Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
Januari 2005
Tijdvak 1 – 4 januari
In dit tijdvak stond er boven onze omgeving een krachtige weststroming tussen depressies boven het noordelijk deel van de Oceaan en een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich van de Azoren naar Zuidwest-Europa verplaatste. Het koufront van een diepe depressie nabij IJsland passeerde op 1 januari. Op de nadering hiervan nam de bewolking in de loop van de dag toe, in de avond gevolgd door enige regen. Rond de frontpassage stond er aan zee een stormachtige wind en kwamen in de westelijke helft van het land zware windstoten voor. Van 2 tot en met 4 januari was het zacht en winderig. Wolkenvelden en opklaringen wisselden elkaar af. Op de 2e en aanvankelijk op de 3e viel in het noorden een enkele bui. Een zwak koufront behorende bij een laag boven IJsland passeerde in de nacht van 4 op 5 januari met wat regen. Het was dit tijdvak zacht met maxima van ca. 7 ŕ 11 C.
Tijdvak 5 – 11 januari
Tussen een hogedrukgebied met zwaartepunt boven het zuiden van Europa en opeenvolgende sturende lagedrukgebieden nabij IJsland handhaafde zich ook in dit tijdvak een krachtige zuidwest- tot weststroming waarmee zachte lucht werd aangevoerd. Op 5 januari overheerste de bewolking. Een koufront trok in de nacht van 5 op 6 januari vergezeld van regen oostwaarts over het land. Overdag op de 6e was het vrij zonnig. In de avond namen wind en bewolking toe. 7 januari verliep winderig en bewolkt. In het noorden viel (mot)regen en in de kustprovincies kwamen zware windstoten voor. Uit het polaire front ontstond door golfvorming op de 8e boven Ierland een snel uitdiepende depressie die naar Zweden trok. Het systeem veroorzaakte langs onze kust enige tijd storm. In heel het land kwamen zware tot zeer zware windstoten voor. Op de koufrontpassage van de depressie viel lichte regen. Van 9 tot en met 11 januari wisselden opklaringen en bewolking elkaar af. In de avond van de 9e passeerde een warmtefront, in de nacht van 10 op 11 januari een golvend koufront, beide met wat regen. In de avond van de 11e passeerde wederom een zwak koufront vergezeld van motregen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 ŕ 14 C. Vorst kwam niet voor.
Tijdvak 12 – 16 januari
Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich verplaatste van de Golf van Biscaje via Duitsland naar Centraal-Europa. Aanvankelijk stond er tussen dit systeem en een over Scandinavië oostwaarts koersende depressie, boven onze omgeving een weststroming. Na passage van de rugas van het noordzuid georienteerde hogedrukgebied kromp op de 14e de stroming naar zuidoost- tot zuid. Op 12 en 13 januari wisselden bewolking en opklaringen elkaar af. Met name in het noorden vielen enkele buien, plaatselijk vergezeld van hagel. Van 14 tot en met 16 januari was het vrij helder. Alleen in de nacht van 14 op 15 januari ontstond plaatselijk dichte mist. De maxima in dit tijdvak daalden van 9 ŕ 11 C naar 3 ŕ 6 C. Vanaf de 14e vroor het tijdens de nachten op veel plaatsen licht, in de nacht van 15 op 16 januari plaatselijk matig.
Tijdvak 17 – 20 januari
Aanvankelijk werd het weer bepaald door een depressie die van de zuidpunt van Groenland naar de Noorse Zee trok. Een frontaal systeem van het laag veroorzaakte in de loop van 17 januari en in de nacht van de 17e op 18e af en toe buiige regen. Tussen de depressie en een hogedrukgebied met centrum boven het midden van de Oceaan stond op de 18e en 19e een noordweststroming. Op de 18e passeerden twee troggen vergezeld van winterse buien. Landelijk bezien viel 10 mm neerslag. Op 19 januari werd de buiigheid vanuit het zuidwesten door een rug van hogedruk onderdrukt. Een depressie, op de 19e boven IJsland, trok op de 20e naar Zuid-Scandinavië. Het frontale systeem van het lagedrukgebied bereikte ons land in de avond van de 19e. Het raakte bewolkt en er viel wat (mot)regen. Het koufront lag op de 20e westoost over het midden van het land. Door golfvorming activeerde het front en bleef over het midden en zuiden slepen. Hier viel 10 tot ruim 30 mm neerslag waarbij de koufrontpassage plaatselijk gepaard ging met korte tijd zware regen. In het noorden vielen enkele buien, soms met hagel, onweer en zware windstoten. Vorst kwam in dit tijdvak niet voor. De maxima waren ca. 6 ŕ 9 C, op de 20e tot 12 C in het zuiden.
Tijdvak 21 – 26 januari
Gedurende de eerste dagen van dit tijdvak stond er een van noordwest naar noord draaiende stroming tussen een hogedrukgebied met centrum ten westen van Ierland en een lagedrukgebied boven de Baltische Staten. Op 21 en 22 januari was het wisselend bewolkt. Er vielen enkele buien, soms met hagel of sneeuw en vooral in het noorden plaatselijk vergezeld van zware windstoten. Op de 23e trok er een randstoring over Zuid-Scandinavië naar Polen. Bij ons veroorzaakte de storing buien, later met een winters karakter. In de nacht van 23 op 24 januari trokken twee troggen over het land. Ze gingen vergezeld van hagel en sneeuwbuien, plaatselijk werd onweer waargenomen. In een groot deel van het land vormde zich een dun sneeuwdek van 1 tot enkele centimeters. Het sneeuwdek kon zich in het oosten lokaal tot op de 30e handhaven. Op de 24e verplaatste de depressie zich naar het zuiden om te worden opgenomen in een laag boven de Middellandse Zee. Het hogedrukgebied west van Ierland kreeg verbinding met een hoog boven Rusland via een rug over Scandinavië. Boven onze omgeving ruimde de stroming naar noord- tot noordoost. Op 24 en 25 januari werd onstabiele lucht aangevoerd. Bewolking en opklaringen wisselden elkaar af. Trogjes veroorzaakten af en toe een winterse bui. Op de 26e stroomde er aan de oostflank van het hoog, ten westen van Ierland, vochtige lucht over de Noordzee in de richting van ons land. Het warmtefront dat de voorste begrenzing vormde van deze luchtmassa veroorzaakte in de avond in het noorden wat sneeuw. De maxima in dit tijdvak daalden van ca. 6 ŕ 9 C naar 0 ŕ 3 C. Met uitzondering van de nacht van 21 op 22 januari vroor het tijdens de nachten licht, later lokaal ook matig.
Tijdvak 27 – 31 januari
Eerder genoemd hogedrukgebied met centrum ten westen van Ierland bleef in dit tijdvak bepalend voor het weer. Aan de oostflank van dit systeem stond boven het Noordzeegebied een stroming die kromp van noord naar noordwest. Een zwakke frontale zone die de scheiding vormde tussen zachte, vochtige lucht en koude polaire, lag aanvankelijk parallel aan de stroming in de nabijheid van ons land. Op de 27e viel er af en toe wat regen of sneeuw. Een golfvormige storing in het front trok op de 28e over ons land zuidwaarts, opnieuw vergezeld van wat lichte regen of sneeuw. In de ochtend van de 28e kwam plaatselijk ook dichte mist voor. Op 29 januari kwam boven het noorden van Scandinavië een diepe depressie te liggen. De stroming nam hierdoor in kracht toe en de frontale zone passeerde nu definitief als warmtefront ons land vergezeld van wat regen of sneeuw. In het zuidoosten ontstond plaatselijk gladheid. Op de 30e was er veel bewolking met soms motregen. Het koufront van de depressie trok op de 31e vergezeld van regen over ons land. Tijdens de nachten vroor het tot en met de 29e meest licht. Overdag liepen de maxima op van net boven het vriespunt in het oosten tot ca. 6 C langs zee. Na de definitieve passage van het warmtefront werd het op de 30e en 31e in heel het land 6 ŕ 8 C.

Rob Sluijter