| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Juni 2005
Tijdvak 1 – 4 juni Het weer werd bepaald door een depressie die van het zeegebied ten westen van Ierland naar het zuiden van Scandinavië trok. Boven onze omgeving stond een zuidweststroming. Na een dag met zonnige perioden en maxima van 16 à 20 C passeerde in de nacht van 1 op 2 juni het warmtefront van het laag vergezeld van wat regen. Op 2 juni bevond ons land zich in de warme sector. In het noorden viel nog wat regen, elders brak geleidelijk de bewolking. Het werd 17 tot 22 C. Op de 3e trok een randstoring, ontstaan uit een golf in het polaire front, langs onze kust noordwaarts. Vooral in het oosten waren er aanvankelijk flinke perioden met zon bij maxima tot ca. 28 C. In het noordwesten vielen al vroeg onweersbuien. De buien breidden zich in de loop van de dag uit over het land. Plaatselijk viel hagel en werden windstoten waargenomen. In de noordwestelijke helft van het land viel op veel plaatsen 20 tot ruim 40 mm neerslag. Op 4 juni ontstonden in onstabiele en vrij koele lucht met name in de zuidoostelijke helft van het land buien, lokaal met onweer. Het werd 16 à 19 C.Tijdvak 5 – 8 juni Het zwaartepunt van een hogedrukgebied trok in dit tijdvak van Groenland naar de zuidelijke Noordzee. Een laag boven Scandinavië trok naar het noordoosten. Boven onze omgeving stond een langzaam in kracht afnemende noordweststroming. Op 5 juni was de stroming nog duidelijk cyclonaal. Er vielen in de zuidoostelijke helft van het land buien, lokaal met onweer. Tijdens de nacht van 5 op 6 juni bleven verspreid over het land enkele buien vallen. Op 6 juni was de zon spaarzaam te zien. In het noordoosten viel een enkele lichte bui. Door het naderbij komen van een bijzonder krachtig hoog bleef het op de 7e droog. Wel ontstond overdag cumuliforme bewolking. Op 8 juni steeg de luchtdruk in het westen van het land tot boven de 1038 hPa. Op de meeste KNMI-stations werd het luchtdrukrecord voor juni gebroken. Na een heldere nacht met plaatselijk vorst aan de grond waren er op de 8e flinke perioden met zon. Het was met maxima van 13 tot 17 C ronduit koel.Tijdvak 9 – 13 juni De kern van eerder genoemd hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van de Britse Eilanden via IJsland noordwaarts en verloor geleidelijk de grip op ons weer. Een hoogtelaag, op de 11e boven de Oostzee, trok retrograad westwaarts om op de 12e boven de Noordzee aan te komen. Na een nacht met lokaal vorst aan de grond was het op 9 juni vrij zonnig. Een zwak koufront trok op de 10e vanuit het noorden over ons land zuidwaarts. Het ging vergezeld van wolkenvelden en lokaal wat lichte regen. Op 11 juni scheen de zon af en toe maar er vielen ook enkele buien. Op de 12e viel met name in het noorden enige tijd buiïge regen. Een koufront van het hoogtelaag trok in de avond over het land vergezeld van een buienlijn, lokaal met onweer. In het noorden en midden viel plaatselijk 10 tot 20 mm regen. In de nacht van 12 op 13 juni en in de ochtend van de 13e trokken enkele buien, plaatselijk met onweer, over het land. Overigens waren er flinke perioden met zon. De maxima waren op de 9e en 10e; 15 tot 20 C, daarna 13 tot 18 C.Tijdvak 14 – 20 juni Een uitloper van het hogedrukgebied der Azoren lag op de 14e tot boven het Iberisch Schiereiland. Hieruit ontwikkelde zich een apart hogedrukgebied waarvan het zwaartepunt via het Kanaal en de Noordzee naar Scandinavië trok. Eerder genoemd hoogtelaag, op de 14e nabij Schotland, trok verder westwaarts en werd opgenomen in een depressie ten westen van Ierland. Boven onze omgeving draaide de stroming na passage van de kern van het laag van zuidwest naar zuidoost. Op de 14e en aanvankelijk op de 15e was het vrij helder en overdag vrij zonnig. Op de nadering van een geoccludeerd front nam op de 15e de bewolking toe. Vergezeld van enige regen trok het front in de middag en avond over het land. Een warmtefront van een depressie ten zuidwesten van Ierland schampte onze westkust op de 16e. Af en toe scheen de zon maar later viel plaatselijk wat lichte regen. Op de 17e werd in de warme sector vochtige lucht aangevoerd. Op de meeste plaatsen overheerste de bewolking en lokaal viel wat motregen. Op de 18e draaide de stroming naar oost. Het werd helder en zonnig. Ook de 19e en 20e waren zeer zonnig. In de transparante atmosfeer bedroeg de dagsom globale straling op de 19e in De Bilt 2977 J/cm2. Daarmee staat deze dag op de 7e plaats in de rij van dagen met hoogste stralingssommen sinds 1957. Op de eerste plaats staat 8 juni 1962 met 3081 J/cm2. De maxima in dit tijdvak waren tot en met de 17e ca 19 à 25 C, daarna liepen ze op tot 30 à 35 C op de 20e. Na passage van een vore draaide de wind op de 20e in de middag naar het westen waarna enige afkoeling volgde in de westelijke helft van het land.Tijdvak 21 – 25 juni Het zwaartepunt van een volgend hogedrukgebied boven de Golf van Biscaje verplaatste zich in dit tijdvak naar Oost-Europa. Op 21 juni bevond ons land zich aan de noordflank van dit systeem. Er passeerde een zwak koufront gemarkeerd door wolkenvelden. Later op de dag was er meer ruimte voor de zon. Op 22 juni waren er flinke perioden met zon. De maxima op de 21e en 22e waren 21 à 27 C. Op 23 en 24 juni werd met een zwakke ooststroming zeer warme lucht aangevoerd. Het was vrij zonnig bij maxima van 27 tot 34 C. Een thermisch lagedrukgebied, ontstaan boven Frankrijk, trok op de 24e over ons land om op de 25e boven Duitsland aan te komen. Op de 24e kwamen enkele geïsoleerde onweersbuien tot ontwikkeling. Een met het thermisch laag samenhangende vore trok in de nacht van 24 op 25 juni over ons land. De passage ging gepaard met onweersbuien. Op enkele plaatsen in het noordoosten viel ruim 30 mm. In de ochtend vielen nog enkele onweersbuien in de zuidoostelijke helft van het land, samenhangend met een vanuit het noordwesten passerend koufront. Op de 25e werd het in het zuiden nog 25 C, in het noorden werd het niet warmer dan 18 C.Tijdvak 26 – 30 juni Een uitloper van het hogedrukgebied met zwaartepunt nabij de Azoren breidde zich op de 26e uit tot boven de Britse Eilanden en de Noordzee. Boven de Noordzee kwam een aparte kern van hoge druk tot ontwikkeling die langzaam noordwaarts trok. Hierdoor kon een lagedrukgebied boven de Golf van Biscaje zijn invloed geleidelijk noordwaarts uitbreiden. Op 26 juni was het in het noorden van het land zonnig, in het zuiden was aanvankelijk nog bewolking aanwezig samenhangend met een koufront dat over België zuidwaarts trok. 27 en 28 juni verliepen zonnig. Wel dreef er op de 28e vanuit het zuiden hoge sluierbewolking over het land. Deze bewolking hing samen met een frontale zone boven Noord-Frankrijk, behorende bij het laag boven de Golf van Biscaje. In de late avond van de 28e kwamen boven België in deze zone onweersbuien tot ontwikkeling. De buien trokken in de nacht noordwaarts over ons land en doofden geleidelijk uit. In het zuiden viel lokaal ca. 30 mm. Op 29 juni lag de frontale zone nog steeds boven België. Hier ontstonden opnieuw onweersbuien die zeer traag noordwaarts trokken. In de avond vielen in de zuidelijke helft van ons land zware buien, vaak vergezeld van frequent onweer. In Andel viel 113 mm, Gorinchem 80 en in Cabauw 76 mm in minder dan twee uur. In de nacht trok de zone met buien verder noordwaarts waarbij de activiteit snel afnam. Op 30 mei passeerden twee troggen ons land. Er trokken weer onweersbuien over het land; in het noorden viel plaatselijk meer dan 50 mm neerslag.
Rob Sluijter
|
|
|