| |
Klimatologie: Weerbeschrijving
December 2005
Tijdvak 1 – 7 december Het weer werd bepaald door een complex lagedrukgebied. Het sturende centrum van het laag verplaatste zich van het zeegebied ten zuidwesten van Ierland via Schotland en vervolgens sterk opvullend via de Noordzee naar Oost-Europa. Op 1 december was het in een groot deel van het land zonnig, alleen langs de westkust kwam bewolking voor behorende bij een warmtefront dat noordwaarts trok. Op de 2e passeerde een hoogtekoufront van de depressie. De bewolking nam toe gevolgd door wat (mot)regen. Resten van de ingedraaide occlusie van de depressie veroorzaakten op de 3e en aanvankelijk op de 4e veel bewolking en her en der wat buiige regen. Een randstoring trok later op de dag van Noord-Frankrijk naar het noorden van ons land om daar te worden opgenomen in het sturende laag. De storing veroorzaakte enige tijd regen. Op 5 december vielen er met name in de westelijke helft van het land buien. In het uiterste noorden veroorzaakte eerdergenoemde storing nog enige tijd regen. Op de 6e en 7e overheerste de bewolking. Er vielen enkele buien. Op 1 december was het bij een aflandige wind maximaal 3 tot 5 C, daarna was het zacht met maxima van 6 ŕ 9 C.Tijdvak 8 – 10 december Het zwaartepunt van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van het noorden van Scandinavië naar onze omgeving. Op de 8e wisselden zon en wolken elkaar af. In het noorden viel een bui. In de nacht van 8 op 9 december ontstond plaatselijk mist en laaghangende bewolking. Mist en bewolking bleven op de 9e overdag in het oosten hardnekkig, elders was ook ruimte voor zon. In de nacht van 9 op 10 december breidde de mist zich uit. Op de 10e bleef de mist en laaghangende bewolking in het binnenland aanwezig. In het westen en uiterste zuiden scheen echter de zon. Tijdens de nachten vroor het plaatselijk licht. De maxima waren op de 8e 5 ŕ 7 C, op de 9e 3 ŕ 6 C en op de 10e varieerden ze van 7 C in het noordwesten tot net onder nul in het zuidoosten.Tijdvak 11 – 14 december Het centrum van eerdergenoemd hogedrukgebied verplaatste zich via de Britse Eilanden naar het zeegebied ten westen van Ierland. Boven het zeegebied tussen Groenland en Noorwegen waren depressies aanwezig. Boven onze omgeving stond een anticyclonale noordweststroming. In de nacht van 10 op 11 december vroor het in het zuiden licht bij brede opklaringen. Elders was zachte, vochtige lucht van zee binnengedrongen. Daar was het bewolkt. Deze situatie handhaafde zich op de 11e . Uit de bewolking viel lokaal motregen. Bovendien ontstond in de daaropvolgende nacht plaatselijk mist. Een koufront passeerde op de 12e . Achter het front klaarde het vanuit het noordwesten op. In de nacht van 12 op 13 december raakte het weer bewolkt. Op de 13e was het bewolkt met af en toe motregen. Op de 14e passeerde een occlusie; plaatselijk vergezeld van motregen. Daarna vielen buien. De maxima waren ca. 7 ŕ 9 C; op de 11e werd het in het zuidoosten maximaal 3 C.Tijdvak 15 – 18 december Tussen een complex laag boven het noordoosten van Europa en een hogedrukgebied met centra boven het midden van de Oceaan en Groenland stond een noordweststroming. Op de 15e passeerde een koufront van de depressie. De bewolking overheerste een plaatselijk viel een bui. Een snel uitdiepende randstoring trok op de 16e over de Noordzee via Denemarken naar Polen. Het warmtefront veroorzaakte in de nacht van 15 op 16 december regen. In de ochtend passeerde het koufront vergezeld van een buienlijn. In het noordelijk kustgebied stond enige tijd een noordwesterstorm (kracht 9). Ook kwamen er in het noorden en langs de westkust zware windstoten voor. Achter het koufront werd koude, onstabiele lucht aangevoerd. Er vielen talrijke buien die geleidelijk een winters karakter kregen. De winterse buien hielden op de 17e aan. Lokaal gingen ze vergezeld van onweer en windstoten. In het oosten vormde zich plaatselijk een sneeuwdek van enkele centimeters. Op de 18e nam de buiigheid af op de nadering van een trekrug. Vooral in het oosten waren er perioden met zon. De maxima in dit tijdvak waren ca. 8 ŕ 10 C op de 15e en 16e , daarna van ca. 6 C aan zee tot 2 C in het oosten.Tijdvak 19 – 24 december Het zwaartepunt van een hogedrukgebied lag gedurende dit tijdvak boven Frankrijk. Aan de noordflank van het hoog stond boven onze omgeving een weststroming waarmee vrij zachte, vochtige lucht werd aangevoerd. Frontale storingen van depressies die over de Oceaan via IJsland naar Scandinavië trokken konden tot onze omgeving doordringen. Een warmtefront verdreef in de nacht en ochtend van de 19e de boven ons land aanwezige koude lucht. Er viel regen, in het oosten ook natte sneeuw. Overdag scheen in het westen af en toe de zon en lokaal viel een bui. In de nacht van 19 op 20 november ontstond plaatselijk mist. Op de 20e alsmede op de 21e was het bewolkt en nevelig. Lokaal viel (mot)regen, vooral op de 21e op de passage van een koufront. Dit front keerde op de 22e als warmtefront terug. Het was bewolkt met af en toe regen. Op de 23e passeerde een zwak front. Het was bewolkt met lokaal (mot)regen. Op de 24e begon de druk boven Schotland te stijgen. Hierdoor draaide de stroming naar het noordwesten. Met uitzondering van het zuidoosten scheen de zon af en toe. Een zwak front veroorzaakte in de avond motregen. De maxima in dit tijdvak waren ca. 5 ŕ 10 C.Tijdvak 25 – 29 december Het centrum van een hogedrukgebied verplaatste zich in dit tijdvak van Schotland via Scandinavië naar het westen van Rusland. Boven de Middellandse Zee ontstond een depressie. Door deze ontwikkeling kwam boven onze omgeving een noordooststroming opgang waarmee koude lucht werd aangevoerd. Op de 25e waren er flinke perioden met zon. Vooral in het noorden vielen enkele buitjes. Het was zacht bij maxima van 6 ŕ 8 C. Een hoogtelaag, op de 26e boven Finland, trok op de 27e via Luxemburg zuidwestwaarts en werd opgenomen in eerdergenoemd lagedrukgebied. Op de 28e en 29e trok een kern van dit laag vervolgens over Centraal Europa noordwaarts. De occlusie van het hoogtelaag passeerde op de 26e vergezeld van een buienlijn. Lokaal viel hagel en in het oosten sneeuw. Daarna vielen met name in de nacht van 26 op 27 december en aanvankelijk op de 27e vooral in het noorden sneeuwbuien met vorming van een sneeuwdek. In het zuidoosten viel af en toe lichte sneeuw. Op de 28e en 29e kromp de stroming van noordoost geleidelijk naar noordwest waarna ook sneeuwbuien in een brede westelijke kuststrook konden doordringen. Door het vanuit het westen naderbij komen van een rug van hoge druk werd de buiigheid op de 29e wel geleidelijk onderdrukt. Op de Wadden groeide het sneeuwdek op de 29e lokaal aan tot 15 cm. Vanaf de 27e werden in zuidoosten en oosten ijsdagen genoteerd. In de nacht van de 28e op de 29e vroor het in een groot deel van het land matig.Tijdvak 30 – 31 december Het weer werd bepaald door een depressie die van het zeegebied ten zuiden van IJsland naar Schotland trok. Het frontale systeem van het laag trok in de nacht van 30 op 31 december van zuidwest naar noordoost over het land. De 30e begon vrij zonnig maar de bewolking nam toe gevolgd door sneeuwval bij een temperatuur van iets onder het vriespunt. In een brede kuststrook was de wind af en toe krachtig zodat er sprake was van een sneeuwjacht. De sneeuw werd gevolgd door ijsregen en daarna onderkoelde regen. Deze zone verliet op de 31e tegen de ochtend het noordoosten. Er viel ca. 3 tot 10 cm sneeuw en er vormden zich lage sneeuwduinen. Op de 31e viel overdag plaatselijk wat buiige regen en bij maximaal 3 tot 6 C werd het sneeuwdek aangetast.
Rob Sluijter
|
|
|