Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Infrastructuur en Milieu

 
Klimatologie: Weerbeschrijving
April 2005
Tijdvak 1 – 4 april
Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich van Zuid-Scandinavië naar Zuidoost-Europa verplaatste. De stroming draaide hierdoor van oost naar zuid. 1 en 2 april verliepen zonnig, alleen in het zuidwesten dreven in de ochtend van de 1e enkele wolkenvelden over. Op 3 april was het vrij zonnig. Op de convergentie van een zeewindfront ontstonden boven het zuidwesten enkele buien, lokaal met onweer. Op de 4e trok in de late avond een zwak koufront van west naar oost over het land vergezeld van wat regen. Voor het front uit ontstonden in een vore van lage druk in de middag buien, in de zuidoostelijke helft van het land lokaal vergezeld van onweer. Het was dit tijdvak zeer zacht waarbij de maxima opliepen van ca. 15 à 18 C naar 17 à 22 C.
Tijdvak 5 – 8 april
Een depressie trok tijdens deze dagen van IJsland, via de Faroër naar de Botnische Golf. Tussen dit laag en hogedruk boven het zuiden van Europa stond een zuidweststroming; op de 8e draaide de stroming echter naar noordwest. Op 5 april waren er zonnige perioden. Op de 6e trok een geoccludeerd front van de depressie van west naar oost over het land vergezeld van regen. Door golfvorming in het front boven Duitsland bleef het in Zuid-Limburg tot in de ochtend van de 7e bewolkt en regenachtig. Na passage van het front werd onstabiele lucht aangevoerd. Er vielen enkele buien, soms vergezeld van onweer, hagel en windstoten. Op het KNMI-station Huibertsgat werd een uitzonderlijk zware windstoot gemeten van 51 m/s. Deze stoot deed zich voor tijdens een downburst in een bui die was ontstaan op een convergentielijn die zich precies onder de linker uitgang van de straalstroom bevond. In de avond van de 7e ontstond op een trog een buienlijn over het midden van het land, lokaal aanvankelijk ook met onweer. De buienlijn trok op de 8e in de ochtend via het zuidoosten van het land naar Duitsland. Daarna veroorzaakte een volgende trog af en toe buiige neerslag, in de avond lokaal ook natte sneeuw. In de nacht van 8 op 9 april vielen enkele geisoleerde winterse buien en lokaal werd het tijdelijk glad. Op 5 en 6 april waren de maxima ca. 10 à 15 C, daarna 8 à 13 C.
Tijdvak 9 – 12 april
Een hogedrukgebied met zwaartepunt ten noordoosten van de Azoren ontwikkelde in dit tijdvak een uitloper over onze omgeving naar Oost Europa. Tussen dit systeem en een depressie boven het noordelijk deel van de Oceaan stond boven onze omgeving een zwakke weststroming. Op 9 april passeerde een warmtefront van het laag. De bewolking nam snel toe gevolgd door regen. Op de 10e was het aanvankelijk bewolkt met af en toe wat (mot)regen. Na passage van het koufront van de depressie klaarde het op. Een volgend warmtefront trok tijdens de nacht van 10 op 11 april over ons land oostwaarts vergezeld van wolkenvelden. Overdag stagneerde het front boven Duitsland. Hierdoor bleef boven ons land in het zuidoosten de bewolking overheersen, elders was het vrij zonnig. Op 12 april wisselden zon en wolkenvelden elkaar af. De maxima in dit tijdvak stegen van 7 à 9 C op de 9e tot 12 à 17 C op de 11e en 12e . Tijdens de nachten vroor het plaatselijk aan de grond.
Tijdvak 13 – 17 april
Op 13 april vond er ten zuiden van IJsland in de bovenlucht een afsnoering plaats van koude lucht. Aan het oppervlak was de koude put herkenbaar aan een vlakke, maar complexe depressie die gedurende het tijdvak traag over Engeland via onze omgeving naar Midden-Europa trok. Het polaire front lag op 13 en 14 april sterk golvend zuidnoord georienteerd over onze omgeving. De bewolking overheerste en af en toe viel regen. Op de 13e werd het maximaal 9 à 15 C, op de 14e 13 à 18 C. Op 15 april lag de frontale zone over het zuidwesten van het land. Het was daar overwegend bewolkt en af en toe viel regen bij maxima van ca. 8 C. In de rest van het land waren er zonnige perioden. In een vore ontstond boven het midden van het land een buienlijn, die noordwaarts trok. Lokaal kwam daarbij onweer voor. In het noordoosten werd het 21 C. Ook op de 16e lag de frontale zone eerst nog boven ons land maar geleidelijk trok deze naar het zuidwesten weg. Vooral in de ochtend viel af en toe regen, later klaarde het vanuit het noordoosten op. De maxima varieerden van ca. 8 C in het zuidwesten tot 18 C in het noordoosten. Op 16 april bleef de bewolking in het zuidwesten hardnekkig bij maxima van ca. 9 C. In een strook over het midden van het land was het vrij zonnig bij maxima tot 18 C. Elders brak de bewolking in de loop van de dag.
Tijdvak 18 – 20 april
Bepalend voor het weer was een opvullende depressie boven het zeegebied ten zuiden van IJsland. Het zwaartepunt van een hogedrukgebied bevond zich boven het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen. Fronten van de depressie lagen quasi stationair boven onze omgeving. Op 18 april waren er aanvankelijk plaatselijk dichte mistbanken aanwezig. Overdag ontstonden in het noordoosten buien op een vore van lage druk. Frontale regen van een occlusie van de depressie trok in de loop van de dag van zuidwest naar noordoost over het land om daar stationair te worden. Op 19 april activeerde dit front, bovendien trok een stabiele golf in het front van oost naar west. In vrijwel het gehele land viel een aantal uren regen. In het oosten viel lokaal ca. 25 mm neerslag. Op de 20e trok het front in activiteit afnemend zuidwaarts weg. Vanuit het noorden klaarde het geleidelijk op. 18 april werd het maximaal 12 à 18 C, daarna werd het maximaal 10 à 14 C.
Tijdvak 21 – 25 april
Bepalend voor het weer was aanvankelijk eerder genoemd hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt zich in dit tijdvak verplaatste naar Scandinavië. Aanvankelijk was er ook een uitloper aanwezig over onze omgeving naar Midden-Europa. Deze uitloper trok oostwaarts waarna een vlakke depressie boven de Golf van Biscaje invloed kreeg op het weerbeeld in onze omgeving. In het noorden van het land was het gehele tijdvak droog en zonnig. In het zuiden was vanaf de 23e soms bewolking aanwezig behorende bij een frontale zone van het laag, op de 25e ook in het midden van het land. Uit de bewolking viel in het zuiden op de 24e en 25e plaatselijk regen. Op de 25e viel in het zuiden van Limburg 10 tot 20 mm. De maxima in dit tijdvak stegen van ca. 11 à 15 C naar 15 à 19 C. Tot en met de 23e vroor het tijdens de nachten lokaal licht.
Tijdvak 26 – 30 april
Tussen een hogedrukgebied boven het continent en een complex lagedrukgebied dat van het zeegebied ten westen van Ierland naar de Noorse zee trok, stond boven onze omgeving een zuidweststroming. Een occlusie van de depressie passeerde op de 26e met wat regen. Later ontstond boven het zuiden van het land een buienlijn die noordwaarts trok, lokaal met onweer. Een golf in eerder genoemd front trok in de nacht van 26 op 27 april over het zuidoosten van het land vergezeld van regen. Later die nacht volgde een trog met buiige regen. Op de 27e ontstonden in het binnenland buien, in het zuidoosten met onweer. Op 28 april nam de bewolking vanuit het zuidwesten toe op de nadering van een occlusie. Deze passeerde vergezeld van regen in de nacht van 28 op 29 april. Er viel vrijwel overal 9 tot 15 mm. Op de 29e waren er wolkenvelden afgewisseld door wat zon. Op 30 april trok een weinig actief warmtefront van zuid naar noord over het land. Vooral aanvankelijk was het bewolkt, in het noorden viel wat regen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 13 à 18 C, op de 30e werd het in het zuiden ruim 20 C.

Rob Sluijter