenoemde depressie. Tijdens de nacht van 27 op 28 mei vroor het aan de grond plaatselijk licht. De maxima waren op de 28e 15 tot 20 C, op de 29e 22 tot 24 C. Het front trok op de 30e en 31e traag van zuidwest naar noordoost over het land en werd boven de Waddeneilanden stationair. Het front ging vergezeld van buiige regen. Met name in de nacht van 30 op 31 mei viel in het midden plaatselijk ruim 30 mm neerslag. Op 31 mei viel in het noordoosten aanvankelijk nog regen. In de rest van het land waren er flinke perioden met zon. In het zuiden veroorzaakte een trog enkele buien, plaatselijk vergezeld van onweer en hagel. In het noordoosten ontstonden in de nabijheid van het front later op de dag enkele buien. De maxima op de 30e liepen uiteen van ca. 17 C in het zuidwesten tot ruim 25 C in het noordoosten. Op de 31e waren de maxima ca. 16 à 21 C.
Rob Sluijter
|
|
|