| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Februari 2005
Tijdvak 1 – 3 februari Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van het zeegebied ten westen van Ierland naar de Golf van Biscaje. Het hoog ontwikkelde hierbij een uitloper over onze omgeving naar Oost-Europa. Boven onze omgeving stond een noordweststroming die in kracht afnam. Op 1 februari trokken in onstabiele lucht meest lichte buien over het land. In de nacht van 1 op 2 februari passeerde een zwak warmtefront waarna overdag af en toe lichte buiige neerslag viel uit uitgestrekte wolkenvelden. Ook op de 3e werden wolkenvelden aange-voerd vanaf de Noordzee waar plaatselijk nog wat regen uit viel. De maxima waren ca. 6 ŕ 9 C, de nachten verliepen vorstvrij.Tijdvak 4 – 8 februari Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een krachtig hogedrukgebied waarvan het centrum zich geleidelijk westwaarts verplaatste van Rus-land naar Oost-Europa. Een diepe depressie ontwikkelde zich nabij Groenland maar de invloed van dit systeem beperkte zich tot de Britse Eilanden. Op 4 februari kwam een (zuid)ooststroming op gang waarmee droge, continentale lucht werd aangevoerd. Op de 4e waren vooral in het noorden hardnekkige wolkenvelden aanwezig, elders scheen af en toe de zon. Aanvankelijk kwam plaatselijk dichte mist voor. Van 5 tot en met 8 februari was het vrij helder en overdag zonnig. Alleen in de vroege ochtend van de 8e ontstond plaatselijk een mistbank. Op alle dagen van dit tijdvak werd het maximaal ca. 4 ŕ 9 C. Tijdens de nachten vroor het aanvankelijk plaatselijk licht, later op uitgebreide schaal licht tot matig.Tijdvak 9 – 11 februari Het centrum van eerder genoemd hogedrukgebied trok op 9 februari verder naar Zuidoost-Europa waarna een verbinding ontstond over het zuiden van Europa met een hoog nabij de Azoren. Een diepe, sturende depressie lag in dit tijdvak boven het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen. Boven onze omgeving stond een weststroming. Op 9 fe-bruari overheerste de bewolking. In de loop van de dag passeerde een regengebied behorende bij een occlusie van de depressie. In de nacht van 9 op 10 februari volgde opnieuw regen, veroorzaakt door de passa-ge van een warmtefront. Vervolgens bleef een koufront op de 10e en aanvankelijk op de 11e door golfvorming langdurig slepen boven het zuiden van het land. Met name in de zuidelijke helft van het land viel langdurig regen. Op de KNMI-neerslagstations ten zuiden van de grote rivieren werd op de 11e om 08.00 uur een etmaalsom van 20 tot 45 mm afgetapt. Op 11 februari wisselden zon en wolken elkaar af. Aanvanke-lijk viel in het zuidoosten nog wat regen. Het was dit tijdvak zacht met maxima van 6 ŕ 10 C.Tijdvak 12 – 17 februari Een actieve depressie trok op 12 februari van Schotland naar Denemar-ken om vervolgens op de 13e vrijwel stationair te worden boven Polen en geleidelijk op te vullen. Een hogedrukgebied met centrum noord van de Azoren had een krachtige uitloper tot boven IJsland. De uitloper kantelde in de loop van het tijdvak geleidelijk en lag op de 17e over het Noordzeegebied tot boven Finland. Door deze ontwikkelingen draaide boven onze omgeving de stroming geleidelijk van noordwest naar noordoost. In de nacht van 11 op 12 februari passeerde het warmtefront van de depressie, in de ochtend gevolgd door het koufront, beiden vergezeld van regen. Daarna vielen er talrijke buien, later soms met hagel. Landelijk bezien viel op de 12e 17 mm. In het noordelijk kustge-bied stond enige tijd een westerstorm, kracht 9. In met name de noord-westelijke helft van het land kwamen (zeer) zware windstoten voor. Op 13 en 14 februari vielen er winterse buien, lokaal vergezeld van onweer. Plaatselijk ontstond kortdurende gladheid door hagel of sneeuw. Op de 15e werd de buiigheid onderdrukt door het naderbij komen van de hoge-drukuitloper. Op 16 februari overheerste in het noordwesten de bewol-king, elders waren er zonnige perioden. Op de 17e was het in het hele land zwaar bewolkt. Uit de bewolking viel lokaal wat motsneeuw. Op de 12e werd het in de warme sector 9 ŕ 13 C, daarna daalden de maxima in de loop van het tijdvak van 4 ŕ 7 naar 1 ŕ 2 C. Vanaf de nacht van 14 op 15 februari lagen de minima plaatselijk onder het vriespunt.Tijdvak 18 – 20 februari Aan de oostflank van een krachtige Atlantische rug van hogedruk met zwaartepunt ten westen van Ierland stond boven onze omgeving een noordstroming. Een depressie trok opvullend van de Noorse zee naar onze omgeving. Het frontale systeem van de depressie trok op de 18e over ons land. In de westelijke helft van het land viel regen, in de ooste-lijke sneeuw. Daarbij vormde zich plaatselijk een tijdelijk sneeuwdek van enkele centimeters. Op 19 en 20 februari vielen winterse buien. De maxima waren 4 a 6 C, op de 18e in het oosten ca. 1 tot 3 C. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht.Tijdvak 21 – 25 februari Het zwaartepunt van een krachtig, blokkerend hogedrukgebied ver-plaatste zich in dit tijdvak van Noord-Scandinavië naar Groenland. Boven Zuid- en Centraal-Europa was een complex lagedrukgebied aanwezig. Boven onze omgeving stond een noordooststroming. Een klein, opvullend laagje trok op de 21e over ons land naar het zuidwesten. Met name in het zuidoosten viel enkele uren sneeuw en kon zich een tijdelijk sneeuwdek vormen van lokaal maximaal 6 cm. Op 22 februari vielen er in het noordelijk kustgebied enkele winterse buien. Elders waren er wolkenvelden waaruit af en toe wat sneeuw viel. Plaatselijk vormde zich opnieuw een dun sneeuwdek. Inmiddels was aan de oost-flank van het complexe lagedrukgebied zachte lucht ver noordwaarts getrokken. Op het grensvlak met de koude lucht boven Scandinavië vormde zich een frontale zone. Deze zone breidde zich op de 23e west-waarts uit en kwam over het noorden van Duitsland en ons land te liggen. Er viel af en toe sneeuw, op de Wadden was enige tijd ook sprake van stuifsneeuw. In de nacht van 23 op 24 februari trok een aan de frontale zone verbonden laagje over ons land naar het zuidwesten. Her en der viel nog wat sneeuw waarbij uiteindelijk in een deel van het land 1 tot ca. 3 cm sneeuw kwam te liggen. Overdag op de 24e draaide de stroming naar het zuiden en begon het op te klaren. Op de 25e was het in het zuiden vrij zonnig, in het noorden overheerste de bewolking. De maxima in dit tijdvak waren ca. 0 tot 3 C, op de 21e ca. 3 tot 5 C. tijdens de nachten vroor het op veel plaatsen meest licht, in de vroege ochtend van de 25e in het zuiden matig.Tijdvak 26 – 28 februari Het krachtige hogedrukgebied met zwaartepunt nabij Groenland bleef bepalend voor het weer. Boven de Middellandse Zee waren depressies aanwezig. Op 26 februari passeerde twee zwakke occlusies vanuit het noorden vergezeld van wat lichte sneeuwval bij maxima van 1 tot 5 C. Na passage werd met een stevige noordooststroming zeer koude en droge arctische lucht aangevoerd. Na een nacht met meest lichte vorst bleef het in een deel van het land op de 27e vriezen. Zon en enkele sneeuwbuien wisselden elkaar af. De buien ontstonden boven het rela-tief warme zeewater. In de nacht van 27 op 28 februari passeerde een rug van hoge druk. Bij wegvallende wind en heldere hemel vroor het matig tot streng. Overdag op de 28e was het vrij zonnig bij maxima van net boven het vriespunt. Later nam de bewolking toe op de nadering van een frontaal systeem van een depressie boven de Noorse Zee, in de avond in het noordwesten gevolgd door sneeuw.
Rob Sluijter
|
|
|