| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2004
Tijdvak 1 – 7 oktober Het weer werd bepaald door een diepe depressie boven het zeegebied tussen IJsland en Schotland. Vanaf 6 oktober verplaatste de depressie zich oostwaarts, op de 7e lag de nu snel opvullende depressiekern boven het zuiden van Scandinavië. Boven onze omgeving stond een zuidweststroming. Op 1 oktober kwam aanvankelijk plaatselijk dichte mist voor. Overdag brak de zon door en ontwikkelde zich een enkele bui. In de nacht van 1 op 2 oktober passeerde een koufront van de depressie, plaatselijk vergezeld van buiige regen. Op 2 oktober waren er perioden met zon. Op de passage van een trog in de nacht van 2 op 3 oktober vielen er in de noordelijke helft van het land buien. De buien gingen soms vergezeld van onweer waarbij in Noord-Holland lokaal ruim 20 mm neerslag viel. Een randstoring van de depressie trok op de 3e van de Golf van Biscaje noordoostwaarts om op de 4e in de sturende depressie te worden opgenomen. De frontale zone van de randstoring lag vrijwel parallel aan de stroming en trok daardoor zeer traag en met golfvorming over onze omgeving. Op 4 oktober lag de frontale zone boven de Noordzee, op de 5e over ons land en op de 6e net ten oosten van ons land. Op 4 oktober overheerste de bewolking en vooral in de noordwestelijke helft van het land viel af en toe (mot)regen. Op de 5e lag de nadruk voor wat betreft de neerslag op het zuidoosten. In het zuiden van Limburg viel plaatselijk ruim 20 mm in 24 uur. Op 6 oktober waren er zonnige perioden, het laatst in het zuidoosten waar aanvankelijk nog wat (mot)regen viel. In de middag en avond veroorzaakte een trog enkele buien, soms met onweer. Op 7 oktober waren er zonnige perioden, plaatselijk viel nog een bui. De maxima in dit tijdvak waren 15 tot 19 C, op de 4e in het zuidoosten enkele graden hoger.Tijdvak 8 – 13 oktober Het zwaartepunt van een blokkerend hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van het zeegebied ten westen van Ierland via het zuiden van Scandinavië naar Oost-Europa. In combinatie met een depressie ten westen van Portugal die via de Golf van Biscaje naar het zuiden van Engeland trok, resulteerde dit in onze omgeving in een van noord naar zuidoost draaiende stroming. Op 8 oktober waren er zonnige perioden, plaatselijk viel er een bui. Vanaf de 9e tot aan het eind van het tijdvak werd met de ruimende stroming droge, continentale lucht aangevoerd waardoor het vaak schraal aanvoelde. In de noordelijke helft van het land was het vrij zonnig, in de zuidelijke helft van het land dreef af en toe bewolking over behorende bij een frontale zone van de genoemde depressie. Op de 12e viel uit de bewolking in het zuidwesten plaatselijk regen. Op 13 oktober bereikte de frontale zone ons land. In de avond viel in het zuidwesten wat (mot)regen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 12 ŕ 16 C. Tijdens de nacht van 8 op 9 oktober vroor het in het binnenland plaatselijk licht aan de grond.Tijdvak 14 – 18 oktober Bepalend voor het weer in dit tijdvak was een depressie waarvan de kern zich langzaam van de Britse Eilanden naar de Noordzee verplaatste. Op de 17e trok de depressie door naar Zuid-Scandinavië om vervolgens stationair te worden. Met een zuidstroming werd vochtige lucht aangevoerd. Op de 18e draaide de stroming naar het noordwesten. Het occluderende koufront van de depressie passeerde in de ochtend van de 14e het land met wat regen. Later vielen voornamelijk in het westen van het land enkele buien. Op 15 oktober was er aanvankelijk ruimte voor de zon. Een trog vergezeld van buiige regen trok in de nacht van 15 op 16 oktober vanuit België noordwaarts over ons land waarbij de neerslagactiviteit geleidelijk afnam. In Gelderland viel plaatselijk ruim 15 mm neerslag. Op de 16e overheerste de bewolking, alleen aan zee waren er enkele zonnige perioden. Uit de bewolking viel lokaal een lichte bui. In de nacht van 16 op 17 oktober ontstond voor de kust een kustfront. De hiermee samenhangende buien trokken voornamelijk over de kustprovincies. Op 17 oktober vielen in het hele land buien. In Zeeland werd plaatselijk ruim 25 mm neerslag afgetapt. In de avond klaarde het in het noorden op waarbij plaatselijk zeer dichte mist ontstond. Op de 18e trok er een occlusie van de depressie met de naar noordwest gedraaide stroming over de noordelijke helft van het land. Er vielen met name ten noorden van de grote rivieren buien. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 ŕ 14 C, op de 14e enkele graden hoger.Tijdvak 19 – 21 oktober De kern van een complex lagedrukgebied dat bepalend was voor het weer lag boven het zeegebied ten noordwesten van Ierland. Na het oplossen van plaatselijk dichte mistbanken waren er op de 19e zonnige perioden bij maxima van 13 ŕ 15 C. In de avond nam de bewolking toe op de nadering van een warmtefront van de depressie. Het front trok vergezeld van (mot)regen op de 20e van zuidwest naar noordoost over het land. Achter het front werd zeer zachte, vochtige en onstabiele lucht aangevoerd. De maxima waren 15 ŕ 20 C. In de avond trok een onweerscomplex over de zuidoostelijke helft van het land. Na een zeer zachte nacht met temperaturen tussen 13 en 17 C passeerde in de vroege ochtend van de 21e het koufront van de depressie vergezeld van enkele buienlijnen. Plaatselijk werden onweer en windstoten waargenomen. Overdag waren er zonnige perioden bij maxima van 14 ŕ 18 C. Aan de kust stond enige tijd een stormachtige wind.Tijdvak 22 – 25 oktober Boven onze omgeving stond een zuidweststroming tussen een hogedrukgebied boven Zuidoost-Europa en depressies die van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland naar de Noorse Zee trokken. Het golvende polaire front bevond zich tot en met de 24e in de nabijheid van ons land, op de 25e verplaatste het zich oostwaarts naar Duitsland. Op 22 oktober was het in de zuidelijke helft van het land zonnig, elders nam de bewolking geleidelijk toe op nadering van het front. In de nacht van 22 op 23 oktober viel er met name in het noorden en midden af en toe (mot)regen. Ook op de 23e en 24e viel, voornamelijk in het noorden en midden van het land, af en toe regen. In het noorden viel tussen 8 UT op de 23e en 8 UT op de 24e plaatselijk 20 tot 40 mm neerslag. Op 25 oktober was het wisselend bewolkt en viel er plaatselijk een bui. De maxima in dit tijdvak liepen op van 15 ŕ 17 C op de 22e naar 16 ŕ 20 C op de 24e. Op de 25e werd het 15 ŕ 16 C.Tijdvak 26 – 31 oktober Op 26 oktober kwam er boven het zeegebied ten westen van Portugal een zeer diepe depressie tot ontwikkeling. De kern van deze depressie kwam op de 28e boven Ierland te liggen om vervolgens sterk opvullend naar het Iberisch Schiereiland te trekken alwaar het systeem op de 31e aankwam. Op de 26e waren er zonnige perioden. In het noordelijk kustgebied viel plaatselijk een bui. De nacht van 26 op 27 oktober verliep rustig en koud. Plaatselijk ontstond dichte mist. In het oosten werd plaatselijk de eerste vorstdag na het zomerseizoen geregistreerd. Overdag waren er zonnige perioden. Een frontale storing van de depressie trok in de nacht van 27 op 28 oktober vergezeld van regen over ons land. Overdag op de 28e bleef het in het noorden bewolkt, in het zuiden klaarde het op. Op 29 oktober wisselden zon en wolken elkaar af. Een trog trok vergezeld van buiige regen in de avond en de nacht van 29 op 30 oktober over ons land. In het oosten werd onweer waargenomen. Zeer lokaal viel in het oosten 20 tot ruim 40 mm neerslag. Na passage van de trog klaarde het op en ontstond plaatselijk mist. Op de 30e volgden zonnige perioden. In de avond trokken wolkenvelden van de Noordzee zuidwaarts over ons land. Deze bleven op de 31e hardnekkig. In de avond van de 30e waren mistbanken ontstaan die verdwenen nadat de bewolking binnendreef. De maxima in dit tijdvak waren ca. 12 tot 15 C.
Rob Sluijter
|
|
|