Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
November 2004
Tijdvak 1 – 3 november
Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van de Britse Eilanden naar Oost-Europa. De stroming draaide hierdoor boven onze omgeving van oost naar zuid. Op 1 november overheerste de bewolking. Een zwakke frontale zone behorende bij een depressie boven Frankrijk, naderde in de nacht van 1 op 2 november vanuit het zuidoosten om vervolgens op de 2e boven onze omgeving stationair te worden. Er viel af en toe (mot)regen. In de nacht van 2 op 3 november trok de zone al activerend verder noordwaarts. Er viel enige tijd regen. Op 3 november was het in het zuidoosten vrij zonnig, elders overheerste de bewolking en kwam aanvankelijk mist voor. De maxima in dit tijdvak waren ca. 9 ŕ 12 C, op de 3e in het zuidoosten tot 15 C.
Tijdvak 4 – 8 november
Aan de noordflank van een hogedrukgebied met centrum ten zuidwesten van Ierland, stond boven onze omgeving een west- tot noordwest-stroming. Het koufront van een depressie boven het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen passeerde op de 4e vergezeld van enige regen. Na passage van het front vielen in de nacht van 4 op 5 november en op de 5e voornamelijk in de noordoostelijke helft van het land enkele buien. Op de 6e viel in het hele land onder invloed van een barocliene zone af en toe lichte buiige neerslag. Op 7 november ontwikkelde het hogedrukgebied een rug in oostwaartse richting, op de 8e ontstond hieruit een apart hogedrukgebied met zwaartepunt boven de Baltische Staten. Vanaf de Noordzee dreven op de 7e wolkenvelden over die sterk aan oplossing onderhevig waren. Een front van een depressie, die over de Noordkaap oostwaarts trok, werd op de 7e stationair boven de Noordzee doordat het ingeklemd raakte tussen de twee hogedrukgebieden. Het front veroorzaakte vooral op de 8e in het zuidwesten wat regen, elders overheerste aanvankelijk de bewolking. Later klaarde het vanuit het oosten op. De maxima waren meestentijds ca. 10 ŕ 12 C.
Tijdvak 9 – 11 november
Het weer werd bepaald door een depressie die van de Balkan naar onze omgeving trok, stationair werd en opvulde. Na een koude nacht met plaatselijk lichte vorst en mist was het op de 9e aanvankelijk vrij zonnig. Vanuit het oosten nam de bewolking toe. In de nacht van 9 op 10 veroorzaakte het occluderende front van de depressie in het oosten regen, in het zuidoosten viel sneeuw. Het neerslaggebied trok op de 10e langzaam richting Noordzee, in Limburg viel aanvankelijk nog plaatselijk sneeuw. In het zuiden van Limburg vormde zich met name op de hogere delen een sneeuwdek van enkele centimeters. Op 11 november klaarde het vanuit het noordoosten op. In de avond vroor het in het binnenland plaatselijk licht. De maxima in dit tijdvak waren ca. 5 ŕ 8 C.
Tijdvak 12 – 18 november
Aanvankelijk stond er boven onze omgeving een noordweststroming tussen een depressie nabij de Noordkaap en een hogedrukgebied met centrum ten westen van Ierland. Op 12 november passeerde het frontale systeem van de depressie met op de koufrontpassage wat regen. Daarna vielen er in de nacht van 12 op 13 november en op de 13e buien, soms met hagel en windstoten. Op de 14e werd de buiigheid onderdrukt doordat de as van het hogedrukgebied zich via onze omgeving naar het zuiden verplaatste. De stroming werd west en hiermee werd op de 15e vochtige lucht aangevoerd. Het was meest bewolkt en in het noorden viel wat motregen. Vanaf de 16e tot het einde van het tijdvak lag het polaire front aan de noordflank van het hogedrukgebied al golvend in de nabijheid van ons land. Het was bewolkt en op de 16e en 17e viel af en toe (mot)regen. Op 18 november kwam aan de westflank van een depressie boven het zuiden van Scandinavië boven de Noordzee een noordstroming opgang waarmee arctische lucht zuidwaarts werd getransporteerd. Hierdoor nam de temperatuurtegenstelling aan weerszijde van het frontvlak toe. Bovendien trok een actieve golf over onze omgeving oostwaarts. Gevolg was een bewolkte, winderige en zeer natte dag met landelijk bezien 22 mm. In het zuiden viel lokaal 35 tot 40 mm. De maxima in dit tijdvak waren meestentijds ca. 8 ŕ 12 C.
Tijdvak 19 – 21 november
Tussen een hogedrukgebied met zwaartepunt boven Groenland en depressies boven Scandinavië en Oost-Europa, stond boven onze omgeving aanvankelijk een noordweststroming waarmee koude, onstabiele lucht werd aangevoerd. Op 19 en 20 november vielen winterse buien, plaatselijk vergezeld van windstoten en op de 20e van onweer. In het binnenland vormde zich lokaal een tijdelijk en dun sneeuwdek. Op de 21e was het onder invloed van een vanuit het westen naderende rug van hoge druk aanvankelijk droog met af en toe zon. Een warmtefront van een depressie ten zuiden van Ierland trok in de avond met regen over het land. In het binnenland werd de regen plaatselijk voorafgegaan door sneeuw. Tijdens de nacht van 19 op 20 en 20 op 21 november vroor het plaatselijk licht. De maxima waren ca. 3 ŕ 10 C.
Tijdvak 22 – 25 november
Aanvankelijk werd het weer bepaald door een depressie die over de Noordzee naar de Baltische Staten trok. Het warmtefront van de depressie was in de avond van de 21e gepasseerd. Op de 22e was het overwegend bewolkt en af en toe viel (mot)regen. Het koufront trok op 23 november over ons land vergezeld van wat regen. Na passage klaarde het geleidelijk op en steeg de luchtdruk snel. Boven onze omgeving ontstond een hogedrukgebied. Het zwaartepunt verplaatste zich geleidelijk naar Zuid-Oost Europa. In de nacht van 23 op 24 november vroor het plaatselijk licht en ontstonden enkele mistbanken. Overdag op de 24e was het vrij zonnig. Ook in de nacht van 24 op 25 november vroor het op veel plaatsen licht en ontstond dichte mist of laaghangende bewolking. De mist en laaghangende bewolking loste op de 25e geleidelijk op, echter lokaal niet in het midden van het land. De maxima in dit tijdvak waren op de 22 en 23e ca. 10 ŕ 13, daarna ca. 3 ŕ 8 C. Echter op plaatsen waar het op de 25e bewolkt bleef of de mist bleef hangen kwam het maximum lokaal niet boven het vriespunt.
Tijdvak 26 – 30 november
Boven het zuiden van Europa was de luchtdruk de eerste dagen van dit tijdvak hoog. Aan de noordflank stond boven onze omgeving een weststroming waarmee vochtige lucht werd aangevoerd. Op 26 november passeerde een front van een depressie boven de Noorse Zee. Het was bewolkt en af en toe viel regen. Op 27 november overheerste de bewolking. Inmiddels had zich nabij Schotland een hoeveelheid koude lucht in de hogere luchtlagen afgesnoerd. De koude put, aan het oppervlak herkenbaar aan een vlakke depressie, trok op de 28e over onze omgeving zuidwaarts om op de 30e boven Zuid-Frankrijk aan te komen. Na passage bouwde zich boven onze omgeving vanuit het zuidwesten een zwakke rug van hoge druk op. 28 en 29 november verliepen bewolkt. Af en toe viel (mot)regen. In de nacht van 28 op 29 november ontstond op veel plaatsen dichte mist die op de 29e geleidelijk oploste. In de nacht van 29 op 30 november ontstond opnieuw plaatselijk dichte mist. Op 30 november draaide de stroming naar het oosten en werd geleidelijk drogere lucht aangevoerd. De mist ging over in laaghangende bewolking en later op de dag klaarde het vanuit het oosten op. Dit tijdvak verliep vrij zacht met maxima van ca. 7 ŕ 10 C.

Rob Sluijter