| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
Oktober 2005
Tijdvak 1 – 2 oktober Een depressie trok in dit tijdvak van het zeegebied tussen IJsland en Noorwegen naar Spitsbergen. Een hogedrukgebied met zwaartepunt ten zuidwesten van Ierland ontwikkelde een uitloper tot boven de Noordzee. Het frontale systeem van de depressie trok in de nacht van 30 september op 1 oktober vergezeld van regen oostwaarts over ons land. Achter dit front werd met een noordweststroming onstabiele lucht aangevoerd waarin met name in de noordwestelijke helft van het land buien voorkwamen. Langs de westkust werd onweer waargenomen. De buiigheid nam op de nadering van de hogedrukuitloper op de 2e geleidelijk af. De maxima waren op de 1e en 2e 16 ŕ 17 C.Tijdvak 3 – 8 oktober Bepalend voor het weer gedurende deze dagen was een typische dipoolblokkade waarbij het zwaartepunt van het hogedrukgebied zich verplaatste van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland via de Noordzee naar het westen van Rusland. Op de 3e stond er aan de oostflank van het hoog een noordstroming. In het noorden dreven wolkenvelden over, elders waren perioden met zon. Vanaf de 4e was de stroming aflandig waarbij een geleidelijk ruiming optrad van noordoost naar zuid. Een bewolkingsband behorende bij een depressie boven Italië trok op de 4e over de zuidoostelijke helft van het land. Elders was het na het optrekken van lokale mist zonnig. In de nacht van 4 op 5 oktober ontstond in het zuiden en midden turbulentiestratus en lokaal mist. Met uitzondering van het uiterste zuiden verdween de bewolking overdag. In het noorden was het de gehele dag zonnig. In de nacht van 5 op 6 oktober ontstond mist die overdag in het oosten snel oploste. In het westen ging de mist over in stratus die lokaal pas tegen de avond verdween. In de nacht van 6 op 7 oktober ontstond wederom op uitgebreide schaal mist en lage stratus. Ditmaal wist de stratus zich in Zeeland de gehele dag te handhaven, elders kwamen er geleidelijk perioden met zon. Op de 8e wisselden zon en wolken elkaar af. De maxima in dit tijdvak waren op de 3e en 4e ca. 15 ŕ 17 C, daarna ca. 15 ŕ 21 C.Tijdvak 9 – 13 oktober Het zwaartepunt van een omvangrijk hogedrukgebied lag in dit tijdvak boven het westen van Rusland waarbij een uitloper aanwezig was tot boven Midden-Europa. Depressie-activiteit beperkte zich tot de Britse Eilanden. Boven onze omgeving stond een zuidooststroming waarmee zeer zachte lucht werd aangevoerd. In de nacht van 8 op 9 oktober werd een aan oplossing onderhevig koufront stationair boven ons land. Met name in het westen viel wat regen. Overdag op de 9e trok het front als inactief warmtefront weer richting Noordzee. Het werd maximaal 14 tot 19 C. Van 10 tot en met 13 oktober was het vrij zonnig. Alleen op de 12e en 13e dreven in het (zuid)-westen af en toe wolkenvelden over, behorende bij een front boven de Britse Eilanden en later de Noordzee, dat de scheiding vormde tussen de zeer zachte continentale lucht boven ons land en maritieme luchtmassa’s ten westen van het front. In de avond van de 13e bereikte dit front het noordwesten van ons land met regen. De maxima van 10 tot en met 13 oktober waren 20 tot 22 C.Tijdvak 14 – 18 oktober Ook in dit tijdvak werd het weer bepaald door een krachtig hogedrukgebied. Nadat het op de 14e boven de Noordzee tot ontwikkeling was gekomen lag het zwaartepunt vanaf de 15e boven Scandinavië.Tussen dit hoog en depressies ten westen en later zuidwesten van Ierland stond boven onze omgeving een ooststroming waarmee droge lucht werd aangevoerd. Op 14 oktober klaarde het geleidelijk op; alleen in het noordwesten bleef het bewolkt. Van 15 tot en met 18 oktober was het in het grootste deel van het land vrij zonnig. Uitzonderingen vormden op de 15e het noordoosten waar wat wolkenvelden overdreven en het zuidwesten waar op de 17e en 18e af en toe bewolking schampte van een front boven het noordwesten van Frankrijk. De maxima in dit tijdvak daalden van 16 tot 22 C op de 14e naar ca. 13 a 15 C op de 17e en 18e.Tijdvak 19 – 25 oktober Boven West-Europa stond een zuidweststroming tussen hogedrukgebieden boven het zuidoosten van Europa en later ook het Middellandse zeegebied en opeenvolgende depressies die van de Oceaan over de Britse Eilanden naar Scandinavië trokken. Het weer was wisselvallig. Op de 19e passeerde een koufront, behorende bij een laag ten westen van Ierland, van zuidwest naar noordoost ons land. Er viel wat regen. In de nacht van 19 op 20 oktober volgde een trog vergezeld van buien. Overdag op de 20e klaarde het vanuit het zuiden geleidelijk op. Het frontale systeem van een randstoring boven Engeland trok op de 21e over het land. Het was bewolkt met af en toe regen. In de avond passeerde het koufront vergezeld van buien, lokaal met onweer. Op de 22e trok het laag naar Zuid-Scandinavië. In het noorden vielen enkele buien, in het zuiden regende het af en toe. Deze regen behoorde bij een frontale golf die in het eerder genoemde koufront was ontstaan en die van Frankrijk naar Noord-Duitsland trok. Op 23 oktober ontstonden enkele buien, lokaal met onweer en hagel. Het warmtefront van een diepe depressie ten westen van Ierland passeerde op de 24e ons land. Het was bewolkt met langdurig regen. Ook na passage van het front viel in de warme sector af en toe regen. Landelijk bezien viel 15 mm, in het noorden lokaal ca 25 mm. Op de 25e trok de depressie naar het zeegebied tussen Schotland en Noorwegen. In de ochtend passeerde het koufront met regen. Daarna volgden buien, lokaal met onweer. Er stond enige tijd een harde wind, kracht 7. In het noordwestelijk kustgebied kwamen zware windstoten voor. De maxima in dit tijdvak waren 12 tot 17 C.Tijdvak 26 - 31 oktober Tussen diepe depressies ten westen van de Britse Eilanden en een krachtig blokkerend hogedrukgebied waarvan het centrum zich verplaatste van het Alpengebied via Scandinavië naar het westen van Rusland, stond boven onze omgeving een langgerekte zuidstroming waarmee uitzonderlijk zachte lucht werd aangevoerd. Op 26 oktober passeerde vanuit het zuiden een inactief warmtefront. Zon en wolken wisselden elkaar af bij maxima van 16 tot 19 C. De 27e verliep zonnig. Een zwak front van een depressie ten westen van Ierland bereikte op de 28e het westen van het land, werd stationair en trok op de 29e weer richting Noordzee om daar parallel aan de hoogtestroming opnieuw quasistationair te worden. Met name in de westelijke helft van het land veroorzaakte het front wolkenvelden en op de 28e langs de westkust ook wat lichte regen. Op de 30e was het vrij zonnig. Eerder genoemd front trok op de 31e langzaam oostwaarts over het land vergezeld van wolkenvelden en vooral het westen van het land wat regen. De maxima van 27 tot en met 31 oktober waren ca 18 ŕ 22 C.
Rob Sluijter
|
|
|