| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Augustus 2005
Tijdvak 1 – 5 augustus Aanvankelijk had een hogedrukgebied met centrum nabij de Azoren een uitloper tot boven het Noordzeegebied. Later werd het weer bepaald door een depressie die van IJsland naar Scandinavië trok. Op de 1e was het in het noordwesten vrij helder, elders wisselden zon en wolken elkaar af. Na een vrij heldere nacht was het op de 2e in het westen vrij zonnig, in het oosten ontstond veel cumuliforme bewolking. Op 3 augustus passeerde het geoccludeerde frontensysteem van de depressie. Dit front werd voorafgegaan door een convergentielijn waarop zich boven de oostelijke helft van het land enkele buien, soms met onweer, ontwikkelden. De occlusie ging vergezeld van buiige regen. Lokaal viel 15 tot 25 mm. Op de 4e waren er flinke perioden met zon maar in het noorden ontwikkelden zich enkele lichte buien. Een randstoring, ontstaan uit een warmtefrontgolf trok op de 4e van Ierland over ons land naar Duitsland. Het was bewolkt met af en toe regen. In een strook over het noorden van het land viel 10 tot 20 mm neerslag. Het was dit tijdvak koel met maxima van ca. 17 tot 20 C, op de 3e werd het enkele graden warmer.Tijdvak 6 – 10 augustus Tussen lagedruk boven Scandinavië en een noordzuid georiënteerd hogedrukgebied met rugas van de Noorse zee tot over de Britse Eilanden stond boven onze omgeving een noordweststroming waarmee koele lucht werd aangevoerd. Op 6 augustus vielen er buien, met name in het noorden. Plaatselijk viel hier ca. 25 mm. De buien ging lokaal vergezeld van onweer en rond het IJsselmeer werden enkele waterhoosjes waargenomen. Tijdens buien daalde de temperatuur overdag tot slechts ca. 12 C. In de nacht van 6 op 7 augustus leefde de buiigheid op tijdens de passage van een trog. Ook op de 7e overdag vielen er talrijke buien. In de nacht van 7 op 8 augustus bleven er buien vallen op de passage van een occlusie. Op de 8e nam de buiigheid geleidelijk af doordat de bovenlucht geleidelijk opwarmde. Op 9 en 10 augustus dreef er met name in de noordelijke helft van het land veel bewolking binnen vanaf de Noordzee, in het zuiden waren er zonnige perioden. Uit de bewolking viel soms wat lichte (mot)regen. Het was dit tijdvak uitgesproken koel met maxima van ca. 16 à 20 C.Tijdvak 11 – 15 augustus Het zwaartepunt van een hogedrukgebied lag in dit tijdvak ten zuidwesten van Ierland. Boven onze omgeving stond een noordweststroming waarmee koele lucht werd aangevoerd. Op een barocliene zone kwamen op de 11e boven het zuiden van het land enkele buien tot ontwikkeling, plaatselijk met onweer. Onder de linkeruitgang van de straalstroom kwam in de nacht van 11 op 12 augustus een klein lagedrukgebied tot ontwikkeling dat over ons land oostwaarts trok. Reeds in de nacht trok een bijbehorend gebied met buiige neerslag en lokaal onweer over ons land. In Zuid-Holland en Utrecht viel plaatselijk 10 tot 25 mm. Overdag op de 12e volgden opnieuw zware buien, plaatselijk met hagel, onweer en windstoten. Lokaal viel tot ca. 40 mm neerslag, soms met wateroverlast tot gevolg. Een vlakke depressie, op de 13e boven Schotland, trok op de 14e via het noorden van ons land naar Duitsland. Het geoccludeerde frontale systeem van het laag trok in de nacht van 13 op 14 augustus met regen over het land. Daarna volgden overdag buien, lokaal met onweer. Landelijk bezien viel op de 14e 11 mm, in het zuiden lokaal ruim 30 mm. Op de 15e stabiliseerde de atmosfeer. Er was veel bewolking en vooral in het oosten viel nog een lichte bui. Ook dit tijdvak verliep koel met maxima van ca. 17 à 21 C.Tijdvak 16 – 20 augustus Boven de Noordzee bouwde zich op de 16e een hogedrukgebied op. Het zwaartepunt van het hoog verplaatste zich geleidelijk naar de Baltische Staten. Door deze ontwikkeling verbeterde het weer aanvankelijk sterk. De maxima liepen op van ca. 19 à 22 C op de 16e naar 25 à 28 C op de 18e. Op 16 augustus was het in de westelijke helft vrij zonnig terwijl in het oosten wolkenvelden hardnekkig bleven. Op de 17e werd alleen in het noordoosten de zon gehinderd door bewolking, de 18e verliep overal zonnig. Een vlak thermisch lagedrukgebied, op de 18e ontstaan boven Frankrijk, trok op de 19e naar ons land en werd hier stationair. Een bij de depressie behorende convergentielijn trok op de 19e vergezeld van buien, soms met onweer, over ons land. Voor de convergentielijn uit werd het in het noordoosten nog zomers warm. Op 20 augustus lag het occlusiepunt van het frontale systeem van het laag stil boven Zeeland. Vooral op Walcheren viel plaatselijk meer dan 50 mm en ontstond lokaal wateroverlast. In het noordoosten van het land viel neerslag behorend bij de eerdergenoemde convergentielijn die nu als koufront over Duitsland lag. Tenslotte ontstond er een convergentielijn van Groningen naar Utrecht. Op deze lijn kwamen lokaal buien tot ontwikkeling die zich nauwelijks verplaatsten. De maxima waren op de 20e 17 tot 21 C.Tijdvak 21 – 23 augustus Boven onze omgeving bevond zich in dit tijdvak een zadelgebied tussen hogedrukcentra boven Scandinavië en de Azoren en complexe depressies boven Zuidoost-Europa en IJsland. Op 21 en 22 augustus waren er vooral in de westelijke helft perioden met zon, in het oosten overheersten wolkenvelden. In de sterk diffluente westelijke bovenstroming trok in de nacht van 22 op 23 augustus en de 23e overdag een occlusie van het laag bij IJsland over ons land. Het front ging op veel plaatsen vergezeld van (mot)regen. Later klaarde het vanuit het westen op. De maxima in dit tijdvak waren 19 à 23 C, op de 23e enkele graden lager.Tijdvak 24 – 26 augustus Het weer in dit tijdvak werd bepaald door een actieve depressie nabij IJsland. Tussen dit laag en een hogedrukgebied nabij de Azoren stond een weststroming. Op 24 augustus nam de bewolking geleidelijk toe op de nadering van het frontale systeem van de depressie. In de avond volgde regen. Het frontale systeem trok op de 25e in de ochtend al golvend naar Duitsland. In de loop van de dag ontstonden buien, soms met onweer. In de avond trok een actief onweerscomplex over Noord-Holland oostwaarts. Landelijk bezien viel op de 25e 12 mm. Op de 26e vielen vooral in het noorden van het land buien, soms met onweer. In de loop van de dag stabiliseerde het weer doordat het eerdergenoemde hogedrukgebied een uitloper over West- en Centraal Europa ontwikkelde. De maxima in dit tijdvak daalden van ca. 19 à 22 naar 17 à 19 C.Tijdvak 27 – 31 augustus Het weer werd bepaald door een hogedrukgebied dat boven het Europese continent tot ontwikkeling kwam. Aan het eind van het tijdvak verplaatste het zwaartepunt van het hoog zich naar Scandinavië. Op 27 augustus wisselden zon en wolken elkaar af. De 28e verliep in het midden en zuiden zonnig, in het noorden waren enkele wolkenvelden aanwezig. Deze wolken behoorden bij een over de noordelijke Noordzee oostwaarts trekkende storing. Van 29 tot en met 31 augustus was het zonnig, met uitzondering van het noorden van het land op de 30e . Een zwak front van een depressie voor de Noorse kust veroorzaakte daar toen enkele wolkenvelden. De maxima stegen van 19 tot 22 C aan het begin van het tijdvak tot 27 à 31 C op 31 augustus.
Rob Sluijter
|
|
|