| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Maart 2005
Tijdvak 1 – 6 maart Het zwaartepunt van een blokkerend hogedrukgebied lag in dit tijdvak ten zuiden van IJsland. Aan de oostflank van dit systeem was boven onze omgeving aanvankelijk een diep uitgezakte hoogtetrog aanwezig. Aan het oppervlak bevond zich een complexe depressie die zuidwaarts trok. Na een nacht met plaatselijk matige vorst liep de temperatuur op de 1e in een groot deel van het land op tot iets boven 0 C. Het frontale systeem van het laag veroorzaakte af en toe regen of sneeuw die plaatselijk bleef liggen. In Noord-Holland lag in de ochtend reeds tot ca. 10 cm. In de avond bevond een kern van lagedruk zich boven Oost-Engeland terwijl een andere kern boven Denemarken lag. De frontale zone bevond zich tussen deze twee kernen boven het noorden van ons land en werd stationair. Door het van het zuiden uit opglijden van zachte lucht activeerde het front. Met name in het noorden sneeuwde het in de nacht van 1 op 2 maart langdurig. Hierbij ontstond een sneeuwdek dat in de ochtend van de 2e over een groot gebied een dikte van 20 tot 50 cm had bereikt. Op 2 maart trok de lagedrukkern boven Engeland naar Noord-Frankrijk. De frontale zone boven ons land verplaatste zich hierdoor traag zuidwaarts. Nu viel er vooral in het midden sneeuw bij temperaturen rond het vriespunt waarbij de dikte van het sneeuwdek plaatselijk met 10 tot 15 cm toenam. In de late avond nam de intensiteit van de neerslag af. Op 3 maart waren er wolkenvelden, in het noordwestelijk kustgebied vielen enkele sneeuwbuien. In een deel van het land bleef het overdag vriezen. Een rug van hoge druk trok in de nacht van 3 op 4 maart van noord naar zuid over het land. Hierdoor viel de wind weg en boven het sneeuwdek vroor het onder een heldere hemel in een groot deel van het land 15 tot 20 C. Plaatselijk ontstond mist. Een volgende depressie lag op de 4e voor de westkust van Noorwegen en trok op de 5e al opvullend over ons land zuidwaarts. Het occlusiefront van het laag werd op de 4e noordzuid georienteerd stationair boven ons land. Er viel enige sneeuw en in de avond in de westelijke kustgebieden ook enkele winterse buien. De maxima kwamen in een deel van het land niet boven 0 C. Op 5 maart trok de occlusie zuidwestwaarts weg waarna het opklaarde. De maxima varieerden van 5 C in het zuidwesten tot –2 in het noordoosten. Onder invloed van een zwakke rug vroor het tijdens de nacht van 5 op 6 maart op veel plaatsen matig tot streng. Op 6 maart veroorzaakte een trog enige tijd buiige sneeuw en/of regen bij maxima van 0 tot 4 C.Tijdvak 7 – 10 maart Het zwaartepunt van eerdergenoemd hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak geleidelijk zuidwaarts naar het zeegebied ten westen van Ierland. Aan de oostflank van het hoog stond boven onze omgeving een noordweststroming. Van 7 tot en met 9 maart overheerste de bewolking en af en toe viel er wat lichte buiige regen. Op 10 maart trok een rug van hoge druk over het land. Vooral in de oostelijke helft van het land waren er perioden met zon. De maxima in dit tijdvak waren ca. 4 tot 8 C.Tijdvak 11 – 14 maart Een depressie trok in dit tijdvak van het zeegebied ten westen van Noorwegen via Denemarken naar de Baltische Staten. Het koufront van de depressie trok op de 11e vergezeld van regen van noord naar zuid over het land. Tussen de depressie en een hoog met centrum boven Groenland stond op de 12e een noordweststroming waarmee onstabiele lucht werd aangevoerd. Er vielen winterse buien, plaatselijk vergezeld van onweer. Vanaf de 13e begon de druk boven het midden van Europa te stijgen en draaide de stroming naar west. Op 13 maart vielen vooral in het binnenland enkele buien. Op de 14e was het in het noorden zonnig, elders bewolkt. De maximumtemperatuur in dit tijdvak was 6 ŕ 8 C.Tijdvak 15 – 18 maart Tussen een sturende depressie boven het midden van de Oceaan en een hogedrukgebied waarvan het centrum zich van het Alpengebied naar Het Kanaal verplaatste, stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Een warmtefront van de depressie trok op de 15e over de Noordzee oostwaarts. In het noorden van ons land was het bewolkt met af en toe wat (mot)regen, in het zuiden was het zonnig. De maxima waren 7 ŕ 13 C. Op 16 maart waren er in flinke perioden met zon bij maxima van 11 C in het noorden tot 21 C in het zuiden. In de nacht van 16 op 17 maart passeerde een koufront met regen. Overdag op de 17e trok een warmtefront vanuit het zuidwesten over het land om in het noordoosten op de 18e stationair te worden. In het zuiden waren er op beide dagen perioden met zon, in het noorden overheerste de bewolking. De maxima waren 8 ŕ 17 C op de 17e en 8 ŕ 14 C op de 18e.Tijdvak 19 – 25 maart Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Noorwegen naar Zuidoost-Europa. Tussen dit hoog en depressies boven de Oceaan stond een van noordoost naar zuid draaiende stroming. Een zwak front veroorzaakte op de 19e veel bewolking en wat (mot)regen. Op de 20e klaarde het vanuit het noordoosten op, de 21e verliep in het hele land zonnig. Een koufront van een depressie ten westen van Ierland passeerde op de 22e vergezeld van regen. Op 23 maart was het in een groot deel van het land zonnig. Op de 24e nam de bewolking toe op de nadering van een convergentielijn en een occlusie van een depressie ten zuiden van IJsland. In de loop van de dag viel er buiige regen. In een smalle strook van Terschelling naar Brabant werd 10 tot ruim 20 mm afgetapt. Op de laatste dag van het tijdvak scheen af en toe de zon. Met name in het oosten vielen enkele buien, soms met onweer. In de avond ontstond plaatselijk dichte mist. De maxima in dit tijdvak stegen van ca. 8 C tot 14 C naar ca. 13 C tot 21 C. Op de 25e werd het echter minder zacht: 10 ŕ 17 C.Tijdvak 26 – 31 maart Boven Scandinavië lag in dit tijdvak het centrum van een hogedrukgebied. Van het midden van de Oceaan via Frankrijk naar Oost-Europa bevond zich een gordel van lagedrukgebieden. Op de 26e bevond zich boven onze omgeving een koude put die westwaarts trok. In de nacht hing er plaatselijk zeer dichte mist. Bovendien vielen er lokale actieve buien, soms vergezeld van onweer en hagel. Van 27 tot en met 30 maart bevond de kern van de sturende koude put zich boven Engeland. Op 27 en 28 maart vielen in ons land buien, soms met onweer. Lokaal brachten de buien 10 tot 30 mm neerslag. Met name in de kustgebieden trokken op de 27e en 28e af en toe mistvelden van zee binnen. 29 maart verliep in een groot deel van het land droog, alleen in het zuiden ontstonden enkele buien, lokaal met onweer. Een occlusie trok op de 30e vanuit België noordwaarts om boven het zuiden van ons land stationair te worden. Op de 31e trok dit front zuidwaarts weg. Op de 30e en aanvankelijk op de 31e viel er in de zuidelijke helft af en toe buiige regen. In het noorden waren opklaringen aanwezig. Op de 31e klaarde het uiteindelijk in het hele land op. De maxima in dit tijdvak waren ca. 10 ŕ 17 C.
Rob Sluijter
|
|
|